Ejercicio: Gespreksoefening
Instrucción:
- Nombra el tipo de deporte y di si lo practicas en equipo (o en pareja) o solo. (Noem de sport en zeg of je het in teamverband (of als duo) of alleen doet.)
- ¿Haces deporte? ¿Con qué frecuencia? (Doe je aan sport? Hoe vaak?)
- ¿Te gusta ver deportes? (Hou je van sport kijken?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten