Los números ordinales indican la posición o el orden de elementos en una secuencia. e utilizan para ordenar o clasificar (primero, segundo, tercero).

(Rangtelwoorden geven de positie of de volgorde van elementen in een reeks aan. Ze worden gebruikt om te ordenen of te rangschikken (eerste, tweede, derde).)

Wat zijn Spaanse rangtelwoorden (primero, segundo, tercero…)?

  • Rangtelwoorden zeggen de volgorde: eerste, tweede, derde…
  • In het Spaans: primero, segundo, tercero, cuarto…
  • Je gebruikt ze veel bij: verdiepingen, hoofdstukken, dagen, keren, vergaderingen.

Voorbeelden

  • el primer piso – de eerste verdieping
  • la tercera reunión – de derde vergadering
  • el sexto día – de zesde dag

Stap 1 – Onthoud de basisvormen 1–10

Leer deze rij als blok. Daarna wordt alles makkelijker.

Nummer Mannelijk Vrouwelijk Voorbeeld
1 primero primera el primer piso / la primera planta
2 segundo segunda el segundo capítulo / la segunda sala
3 tercero tercera el tercer día / la tercera planta
4 cuarto cuarta el cuarto piso / la cuarta reunión
5 quinto quinta el quinto día / la quinta persona
6 sexto sexta el sexto alumno / la sexta vez
7 séptimo séptima el séptimo capítulo / la séptima planta
8 octavo octava el octavo piso / la octava reunión
9 noveno novena el noveno día / la novena clase
10 décimo décima el décimo aniversario / la décima reunión

Zelfcheck: kun je de rij hardop opzeggen in het Spaans, 1 t/m 10, in de mannelijke vorm?

Stap 2 – Laat het woord overeenkomen (género en número)

In het Spaans past het rangtelwoord zich aan aan het zelfstandig naamwoord.

  • Mannelijk enkelvoud: eindigt meestal op -o
  • Vrouwelijk enkelvoud: eindigt meestal op -a
  • Mannelijk meervoud: meestal -os
  • Vrouwelijk meervoud: meestal -as

Voorbeelden

  • el segundo informe – het tweede rapport (m, ev)
  • la segunda planta – de tweede verdieping (v, ev)
  • los quintos capítulos – de vijfde hoofdstukken (m, mv)
  • las quintas reuniones – de vijfde vergaderingen (v, mv)

Let op: bij A1 gebruik je vooral de enkelvoudsvormen met dingen als dagen, verdiepingen, hoofdstukken.

Zelfcheck: kun je zelf de vier vormen maken van tercero? (tercero, tercera, terceros, terceras)

Stap 3 – Primero en tercero: speciale korte vorm

Hier gaat het vaak mis. De regel is simpel:

  • primero → primer vóór een mannelijk, enkelvoudig woord
  • tercero → tercer vóór een mannelijk, enkelvoudig woord

Goed

  • el primer piso
  • el tercer día

Niet goed

  • el primero piso
  • el tercero día

Belangrijk:

  • Bij vrouwelijke woorden verandert er niets: primera, tercera.
  • Bij meervoud blijft de normale vorm: primeros, terceros.

Voorbeelden

  • la primera planta – goed
  • la tercera sala – goed
  • los primeros días – goed
  • los terceros capítulos – goed

Mini-test voor jezelf

  1. … piso (1) → el ______ piso
  2. … informe (3) → el ______ informe
  3. … planta (1) → la ______ planta

Oplossing: primer, tercer, primera.

Stap 4 – Wanneer gebruik ik een rangtelwoord (en wanneer niet)?

In het dagelijks Spaans gebruik je vooral 1 t/m 10 als rangtelwoord.

  • Vanaf 11 wordt vaak het gewone telwoord gebruikt (11, 12, 13…).

Voorbeelden met rangtelwoord

  • el cuarto capítulo – het vierde hoofdstuk
  • la séptima sala – de zevende zaal
  • la décima clase – de tiende les

Vanaf 11, vaak gewoon getal + zelfstandig naamwoord

  • la clase 11 (in plaats van la undécima clase)
  • el capítulo 15 (in plaats van el décimo quinto capítulo)

Praktische tip: op A1 is het genoeg als je 1–10 als rangtelwoord actief gebruikt. Daarboven mag je gewoon de cijfers gebruiken.

Stap 5 – Typische combinaties voor op kantoor en in gebouwen

Een paar nuttige vaste combinaties om te onthouden:

  • el primer piso / la primera planta – de eerste verdieping
  • el segundo piso / la segunda planta – de tweede verdieping
  • el tercer piso – de derde verdieping
  • la tercera sala – de derde zaal
  • la cuarta reunión – de vierde vergadering
  • el quinto día – de vijfde dag

Zinnen

  • Vivo en el tercer piso. – Ik woon op de derde verdieping.
  • La oficina está en la segunda planta. – Het kantoor is op de tweede verdieping.
  • Hoy tengo mi quinta reunión. – Vandaag heb ik mijn vijfde vergadering.

Stap 6 – Snelle beslisregel: zo kies je de juiste vorm

  1. Bepaal het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
    • mannelijk: el piso, el día, el capítulo…
    • vrouwelijk: la planta, la reunión, la clase…
  2. Bepaal enkelvoud of meervoud.
  3. Kies het rangtelwoord dat je nodig hebt (1–10).
  4. Pas de uitgang aan:
    • mannelijk ev: -o (of korte vorm bij 1 en 3)
    • vrouwelijk ev: -a
    • mannelijk mv: -os
    • vrouwelijk mv: -as
  5. Plaats het rangtelwoord vóór het zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden volgens de stappen

  • “derde verdieping” → planta (v, ev) → tercera planta.
  • “eerste dag” → día (m, ev) → korte vorm → primer día.
  • “vijfde hoofdstukken” → capítulos (m, mv) → quintos capítulos.

Stap 7 – Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • 1. Primero/tercero niet verkorten
    • el primero pisoel primer piso
    • el tercero capítuloel tercer capítulo
  • 2. Verkeerd geslacht
    • la segundo plantala segunda planta
    • el cuarta díael cuarto día
  • 3. Rangtelwoord achter het zelfstandig naamwoord zetten
    • el piso tercero (informeel soms gehoord, maar niet A1-standaard)
    • el tercer piso is de vorm die je nu moet gebruiken.

Praktische tip: zeg in je hoofd steeds: rangtelwoord + zelfstandig naamwoord, niet andersom.

Stap 8 – Kun je dit nu zelfstandig?

Controleer of je deze vragen voor jezelf kunt beantwoorden.

  1. Kun je 1–10 in het Spaans als rangtelwoord zeggen?
  2. Weet je wanneer je primer / tercer moet gebruiken?
  3. Kun je voor elk zelfstandig naamwoord de juiste -o / -a / -os / -as kiezen?
  4. Weet je dat je vanaf 11 gerust het cijfer mag gebruiken?

Als je dit kunt, kun je in een gebouw al heel veel zeggen:

  • “La reunión es en la cuarta planta.”
  • “Mi oficina está en el segundo piso.”
  • “Hoy es mi décima clase de español.”

Kom je er toch even niet uit? Ga dan rustig de beslisregel uit stap 6 langs. Dat helpt bijna altijd.

  1. Ze worden gebruikt om de positie van een element in een reeks aan te geven.
  2. Rangtelwoorden moeten in geslacht en getal overeenkomen met het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen.
  3. Vanaf 11 worden de hoofdtelwoorden vaker gebruikt dan de rangtelwoorden.
Número (Getal)Masculino (Mannelijk)Femenino (Vrouwelijk)
1º / 1ªPrimeroPrimera
2º / 2ªSegundoSegunda
3º / 3ªTerceroTercera
4º / 4ªCuartoCuarta
5º / 5ªQuintoQuinta
6º / 6ªSextoSexta
7º / 7ªSéptimoSéptima
8º / 8ªOctavoOctava
9º / 9ªNovenoNovena
10º / 10ªDécimoDécima

Uitzonderingen!

  1. "Primero" y "tercero" pierden la "o" final delante de los sustantivos masculinos singulares.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. La oficina de marketing está en el ___ piso, al lado del ascensor.

Het marketingkantoor is op de ___ verdieping, naast de lift.)

2. Mi despacho está en la ___ planta, puerta 3.

Mijn kantoor is op de ___ verdieping, deur 3.)

3. Tú hablas en el ___ punto del orden del día.

Jij spreekt bij het ___ agendapunt.)

4. Las jornadas están en la ___ sala, al fondo del pasillo.

De sessies zijn in ___ zaal zeven, achteraan in de gang.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het juiste rangtelwoord (eerste, tweede, derde, enz.) zodat ze grammaticaal correct zijn.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. El piso 1 está a la derecha.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El primer piso está a la derecha.
    (De eerste verdieping is aan de rechterkant.)
  2. Tengo una reunión en la planta 3.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Tengo una reunión en la tercera planta.
    (Ik heb een vergadering op de derde verdieping.)
  3. Vivo en el apartamento 5.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Vivo en el quinto apartamento.
    (Ik woon in het vijfde appartement.)
  4. Nuestra oficina está en la 2ª planta.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Nuestra oficina está en la segunda planta.
    (Ons kantoor is op de tweede verdieping.)
  5. Mi mesa es la 1 mesa a la izquierda.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mi mesa es la primera mesa a la izquierda.
    (Mijn bureau is het eerste bureau links.)
  6. Pedro es el 3 jefe del departamento.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Pedro es el tercer jefe del departamento.
    (Pedro is de derde baas van de afdeling.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je klasgenoot om de kamer te vinden met behulp van ordinale cijfers.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Estás en un edificio de oficinas y buscas la sala para una reunión importante.
(Je bent in een kantoorgebouw en zoekt de zaal voor een belangrijke vergadering.)

Bespreek
  • ¿En qué piso es la reunión y por qué eligieron esa sala? (Op welke verdieping is de vergadering en waarom hebben ze die zaal gekozen?)
  • Describe qué hay en el primer, segundo y tercer piso del edificio. (usa ordinales) (Beschrijf wat er op de eerste, tweede en derde verdieping van het gebouw is. (gebruik rangtelwoorden))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • el primer piso / la primera planta (de eerste verdieping / de eerste etage)
  • el segundo piso / la segunda sala (de tweede verdieping / de tweede zaal)
  • el tercer piso / la tercera reunión del día (de derde verdieping / de derde vergadering van de dag)

Gebruik in gesprek
  • ¿En qué piso está la sala? Está en el tercer piso. (Op welke verdieping is de zaal? De zaal is op de derde verdieping.)
  • La entrevista es el sexto; la reunión es la primera del día. (Het sollicitatiegesprek is de zesde; de vergadering is de eerste van de dag.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage