Ejercicio: Gespreksoefening
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
- ¿Puedes nombrar las estaciones y los meses? (Kun je de seizoenen en maanden noemen?)
- ¿Cómo es el clima en cada estación? (Hoe is het weer in elk seizoen?)
- ¿Qué meses hay en cada estación? (Welke maanden horen bij elk seizoen?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Oefening: Schrijfopdracht (AI+)
Instructie: Schrijf 4 of 5 regels over in welke maand van het jaar je het liefst op vakantie gaat en wat voor weer het normaal is in dat seizoen. (AI+)
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Nuttige uitdrukkingen:
Mi estación favorita es… / Prefiero ir de vacaciones en… / Hace calor / Hace frío / Llueve / Hace sol / Me gusta porque… / No me gusta porque…