Los adverbios de tiempo dan información sobre el momento específico, la duración o la frecuencia de una acción en el tiempo.

(Tijdsbepalende bijwoorden geven informatie over het specifieke moment, de duur of de frequentie van een handeling in de tijd.)

Wat zijn bijwoorden van tijd in het Spaans?

Bijwoorden van tijd (adverbios de tiempo) geven aan wanneer iets gebeurt.

  • Ahora – nu
  • Antes – voor(af), eerder
  • Después – na, daarna
  • Luego – later, daarna
  • Ya – al, al eens
  • Todavía – nog, nog niet
  • Hoy – vandaag
  • Mañana – morgen
  • Temprano – vroeg
  • Tarde – laat

Met deze woorden kun je je dag beschrijven, plannen maken en vertellen wat je al gedaan hebt of nog niet.

Waar zet je het bijwoord: begin of einde van de zin?

In het Spaans kun je het bijwoord van tijd meestal op twee plaatsen zetten:

  • vooraan in de zin → je legt extra nadruk op het moment
  • achteraan in de zin → het is extra informatie, minder nadruk
Plaats Voorbeeld Gevoel / functie
Begin Ahora pinto un cuadro. De focus ligt op nu.
Einde Pinto un cuadro ahora. “Nu” is minder belangrijk, gewoon extra info.
Begin Mañana voy a sacar fotos. Je benadrukt: morgen.
Einde Voy a sacar fotos mañana. Neutrale zin, natuurlijk Spaans.

Zelfcheck:

  • Wil ik het tijdstip benadrukken? → zet het bijwoord vooraan.
  • Wil ik vooral de activiteit noemen? → zet het bijwoord achteraan.

Antes / después: vaak met een extra stukje erachter

Antes en después staan heel vaak met de + infinitief (het hele werkwoord):

  • Antes de ir al parque, veo una película.
    Voordat ik naar het park ga, kijk ik een film.
  • Después de escuchar música, vamos a la biblioteca.
    Na muziek luisteren gaan we naar de bibliotheek.

Structuur:

  • antes de + infinitief (antes de ir, antes de cenar, antes de trabajar)
  • después de + infinitief (después de comer, después de estudiar)

Je kunt antes en después ook los gebruiken, maar dan is de betekenis algemener, meer als “eerst / later”:

  • Primero trabajo y después descanso.
  • Antes veo el correo y luego empiezo la reunión.

Luego, después, mañana…: volgorde in de tijd

Met een paar bijwoorden kun je heel gemakkelijk een tijdlijn maken. Handig in gesprekken:

  1. Antes (de) – eerst, daarvoor
  2. Ahora – nu
  3. Luego / después – daarna, later
  4. Hoy – vandaag
  5. Mañana – morgen
  6. Temprano – vroeg (op de dag)
  7. Tarde – laat (op de dag)

Voorbeelden in natuurlijke volgorde:

  • Temprano leo las noticias. (Ik lees vroeg het nieuws.)
  • Hoy trabajo en casa. (Vandaag werk ik thuis.)
  • Luego hago deporte. (Later sport ik.)
  • Tarde no escucho música. (Laat op de avond luister ik geen muziek.)

Speciaal: ya en todavía met pretérito perfecto

Voor A1 is één combinatie vooral belangrijk, omdat je die in gesprekken heel vaak nodig hebt:

  • ya + pretérito perfecto → “ik heb al … (gedaan)”
  • todavía (no) + pretérito perfecto → “ik heb (nog) niet … (gedaan)”

Pretérito perfecto is de vorm met haber + voltooid deelwoord (he comido, hemos hablado, etc.).

Bijwoord Basisstructuur Voorbeeld Betekenis
Ya ya + haber + participio Ya hemos leído este libro. We hebben dit boek al gelezen.
Todavía no todavía no + haber + participio Todavía no he escuchado esta música. Ik heb deze muziek nog niet geluisterd.

Typische fouten om te vermijden:

  • *Ya escucho esta música.*Ya he escuchado esta música.
  • *Todavía no escucho esta música.* (kan soms, maar is dan tegenwoordige tijd) → voor “ik heb nog niet geluisterd” zeg je: Todavía no he escuchado esta música.

Praktische tip voor gesprekken:

  • Vraag: ¿Ya has visitado el museo? – Heb je het museum al bezocht?
  • Antwoord positief: Sí, ya he visitado el museo.
  • Antwoord negatief: No, todavía no he visitado el museo.

Plaats van ya en todavía in de zin

Bij pretérito perfecto staan ya en todavía (no) meestal vóór de werkwoordsvorm van haber:

  • Ya he enviado el correo. (Ik heb de mail al verstuurd.)
  • Todavía no hemos hablado con la jefa. (We hebben nog niet met de chef gesproken.)

Andere, minder gebruikte plaatsen zijn mogelijk, maar voor A1 kun je deze regel aanhouden:

  • ya / todavía (no) + haber + participio

Stap-voor-stap: zelf zinnen bouwen

  1. Kies het bijwoord van tijd
    • Nu? → ahora
    • Voor / na iets? → antes (de), después (de)
    • Later op de dag? → luego
    • Vandaag / morgen? → hoy, mañana
    • Al gedaan / nog niet gedaan? → ya, todavía (no)
  2. Kies de tijd:
    • Voor gewoontes of plannen → presente (dibujo, leo, voy)
    • Voor “al gedaan / nog niet gedaan” → pretérito perfecto (he visto, hemos hablado)
  3. Zet het bijwoord op de juiste plaats
    • Bij gewone bijwoorden (ahora, hoy, mañana, luego…): begin of einde van de zin.
    • Bij ya / todavía met pretérito perfecto: voor de vorm van haber.

Voorbeelden die je kunt gebruiken als model:

  • Ahora trabajo en la oficina. / Trabajo en la oficina ahora.
  • Hoy estudio español. / Estudio español hoy.
  • Antes de cenar, leo las noticias.
  • Después de trabajar, hago deporte.
  • Ya he comido. / Todavía no he comido.

Korte zelftest: begrijp je het?

Beantwoord voor jezelf (hardop of op papier):

  1. Kun je één zin maken met ahora aan het begin en één met ahora aan het eind?
    • Bijvoorbeeld: Ahora escribo un email. / Escribo un email ahora.
  2. Kun je een zin maken met antes de + infinitief en een met después de + infinitief?
    • Bijvoorbeeld: Antes de trabajar, tomo un café.
    • Después de trabajar, veo una serie.
  3. Kun je een vraag en twee antwoorden maken met ya en todavía no?
    • Bijvoorbeeld: ¿Ya has leído el informe?
    • Sí, ya he leído el informe.
    • No, todavía no he leído el informe.

Kun je dit zonder moeite? Dan ben je klaar om deze bijwoorden actief in gesprekken te gebruiken.

  1. Tijdsbepalende bijwoorden staan aan het begin van de zin wanneer je de tijd wilt benadrukken. Por ejemplo "Ahora escucho la música."
  2. Tijdsbepalende bijwoorden staan aan het einde van de zin wanneer ze alleen extra informatie geven of wanneer de nadruk op de tijd minder is. Por ejemplo: "Escribo sobre música hoy."
Adverbio de tiempo (Tijdbijwoord)Ejemplo (Voorbeeld)
Ahora (Nu)Ahora pinto un cuadro. (Nu schilder ik een schilderij.)
Antes (Vooraf / Eerst)Antes de ir al parque veo una película. (Voordat ik naar het park ga, kijk ik een film.)
Después (Daarna / Nadien)Después de escuchar música vamos a la biblioteca. (Daarna, na het luisteren naar muziek, gaan we naar de bibliotheek.)
Luego (Later / Vervolgens)Luego doy un paseo. (Later maak ik een wandeling.)
Ya (Al)Ya hemos leído este libro. (We hebben dit boek al gelezen.)
Todavía (Nog / Nog steeds)Todavía no he escuchado esta música. (Ik heb deze muziek nog niet geluisterd.)
Hoy (Vandaag)Hoy dibujo durante una hora. (Vandaag teken ik een uur lang.)
Mañana (Morgen)Mañana voy a sacar muchas fotos. (Morgen ga ik veel foto’s maken.)
Temprano (Vroeg)Temprano leo el libro para la escuela. (Vroeg lees ik het boek voor school.)
Tarde (Laat)Tarde en la noche, no escucho música. (Laat op de avond luister ik geen muziek.)

Uitzonderingen!

  1. Met "ya" en "todavía" gebruiken we de pretérito perfecto. Por ejemplo: "Ya hemos sacado fotos en el museo."

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Hoy tengo poco tiempo libre, pero ___ leo un libro en la sala de profesores.

Vandaag heb ik weinig vrije tijd, maar ___ lees ik een boek in de lerarenkamer.)

2. Primero vemos una película y ___ escuchamos un poco de música en casa.

Eerst kijken we een film en ___ luisteren we thuis naar wat muziek.)

3. ___ he sacado muchas fotos con mi nueva cámara.

___ heb ik al veel foto’s gemaakt met mijn nieuwe camera.)

4. ___ no escucho música porque primero trabajo, y luego dibujo un poco.

___ luister ik nog geen muziek omdat ik eerst werk, en daarna teken ik even.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met het aangegeven tijdsbepalend bijwoord tussen haakjes (nu, eerder, daarna, vervolgens, al, nog, vandaag, morgen, vroeg, laat).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (ahora) Voy al gimnasio por la mañana.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ahora voy al gimnasio.
    (Ik ga 's ochtends naar de sportschool.)
  2. Hint Hint (antes) Cenamos y miramos una serie.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Antes de cenar miramos una serie.
    (Voor het eten kijken we een serie.)
  3. Hint Hint (después) Hablo con mi jefe. Mando el informe por correo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Después de hablar con mi jefe, mando el informe por correo.
    (Na het praten met mijn baas stuur ik het rapport per e‑mail.)
  4. Hint Hint (luego) Trabajo hasta las seis. Tomo un café con un amigo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Trabajo hasta las seis y luego tomo un café con un amigo.
    (Ik werk tot zes en daarna ga ik met een vriend een koffie drinken.)
  5. Hint Hint (todavía) No he visitado el museo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Todavía no he visitado el museo.
    (Ik heb het museum nog niet bezocht.)
  6. Hint Hint (ya) He enviado el formulario de inscripción al curso de español.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ya he enviado el formulario de inscripción al curso de español.
    (Ik heb het inschrijfformulier voor de Spaanse cursus al opgestuurd.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Werk in tweetallen en leg uit wat jullie nu, voor en na het werk doen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En la pausa del trabajo hablas con un compañero sobre vuestros pasatiempos.
(Tijdens de werkpauze praat je met een collega over jullie hobby's.)

Bespreek
  • ¿Qué haces ahora en tu tiempo libre? Describe una actividad. (Wat doe je nu in je vrije tijd? Beschrijf een activiteit.)
  • Antes del trabajo o después, ¿qué pasatiempos tienes normalmente? ¿Cuáles y por qué? Usa adverbios de tiempo en tus respuestas. (Voor het werk of daarna: welke hobby's heb je gewoonlijk? Welke en waarom? Gebruik tijdsbepalingen in je antwoorden.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ahora escucho música; luego leo un libro. (Ahora escucho música; luego leo un libro.)
  • Antes del trabajo saco fotos; después dibujo un poco. (Antes del trabajo saco fotos; después dibujo un poco.)
  • Hoy ya he visto una película; todavía no he leído el libro. (Hoy ya he visto una película; todavía no he leído el libro.)

Gebruik in gesprek
  • Usar ahora, antes, después, luego, hoy, mañana en frases completas (Gebruik ahora, antes, después, luego, hoy, mañana in volledige zinnen)
  • Colocar ya y todavía con el pretérito perfecto (Gebruik ya en todavía met de pretérito perfecto)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage