Leer het Spaanse zelfstandige naamwoordgeslacht met belangrijke uitgangspatronen zoals -o (el libro), -a (la casa), -ción (la canción) en uitzonderingen zoals la mano. Ontdek hoe het lidwoord overeenkomt met het geslacht voor correcte zinnen.
  1. Er zijn mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.
  2. Het lidwoord komt overeen met het geslacht.
GéneroTerminacionesEjemplo 
MasculinoEn -o El libro (De boek)
El perro (De hond)
 En -orEl profesor (De leraar)
El color (De kleur)
FemeninoEn -a La casa (Het huis)
La mesa (De tafel)
 En -ción, -siónLa canción (De lied)
La televisión (De televisie)
 En -dad, -tad, -tudLa ciudad (De stad)
La juventud (De jeugd)
Masculino y/o femeninoEn -e 

El coche (De auto)

La noche (De nacht)

 Terminaciones en consonante, especialmente -l, -n, -r, -s, -zEl árbol (De boom)
La flor (De bloem)

Uitzonderingen!

  1. Er zijn zelfstandige naamwoorden die dezelfde uitgang hebben: "el estudiante" en "la estudiante".
  2. Veelvoorkomende uitzonderingen: la mano, el mapa, el planeta.

Oefening 1: El género de los sustantivos

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

El, La

1.
... mano
(De hand)
2.
... lunes
(De maandag)
3.
... enfermera
(De verpleegster)
4.
... policía
(De politieagent)
5.
... problema
(Het probleem)
6.
... televisión
(De televisie)
7.
... cocinero
(De kok)
8.
... planeta
(De planeet)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. __ casa es grande y bonita.

(__ huis is groot en mooi.)

2. __ libro está sobre la mesa.

(__ boek ligt op de tafel.)

3. Tengo __ amigos en Madrid.

(Ik heb __ vrienden in Madrid.)

4. Quiero comprar __ camisa nueva.

(Ik wil __ nieuw overhemd kopen.)

5. __ estudiantes llegan a tiempo a la clase.

(__ studenten komen op tijd in de klas aan.)

6. Busco __ profesor de español.

(Ik zoek __ Spaanse leraar.)

El género de los sustantivos – Een introductie

In deze les leer je alles over het geslacht van zelfstandige naamwoorden (sustantivos) in het Spaans. Het is een fundamenteel onderdeel van de taal, omdat het bepaalt welk bepaald lidwoord (el of la) en andere grammaticale aanpassingen je gebruikt.

Wat leer je in deze les?

  • Herkennen van mannelijk en vrouwelijk woordgeslacht.
  • De meest voorkomende uitgangen die wijzen op het geslacht.
  • Uitzonderingen en speciale gevallen.
  • Het belang van het juiste lidwoord bij zelfstandige naamwoorden.

De basisregels van het geslacht

Zelfstandige naamwoorden in het Spaans zijn ofwel mannelijk of vrouwelijk. Het lidwoord dat erbij hoort moet overeenkomen met het geslacht.

Mannelijke uitgangen

  • -o: El libro (het boek), El perro (de hond)
  • -or: El profesor (de leraar), El color (de kleur)

Vrouwelijke uitgangen

  • -a: La casa (het huis), La mesa (de tafel)
  • -ción, -sión: La canción (het lied), La televisión (de televisie)
  • -dad, -tad, -tud: La ciudad (de stad), La juventud (de jeugd)

Woorden die mannelijk en/of vrouwelijk kunnen zijn

  • -e: El coche (de auto), La noche (de nacht)
  • Consonantuitgangen (meestal -l, -n, -r, -s, -z): El árbol (de boom), La flor (de bloem)

Belangrijke opmerkingen en uitzonderingen

Sommige woorden wijken af van de regels, bijvoorbeeld la mano (de hand) is vrouwelijk ondanks zijn uitgang. Ook woorden als el mapa (de kaart) en el planeta (de planeet) zijn mannelijk, ook al eindigen ze op -a.

Verschillen tussen het Spaans en Nederlands met betrekking tot geslacht

In het Nederlands kennen we naast de mannelijke en vrouwelijke geslachten vaak ook het onzijdig geslacht (het-woorden). Het Spaans heeft daarentegen een binaire indeling: mannelijk en vrouwelijk. Hierdoor is het belangrijk om het geslacht van elk woord te leren kennen, omdat het lidwoord en eventuele bijvoeglijke naamwoorden hierop afgestemd moeten worden.

Een voorbeeld ter vergelijking:
De tafel (La mesa) is vrouwelijk in het Spaans, terwijl het in het Nederlands gewoon een 'de'-woord is zonder geslachtsaanduiding. Ook woorden als het boek vertalen naar el libro (mannelijk), waarbij het lidwoord verandert.

Handige woorden en uitdrukkingen om te onthouden

  • El (mannelijk bepaald lidwoord) – vertaalt naar 'de' voor mannelijke zelfstandige naamwoorden.
  • La (vrouwelijk bepaald lidwoord) – vertaalt naar 'de' voor vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.
  • Un / Una (onzijdig onbepaald lidwoord) – 'een', voor respectievelijk mannelijk en vrouwelijk.
  • Sustantivo (zelfstandig naamwoord) – een belangrijk woordtype om mee te oefenen.

Deze kennis helpt je om zinnen correct te vormen, zoals La casa es grande y bonita (Het huis is groot en mooi) of El libro está sobre la mesa (Het boek ligt op de tafel).

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage