Het geslacht van zelfstandige naamwoorden

El género de los sustantivos


Reconocer el género de los sustantivos.

(Het geslacht van zelfstandige naamwoorden herkennen.)

Wat moet je hier kunnen?

  • Het geslacht van een Spaans zelfstandig naamwoord herkennen: mannelijk (masculino) of vrouwelijk (femenino).
  • Daar het juiste lidwoord bij kiezen: el / la (en in het meervoud los / las).
  • Snappen wanneer je kunt vertrouwen op de woorduitgang en wanneer je moet opletten voor uitzonderingen.

Stap 1: Denk niet in “de/het”, maar in “el/la”

In het Spaans heeft bijna elk zelfstandig naamwoord een vast grammaticaal geslacht.

  • Mannelijkel (mv. los)
  • Vrouwelijkla (mv. las)

Tip: leer nieuwe woorden meteen als combinatie: el libro, la casa. Dan hoef je later niet te gokken.

Stap 2: Snelle “eind-klank” regels (meestal goed)

Als het woord eindigt op… Dan is het vaak… Voorbeeld
-o mannelijk el libro, el perro
-a vrouwelijk la casa, la mesa
-ción, -sión vrouwelijk la canción, la televisión
-dad, -tad, -tud vrouwelijk la ciudad, la juventud
-or mannelijk el profesor, el color

Stap 3: De “lastige” eindes (-e en medeklinker)

Woorden op -e of op een medeklinker kunnen mannelijk óf vrouwelijk zijn. Hier helpt vooral: bewust memoriseren met het lidwoord.

  • el coche maar la noche
  • el árbol maar la flor

Praktisch: zie je een nieuw woord op -e of medeklinker? Zet er in je woordlijst meteen el of la vóór.

Stap 4: Woorden voor personen: soms verandert het geslacht niet

Bij beroepen/personen verwacht je vaak: -o voor mannelijk en -a voor vrouwelijk. Maar soms blijft het woord hetzelfde en verandert alleen het lidwoord.

  • el estudiante (m) / la estudiante (v)

Zelfcheck: Gaat het om een persoon en eindigt het woord niet “typisch” op -o/-a? Kijk dan eerst of alleen het lidwoord wisselt.

Stap 5: Uitzonderingen die je echt vaak ziet

Deze woorden wijken af van wat je op basis van de uitgang verwacht. Leer ze als vaste combinaties:

  • la mano (eindigt op -o maar is vrouwelijk)
  • el mapa (eindigt op -a maar is mannelijk)
  • el planeta (eindigt op -a maar is mannelijk)

Onthoud: bij twijfel is het lidwoord je anker, niet de vertaling.

Stap 6: Snelle controle tijdens het spreken (3 seconden)

  1. Kijk naar het einde: -o? -a? -ción? -dad?
  2. Als het -e of medeklinker is: heb ik dit woord al met el/la geleerd?
  3. Is het een bekende uitzondering? la mano, el mapa, el planeta

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze voorkomt)

  • El casaLa casa (eindigt op -a)
  • La libroEl libro (eindigt op -o)
  • El televisiónLa televisión (op -ción is vrouwelijk)
  • El manoLa mano (uitzondering)
  1. Er zijn mannelijke en vrouwelijke zelfstandige naamwoorden.
  2. Het lidwoord past bij het geslacht.
GéneroTerminacionesEjemplo 
MasculinoEn -o El libro (Het boek)
El perro (De hond)
 En -orEl profesor (De leraar)
El color (De kleur)
FemeninoEn -a La casa (Het huis)
La mesa (De tafel)
 En -ción, -siónLa canción (Het lied)
La televisión (De televisie)
 En -dad, -tad, -tudLa ciudad (De stad)
La juventud (De jeugd)
Masculino y/o femeninoEn -e 

El coche (De auto)

La noche (De nacht)

 Terminaciones en consonante, especialmente -l, -n, -r, -s, -zEl árbol (De boom)
La flor (De bloem)

Uitzonderingen!

  1. Er zijn zelfstandige naamwoorden met dezelfde uitgang: "el estudiante" y "la estudiante".
  2. Veelvoorkomende uitzonderingen: la mano, el mapa, el planeta.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Madrid es ____ capital de España y Berlín es la capital de Alemania.

Madrid is ____ hoofdstad van Spanje en Berlijn is de hoofdstad van Duitsland.

2. Vivo en la ciudad de Valencia, pero mi amigo vive en ____ país de Suiza.

Ik woon in de stad Valencia, maar mijn vriend woont in ____ land Zwitserland.

3. Laura es ____ estudiante italiana y Marco es el estudiante portugués de la clase.

Laura is ____ Italiaanse studente en Marco is de Portugese student van de klas.

4. Soy de Polonia y hablo ____ idioma polaco, pero estudio el idioma español en una escuela.

Ik kom uit Polen en ik spreek ____ Pools, maar ik studeer Spaans op een school.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Corrigeer en herschrijf de zinnen met het juiste bepaalde lidwoord (el / la) volgens het geslacht van het zelfstandige naamwoord.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. El casa es muy grande.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La casa es muy grande.
    (Het huis is erg groot.)
  2. La libro está en la mesa.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El libro está en la mesa.
    (Het boek ligt op de tafel.)
  3. El televisión es nueva.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La televisión es nueva.
    (De televisie is nieuw.)
  4. La profesor es muy simpático.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El profesor es muy simpático.
    (De leraar is erg aardig.)
  5. El mano está fría.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La mano está fría.
    (De hand is koud.)
  6. La mapa de España está en la pared.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El mapa de España está en la pared.
    (De kaart van Spanje hangt aan de muur.)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage