A1.19 - Prijzen en geld
A1.19 - Prijzen en geld

A1.19 - Prijzen en geld - Spreken

Precios y dinero


Ejercicio: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Imagina que estás en el mercado. ¿Qué te gustaría comprar? ¿Cómo pagas? (Stel je voor dat je op de markt bent. Wat zou je willen kopen? Hoe betaal je?)
  2. Nombra y discute los precios. ¿Es barato o caro? Pide un descuento. (Noem en bespreek de prijzen. Is het goedkoop of duur? Vraag om een korting.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen over je laatste aankoop in een supermarkt: welke producten je kocht, hoeveel ze kostten en hoe je de rekening betaalde. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

El producto cuesta … euros. / Para mí es barato / es caro. / Pago con tarjeta / en efectivo. / Compré mucho / compré poco en el supermercado.