Leer in deze les de Spaanse uitdrukkingen voor verplichtingen: 'Hay que' (onpersoonlijke verplichting), 'Tener que' (persoonlijke verplichting) en 'Deber' (morele verplichting). Bijvoorbeeld: 'Hay que usar', 'Tengo que comprar', 'Debemos agregar'.
ExpresiónFormaciónUsoEjemplo
Haber que (Moet)Hay que + infinitivoObligación impersonal, general (Onpersoonlijke, algemene verplichting)Hay que usar la harina correcta para el pastel. (Je moet het juiste meel voor de cake gebruiken.)
Tener que (Moeten)Tener (conjugado) + que + infinitivoObligación personal (Persoonlijke verplichting)Tengo que comprar el aceite. (Ik moet de olie kopen.)
Deber (moeten)Deber (conjugado) + infinitivoObligación moral, recomendación fuerte (Morele verplichting, sterke aanbeveling)Debemos agregar la mantequilla. (We moeten de boter toevoegen.)

Oefening 1: Obligaciones - "Hay que, tener que, deber"

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

Tengo que, Debemos, Debes, Tienes que, Hay que

1.
... comprar el azúcar para la receta.
(Ik moet de suiker voor het recept kopen.)
2.
... picar la cebolla para preparar la salsa.
(Je moet de ui snijden om de saus te bereiden.)
3.
... cocinar los tomates a baja temperatura.
(Je moet de tomaten op lage temperatuur koken.)
4.
... usar harina para hacer pan.
(Je moet bloem gebruiken om brood te maken.)
5.
... batir la nata.
(Je moet de slagroom kloppen.)
6.
... agregar el aceite a la mezcla.
(We moeten de olie aan het mengsel toevoegen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. _____ usar la harina correcta para hacer un buen pastel.

(_____ het juiste meel gebruiken om een goede taart te maken.)

2. _____ comprar aceite para cocinar esta receta.

(_____ olie kopen om dit recept te koken.)

3. _____ mezclar la mantequilla con el azúcar antes de hornear.

(_____ de boter met de suiker mixen voordat we bakken.)

4. _____ pelar la cebolla antes de cocinarla.

(_____ de ui pellen voordat je hem kookt.)

5. _____ agregar ajo para dar más sabor al plato.

(_____ knoflook toevoegen om meer smaak aan het gerecht te geven.)

6. _____ seguir la receta para preparar las tapas caseras.

(_____ het recept volgen om de zelfgemaakte tapas te bereiden.)

Les: Verplichtingen in het Spaans - "Hay que, tener que, deber"

Deze les behandelt de uitdrukkingen voor het uitdrukken van verplichtingen in het Spaans, gericht op beginners (niveau A1). Je leert drie belangrijke constructies die aangeven wat je moet doen: hay que, tener que, en deber.

Overzicht van de uitdrukkingen

  • Hay que + infinitief: drukt een algemene, onpersoonlijke verplichting uit. Bijvoorbeeld: Hay que usar la harina correcta para el pastel.
  • Tener que (vervoegd) + que + infinitief: geeft een persoonlijke verplichting aan. Bijvoorbeeld: Tengo que comprar el aceite.
  • Deber (vervoegd) + infinitief: wordt gebruikt voor morele verplichtingen of sterke aanbevelingen. Bijvoorbeeld: Debemos agregar la mantequilla.

Belangrijke woorden en uitdrukkingen

  • usar: gebruiken
  • comprar: kopen
  • agregar: toevoegen
  • tener: hebben, maar hier als hulpwerkwoord
  • deber: moeten, dienen

Verschillen tussen Spaans en Nederlands

In het Spaans worden verplichtingen vaker met verschillende werkwoordconstructies uitgedrukt dan in het Nederlands. Waar je in het Nederlands vaak gewoon 'moeten' gebruikt, kies je in het Spaans tussen hay que voor algemene verplichtingen, tener que voor persoonlijke, en deber voor morele of sterk aanbevolen handelingen.

Voorbeelden in het Nederlands:

  • Je moet bloem gebruiken om een goede taart te maken. - Spaans: Hay que usar la harina correcta para hacer un buen pastel.
  • Ik moet olie kopen om te koken. - Spaans: Tengo que comprar aceite para cocinar esta receta.
  • We moeten boter toevoegen. - Spaans: Debemos agregar la mantequilla.

Let ook op dat het werkwoord deber in het Spaans soms als sterkte aanbeveling klinkt, wat je in het Nederlands niet altijd letterlijk overneemt.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage