La dieta atlántica es una dieta típica del noroeste de España y Portugal.
Het Atlantische dieet is een typisch dieet uit het noordwesten van Spanje en Portugal.

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Woord Vertaling
La dieta Het dieet
El pescado Vis
Se come Men eet
El pan Brood
La carne Vlees
El queso Kaas
Los tomates Tomaten
La dieta atlántica es típica de España y Portugal. (Het Atlantische dieet is typisch voor Spanje en Portugal.)
Es una alimentación natural, saludable y con poca sal. (Het is een natuurlijke, gezonde voeding met weinig zout.)
Los alimentos principales son el pescado y el pan. (De belangrijkste voedingsmiddelen zijn vis en brood.)
También se comen queso, verduras y leche. (Men eet ook kaas, groenten en melk.)
En un día normal, para el desayuno se toma pan con queso y té. (Op een gewone dag neemt men bij het ontbijt brood met kaas en thee.)
Para la comida se come merluza con patatas y ensalada. (Bij de warme maaltijd eet men heek met aardappelen en salade.)
Para la cena se comen huevos con verduras y pan. (Bij het avondeten eet men eieren met groenten en brood.)

1. ¿De qué países es típica la dieta atlántica?

(Uit welke landen is het Atlantische dieet typisch?)

2. ¿Cuáles son los alimentos principales en esta dieta?

(Wat zijn de belangrijkste voedingsmiddelen in dit dieet?)

3. ¿Qué se toma en el desayuno en un día normal?

(Wat neemt men op een gewone dag bij het ontbijt?)

4. ¿Qué se come para la cena?

(Wat eet men bij het avondeten?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Marta es gallega y habla con Pedro de la dieta atlántica

Marta is Galicisch en praat met Pedro over het Atlantische dieet
1. Pedro: ¡Qué bien huele la comida hoy! ¿Qué vas a comer, Marta? (Wat ruikt het eten vandaag lekker! Wat ga je eten, Marta?)
2. Marta: Merluza, como siempre, con patatas y ensalada. (Heek, zoals altijd, met aardappelen en een salade.)
3. Pedro: ¿Otra vez pescado? (Weer vis?)
4. Marta: Claro. Soy gallega y sigo la dieta atlántica. (Natuurlijk. Ik ben Galicisch en ik volg het Atlantische dieet.)
5. Pedro: Ah, es verdad. Leí un artículo sobre esa dieta. ¿Es muy saludable, no? (Ah, dat klopt. Ik las een artikel over dat dieet. Het is heel gezond, toch?)
6. Marta: Sí, es muy natural y con poca sal. Comemos mucho pescado y pan. (Ja, het is heel natuurlijk en met weinig zout. We eten veel vis en brood.)
7. Pedro: ¿Y qué más coméis durante el día? (En wat eten jullie verder gedurende de dag?)
8. Marta: Para desayunar, pan con queso y té. Para la cena, huevos con verduras y pan. (Als ontbijt brood met kaas en thee. ’s Avonds eieren met groenten en brood.)
9. Pedro: Suena muy sano. ¿Y comes así también aquí en Madrid? (Klinkt erg gezond. En eet je hier in Madrid ook zo?)
10. Marta: Más o menos, pero aquí no hay tanto pescado y marisco fresco como en el norte. (Min of meer, maar hier is niet zoveel verse vis en zeevruchten als in het noorden.)
11. Pedro: Ya, me imagino… Allí tenéis el mar al lado. (Ja, dat kan ik me voorstellen… Daar hebben jullie de zee vlakbij.)
12. Marta: Sí, pero bueno. Venga, vamos a comer ya. (Ja, maar goed. Kom, laten we gaan eten.)

1. ¿Qué desayuna Marta?

(Wat ontbijt Marta?)

2. ¿Por qué Marta dice que en Madrid no come igual que en el norte?

(Waarom zegt Marta dat ze in Madrid niet hetzelfde eet als in het noorden?)