Conectar cláusulas usando adverbios permite enlazar ideas en una oración.

(Zinnen verbinden met bijwoorden helpt om ideeën in één zin aan elkaar te koppelen.)

Betekenis: welk verbindingswoord past?

  • entonces = dus / daarom (gevolg)
  • porque = omdat (reden)
  • también = ook (extra informatie)
  • tampoco = ook niet (extra informatie, maar dan negatief)
Snel kiezen Vraag aan jezelf Dan kies je
Gevolg Is dit het resultaat? entonces
Reden Leg ik uit waarom? porque
Toevoeging Komt er “ook” bij? también
Negatieve toevoeging Komt er “ook niet” bij? tampoco

Plaats in de zin (A1: veilig en natuurlijk)

  • Vaak direct vóór het werkwoord of aan het begin van de zin.
  • In spreektaal is dit het meest gebruikelijk en duidelijk.
Connector Voorbeeld (natuurlijk A1)
entonces

El apartamento está cerca del metro, entonces es fácil ir al trabajo.

porque

Quiero alquilar el dúplex porque tiene dos habitaciones.

también

Voy a llamar al casero y también voy a pedir una cita.

tampoco

No quiero reservar el hotel y tampoco quiero firmar el contrato hoy.

De valkuil: porque vs. por qué

  • porque = omdat → geeft een reden:

    Reservo el hotel porque es más barato.

  • ¿por qué? = waarom? → vraag:

    ¿Por qué reservas el hotel?

Negatief met tampoco: dit moet je checken

  • tampoco werkt als ook niet.
  • Er moet al een eerste ontkenning zijn (in dezelfde zin of net ervoor).
  • Correct:

    No quiero alquilar la habitación y tampoco quiero compartir el apartamento.

  • Niet correct (geen eerste ontkenning):

    Quiero alquilar la habitación y tampoco quiero compartir el apartamento.

Mini-stappenplan (zelfcontrole)

  1. Wat is de relatie? gevolg / reden / extra / extra-negatief
  2. Kies het woord: entonces / porque / también / tampoco
  3. Check de ontkenning bij tampoco: staat er al no?
  4. Zet het op een veilige plek: begin van de zin of vóór het werkwoord.

Wat leer je hiermee voor gesprekken?

  • Je kan simpel en duidelijk redenen geven: porque
  • Je kan een gevolg aangeven: entonces
  • Je kan informatie toevoegen: también
  • Je kan vlot twee keer ontkennen: no … y tampoco …
  1. Bijwoorden die zinsdelen verbinden, staan meestal vóór het werkwoord of aan het begin van de zin.
Adverbio (Bijwoord)Ejemplo (Voorbeeld)
EntoncesNosotros queremos alquilar un apartamento, entonces vamos a mirar la urbanización. (Wij willen een appartement huren, dus gaan we de woonwijk bekijken.)
PorqueEllos prefieren reservar el hotel porque la villa es muy cara. (Zij kiezen liever het hotel te boeken omdat de villa erg duur is.)
TambiénComparto la habitación con mi amigo y también vamos a alquilar un dúplex juntos. (Ik deel de kamer met mijn vriend en ook gaan we samen een duplex huren.)
TampocoNo voy a reservar el loft y tampoco quiero alquilar la casa. (Ik ga de loft niet reserveren en ik wil ook niet het huis huren.)

Uitzonderingen!

  1. Bij het gebruik van negatieve bijwoorden zoals "tampoco", moet er een eerste ontkenning in de vorige zin staan. "No quiero alquilar la habitación, y tampoco quiero compartir el apartamento."

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. El apartamento está cerca del metro, ____ es fácil ir al trabajo.

Het appartement ligt vlak bij de metro, ____ is het makkelijk om naar het werk te gaan.)

2. Quiero alquilar el dúplex ____ tiene dos habitaciones.

Ik wil het duplex ____ het twee slaapkamers heeft.)

3. Voy a llamar al casero y ____ voy a pedir una cita para ver la casa.

Ik ga de huisbaas bellen en ____ ik ga een afspraak maken om het huis te bekijken.)

4. No quiero reservar el hotel y ____ quiero firmar el contrato hoy.

Ik wil het hotel niet boeken en ____ wil ik het contract vandaag niet ondertekenen.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Maak van de twee zinnen één enkele zin met de aangegeven voegwoorden (dus, omdat, ook, ook niet).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Entonces) Quiero alquilar un apartamento. Vamos a ver la urbanización.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quiero alquilar un apartamento, entonces vamos a ver la urbanización.
    (Ik wil een appartement huren, dus bekijken we de woonwijk.)
  2. Hint Hint (Porque) Ellos reservan un hotel. La villa es muy cara.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ellos reservan un hotel porque la villa es muy cara.
    (Zij boeken een hotel omdat de villa erg duur is.)
  3. Hint Hint (También) Quiero un piso con balcón. Quiero un piso cerca del metro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Quiero un piso con balcón y también quiero un piso cerca del metro.
    (Ik wil een appartement met balkon en ik wil ook een appartement nabij de metro.)
  4. Hint Hint (Tampoco) No voy a alquilar el estudio. No voy a alquilar el loft.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    No voy a alquilar el estudio y tampoco voy a alquilar el loft.
    (Ik ga het studio-appartement niet huren en ik ga het loft ook niet huren.)
  5. Hint Hint (Tampoco) No comparto la habitación. No quiero compartir el apartamento.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    No comparto la habitación y tampoco quiero compartir el apartamento.
    (Ik deel de kamer niet en ik wil het appartement ook niet delen.)
  6. Hint Hint (Entonces) Necesito más información. Llamo al propietario.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Necesito más información, entonces llamo al propietario.
    (Ik heb meer informatie nodig, dus bel ik de eigenaar.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Spreek twee minuten: vraag om informatie en beslis of je het gaat reserveren.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Llamas al casero para pedir información sobre un apartamento en la urbanización.
(Je belt de verhuurder om informatie te vragen over een appartement in de woonwijk.)

Bespreek
  • ¿Qué tipo de vivienda prefieres (apartamento, dúplex, loft, villa) y por qué? (Welk soort woning heeft jouw voorkeur (appartement, duplex, loft, villa) en waarom?)
  • ¿Quieres compartir la habitación o prefieres vivir solo/a? Explica tu decisión. (Wil je de kamer delen of geef je de voorkeur aan alleen wonen? Leg je keuze uit.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Quiero alquilar un apartamento, ¿entonces podemos verlo esta semana? (Ik wil een appartement huren; kunnen we het deze week bezichtigen?)
  • Prefiero reservar el hotel porque la villa es muy cara. (Ik reserveer liever het hotel, omdat de villa erg duur is.)
  • Busco una habitación y también un apartamento cerca del trabajo. (Ik zoek een kamer en ook een appartement dichtbij mijn werk.)

Gebruik in gesprek
  • entonces (dus)
  • porque (omdat)
  • también (ook)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage