Para formar el pretérito perfecto , se conjuga el verbo "haber" seguido del participio perfecto.

(Om de pretérito perfecto te vormen, wordt het werkwoord "haber" vervoegd, gevolgd door het voltooid deelwoord.)

Wat is het pretérito perfecto en wanneer gebruik je het?

  • Het pretérito perfecto is een Spaanse tegenwoordige voltooide tijd.
  • In het Nederlands lijkt het op: ik heb gegeten, ik ben geweest.

In de praktijk gebruik je het pretérito perfecto vooral voor:

  • Acties die net gebeurd zijn
    He reservado una mesa. – Ik heb een tafel gereserveerd (zojuist / kort geleden).
  • Acties in een nog lopende periode (vandaag, deze week, dit jaar …)
    Hoy he comido en un restaurante italiano. – Vandaag heb ik in een Italiaans restaurant gegeten.
  • Ervaring tot nu toe
    He probado muchos vinos españoles. – Ik heb veel Spaanse wijnen geproefd (in mijn leven tot nu toe).

Let op: Als de periode duidelijk afgesloten is (gisteren, vorig jaar, in 2010), gebruik je meestal een verleden tijd zoals indefinido (dat komt later in je cursus).

De basisvorm: haber + participio

Het pretérito perfecto bestaat altijd uit twee delen:

  1. de persoonsvorm van haber
  2. het participio (voltooid deelwoord) van het hoofdwerkwoord
Persoon Haber Participio van tomar Voorbeeld
yo he tomado He tomado un café.
has Has tomado una bebida.
él / ella / usted ha Ha tomado el menú.
nosotros/-as hemos Hemos tomado el postre.
vosotros/-as habéis Habéis tomado un vino.
ellos / ellas / ustedes han Han tomado tapas.
  • Alleen haber verandert per persoon.
  • Het participio (tomado) blijft altijd hetzelfde bij alle personen.

Hoe maak je het participio van regelmatige werkwoorden?

Voor regelmatige werkwoorden is er één heel eenvoudige regel:

  • Werkwoorden op -ar: stam + -ado
  • Werkwoorden op -er of -ir: stam + -ido
Infinitief Stam Participio Vertaling
tomar tom- tomado genomen / gedronken
hablar habl- hablado gepraat
comer com- comido gegeten
beber beb- bebido gedronken
vivir viv- vivido gewoond / geleefd

Belangrijk: het participio is onveranderlijk:

  • he comido
  • has comido
  • han comido

Nooit: hemos comida, han comidos.

Onregelmatige participios: de klassiekers om te kennen

Een aantal veelgebruikte werkwoorden hebben een onregelmatig participio.

Infinitief Participio Voorbeeld
escribir escrito He escrito un correo al restaurante.
abrir abierto Hemos abierto un nuevo restaurante.
hacer hecho Ella ha hecho la reserva.
decir dicho He dicho la verdad.
ver visto Han visto el menú del día.
romper roto He roto el vaso.
  • Leer deze vormen een paar keer hardop.
  • Je komt ze vaak tegen in alledaagse gesprekken.

Veelgemaakte fouten (en hoe je ze snel herkent)

Sprekers van het Nederlands maken vaak dezelfde fouten. Gebruik deze lijst als snelle check.

  • 1. Haber weglaten
    *Tomado un café.
    He tomado un café.
  • 2. Persoon verwarren bij haber
    *Él he comido
    ✓ Él ha comido.
    *Nosotros ha reservado
    ✓ Nosotros hemos reservado.
  • 3. Participio als infinitief schrijven
    *He comer paella.
    ✓ He comido paella.
  • 4. Foute "verbeteringen" van participios
    *he escribido → ✓ he escrito
    *hemos abrido → ✓ hemos abierto
  • 5. Participio laten wijzigen in geslacht/meervoud
    *Nosotras hemos cansadas.
    ✓ Nosotras hemos cansado mucho.
    (Het bijvoeglijk naamwoord kan veranderen, het participio van de tijdsvorm niet.)

Signaalwoorden: wanneer denk je aan pretérito perfecto?

Bepaalde woorden zijn een signaal om aan het pretérito perfecto te denken.

  • Hoy – vandaag
    Hoy he tomado un café fuera.
  • Esta mañana / esta tarde / esta noche – deze ochtend / middag / avond
    Esta mañana he hablado con el camarero.
  • Esta semana / este mes / este año
    Esta semana hemos comido dos veces fuera.
  • Alguna vez / nunca / todavía no – ooit / nooit / nog niet
    ¿Has probado alguna vez tapas?
    Todavía no he reservado la mesa.

Zie je zo’n woord en is de periode nog bezig? Dan is pretérito perfecto meestal de juiste keuze.

Stap-voor-stap: zo bouw je zelf een zin

Gebruik dit kleine stappenplan elke keer dat je een zin in het pretérito perfecto wilt maken.

  1. Kies het onderwerp
    yo, tú, él, ella, nosotros, vosotros, ellos …
  2. Kies de juiste vorm van haber
    yo → he
    tú → has
    él/ella/usted → ha
    nosotros → hemos
    vosotros → habéis
    ellos/ustedes → han
  3. Maak het participio van het hoofdwerkwoord
    tomar → tomado
    comer → comido
    vivir → vivido
    abrir → abierto, etc.
  4. Zet ze meteen achter elkaar
    he + comido, hemos + reservado
  5. Vul de rest van de zin in
    plaats, tijd, objecten …

Voorbeeld:

  • Ik (yo) + heb (he) + een pizza eten (comer) vandaag (hoy) in het restaurant.
    Hoy he comido una pizza en el restaurante.

Plaats van bijwoorden: "ya", "todavía no", "nunca"

Bijwoorden zoals ya, todavía no, nunca, siempre staan meestal tussen haber en het participio.

  • Ya – al
    Ya he pedido la bebida. – Ik heb de drank al besteld.
  • Todavía no – nog niet
    Todavía no he pagado. – Ik heb nog niet betaald.
  • Nunca – nooit (tot nu toe)
    Nunca he comido aquí. – Ik heb hier nog nooit gegeten.

Onthoud de structuur:

haber + (ya / nunca / todavía no) + participio

Snelle zelfcheck: begrijp je het systeem?

Loop deze vragen na. Als je overal "ja" op kunt zeggen, beheers je de basis.

  1. Kan ik voor elk onderwerp de juiste vorm van haber kiezen (he, has, ha, hemos, habéis, han)?
  2. Kan ik van een regelmatig werkwoord op -ar het participio maken met -ado (tomar → tomado)?
  3. Kan ik van een regelmatig werkwoord op -er / -ir het participio maken met -ido (comer → comido, vivir → vivido)?
  4. Herken ik de belangrijkste onregelmatige participios (abierto, escrito, hecho, dicho, visto, roto)?
  5. Weet ik dat het participio niet verandert in geslacht of aantal (altijd comido, nooit comida als deel van deze tijdsvorm)?
  6. Herken ik signaalwoorden als hoy, esta semana, todavía no, nunca en denk ik dan aan het pretérito perfecto?

Twijfel je nog bij één van deze punten? Neem dan vooral nog eens:

  • de tabel met haber door,
  • de lijst met onregelmatige participios,
  • of maak een paar eigen voorbeeldzinnen uit je dagelijkse werk- en privéleven.

Hoe vaker je in je hoofd denkt: "heb + ge-" in het Nederlands, hoe makkelijker je automatisch naar haber + participio in het Spaans overschakelt.

  1. Het wordt gebruikt voor handelingen die recent hebben plaatsgevonden of die wel gebeurd zijn, maar nog niet zijn afgelopen.
  2. Het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden wordt gevormd door de uitgangen "-ado" , (verbos en "-ar") of " -ido" (para los verbos en "-er" e "-ir") toe te voegen.
  3. Het voltooid deelwoord is onveranderlijk. Het is hetzelfde voor alle persoonlijke voornaamwoorden.
Conjugación de "haber" (Vervoeging van "haber")Participio  (Voltooid deelwoord)Ejemplo (Voorbeeld)
Yo hetomadoHe tomado una bebida en el bar. (Ik heb een drankje in de bar genomen.)
Tú hasHas tomado el menú en el restaurante. (Jij hebt de menukaart in het restaurant gepakt.)
Él/ella haHa tomado un plato en la pizzería. (Hij/zij heeft een gerecht in de pizzeria genomen.)
Nosotros/-as hemosHemos tomado el postre en la cafetería. (Wij hebben het dessert in de cafetaria genomen.)
Vosotros/-as habéisHabéis tomado un café en el restaurante. (Jullie hebben een koffie in het restaurant gedronken.)
Ellos/-as hanHan tomado la bebida que les gustaba. (Zij hebben het drankje genomen dat ze lekker vonden.)

Uitzonderingen!

  1. Sommige voltooid deelwoorden zijn onregelmatig. Bijvoorbeeld: "escribir - escrito, abrir - abierto, hacer - hecho, decir - dicho, ver- visto, romper - roto" .

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Hoy ___ un café y una tostada en la barra antes de trabajar.

Vandaag ___ aan de bar een koffie en een toast voordat ik ging werken.)

2. Nosotros ___ una mesa para cuatro a las nueve.

Wij ___ een tafel voor vier voor negen uur.)

3. Perdona, todavía no ___ la bebida.

Sorry, ik ___ het drankje nog niet.)

4. Vosotros ___ una buena propina al camarero.

Jullie ___ de ober een goede fooi.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen in de voltooid tegenwoordige tijd met het werkwoord tussen haakjes, zoals in het voorbeeld: Yo (tomar) una bebida en el bar. → He tomado una bebida en el bar.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Nosotros (comer) en un restaurante italiano esta noche.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hemos comido en un restaurante italiano esta noche.
    (Hemos comido en un restaurante italiano esta noche.)
  2. Yo (abrir) una botella de vino para la cena.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    He abierto una botella de vino para la cena.
    (He abierto una botella de vino para la cena.)
  3. Ellos (ver) el menú del día en la pizarra.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Han visto el menú del día en la pizarra.
    (Han visto el menú del día en la pizarra.)
  4. Tú (reservar) una mesa para cuatro personas.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Has reservado una mesa para cuatro personas.
    (Has reservado una mesa para cuatro personas.)
  5. Vosotros (escribir) un correo al restaurante.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Habéis escrito un correo al restaurante.
    (Habéis escrito un correo al restaurante.)
  6. Ella (hacer) una llamada para cambiar la hora de la reserva.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ha hecho una llamada para cambiar la hora de la reserva.
    (Ha hecho una llamada para cambiar la hora de la reserva.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Vertel als stel wat je vandaag hebt genomen en wat je nu wilt bestellen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Estás en un restaurante nuevo y hablas con un amigo sobre el menú.
(Je bent in een nieuw restaurant en praat met een vriend over het menu.)

Bespreek
  • ¿Qué has tomado hoy para comer o beber, en casa o fuera? (Wat heb je vandaag gegeten of gedronken, thuis of buiten de deur?)
  • En este restaurante, ¿qué plato o bebida no has probado todavía? ¿Por qué? (In dit restaurant: welk gerecht of drankje heb je nog niet geprobeerd? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Hoy he tomado una bebida en el bar. (Vandaag heb ik een drankje in de bar gehad.)
  • Todavía no he tomado el postre; quiero ver el menú. (Ik heb het nagerecht nog niet gehad; ik wil het menu bekijken.)
  • ¿Has tomado ya algo en esta pizzería o en este restaurante? (Heb je hier in deze pizzeria of in dit restaurant al iets genomen?)

Gebruik in gesprek
  • yo he + participio (yo he + participio)
  • tú has + participio (tú has + participio)
  • nosotros hemos + participio (nosotros hemos + participio)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage