Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

En el salón hay un sofá y dos sillones. (In de woonkamer staat een bank en twee fauteuils.)
La cama está al lado de la ventana. (Het bed staat naast het raam.)
En mi habitación hay un escritorio pequeño. (In mijn slaapkamer is er een klein bureau.)
La puerta del baño está siempre cerrada. (De badkamerdeur is altijd gesloten.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Anuncio de habitación en alquiler

Vul de lege plekken in: cama, hay, puerta, mesa, sofá, hay, lavabo, armario, escritorio, silla, hay, lámpara

(Advertentie: kamer te huur)

Se alquila una habitación luminosa en un piso compartido cerca del centro. En la habitación una individual, una pequeña y una . Al lado de la cama está una de noche. También un grande para la ropa.

En el piso un salón con y . La del salón está normalmente abierta. La cocina es moderna y la ventana da a un patio tranquilo. El baño es amplio: el está a la izquierda y la ducha al fondo. No hay bañera. El váter está en el mismo baño. El precio incluye agua, luz y wifi.
Te huur: een lichte kamer in een gedeeld appartement vlakbij het centrum. In de kamer staat een eenpersoonsbed, een klein tafeltje en een stoel. Naast het bed staat een nachtlampje. Er is ook een grote kledingkast.

In het appartement is een woonkamer met een bank en een bureau. De deur van de woonkamer staat meestal open. De keuken is modern en het raam kijkt uit op een rustige binnenplaats. De badkamer is ruim: de wastafel bevindt zich links en de douche is achterin. Er is geen ligbad. Het toilet bevindt zich in dezelfde badkamer. De prijs is inclusief water, elektriciteit en wifi.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. En mi salón hay un sofá grande y dos lámparas. La mesa está delante del sofá y hay una silla junto a la ventana.

¿Qué mueble está delante del sofá?

(Welk meubelstuk staat voor de bank?)
2. En el baño hay una ducha y un lavabo. El váter está al lado del lavabo y hay una lámpara pequeña sobre el espejo.

¿Dónde está el váter?

(Waar staat het toilet?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Por la mañana ___ la ventana del salón para tener más luz.

('s ochtends ___ ik het raam van de woonkamer om meer licht te hebben.)

2. En invierno ___ la puerta del balcón porque hace frío.

(In de winter ___ we de balkondeur omdat het koud is.)

3. En mi habitación ___ una lámpara, pero ahora la lámpara ___ apagada.

(In mijn slaapkamer ___ een lamp, maar nu ___ de lamp uit.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vas a alquilar una habitación en un piso compartido. Hablas con la casera por teléfono. Pregunta si la habitación tiene muebles. (Usa: "La cama", "La mesa", "El armario")

(Je gaat een kamer huren in een gedeeld appartement. Je belt de verhuurder. Vraag of de kamer gemeubileerd is. (Gebruik: "La cama", "La mesa", "El armario"))

En la habitación hay    

(In de kamer is/is er ...)

Voorbeeld:

En la habitación hay una cama, una mesa pequeña y un armario grande.

(In de kamer is er een cama, una mesa pequeña en un armario grande.)

2. Estás en una tienda de muebles. Necesitas un sitio para trabajar en casa con tu ordenador. Pregunta por un mueble para estudiar. (Usa: "El escritorio", "trabajar", "ordenador")

(Je bent in een meubelwinkel. Je hebt een plek nodig om thuis met je computer te werken. Vraag naar een meubel om aan te studeren/werken. (Gebruik: "El escritorio", "trabajar", "ordenador"))

Necesito un    

(Ik heb een ... nodig)

Voorbeeld:

Necesito un escritorio para trabajar con el ordenador en casa.

(Ik heb een escritorio nodig om thuis met de ordenador te trabajar.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Marta: Hola, ¿cómo estás?

Ya estoy en mi piso nuevo 😊. El salón está vacío, no hay nada. Solo hay una mesa pequeña.

Quiero comprar muebles, pero no tengo ideas. ¿Puedes ayudarme?

¿Qué muebles hay en tu casa? ¿Dónde están? Por ejemplo: en el salón, en el dormitorio, en el baño…

Escríbeme un poco para darme ideas, por favor.

Un beso,
Marta


Marta: Hallo, hoe gaat het?

Ik ben al in mijn nieuwe flat 😊. De woonkamer is leeg, er is niets. Er staat alleen een kleine tafel.

Ik wil meubels kopen, maar ik heb geen ideeën. Kun je me helpen?

Welke meubels staan er bij jou thuis? Waar staan ze? Bijvoorbeeld: in de woonkamer, in de slaapkamer, in de badkamer…

Schrijf me even om me ideeën te geven, alsjeblieft.

Een kus,
Marta


Nuttige zinnen:

  1. En mi salón hay…

    (In mijn woonkamer staat er…)

  2. En el dormitorio está…

    (In de slaapkamer staat…)

  3. En el baño hay…

    (In de badkamer staat…)

Hola Marta,

En mi salón hay un sofá y una mesa grande. La mesa está cerca de la ventana y hay dos sillas. También hay una lámpara encima de la mesa.

En mi dormitorio hay una cama y un armario. La cama está al lado de la ventana y el armario está junto a la puerta.

En el baño hay un lavabo y una ducha. El lavabo está cerca del váter.

Espero que te ayude.

Un beso,
[Tu nombre]

Hoi Marta,

In mijn woonkamer staat een bank en een grote tafel. De tafel staat bij het raam en er staan twee stoelen. Er staat ook een lamp boven de tafel.

In mijn slaapkamer staat een bed en een kledingkast. Het bed staat naast het raam en de kast staat naast de deur.

In de badkamer staat een wastafel en een douche. De wastafel staat vlak bij het toilet.

Ik hoop dat het helpt.

Een kus,
[Je naam]