Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

En mi oficina tengo una planta y un cactus pequeños. (Op mijn kantoor heb ik een kleine plant en een cactus.)
El jardinero está regando las rosas del jardín comunitario. (De tuinman geeft de rozen van de gemeenschappelijke tuin water.)
Quiero plantar tulipanes en la terraza de mi piso. (Ik wil tulpen planten op het balkon van mijn flat.)
Estamos cultivando flores para decorar la entrada de casa. (We kweken bloemen om de ingang van het huis te versieren.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Folleto de un centro de jardinería

Vul de lege plekken in: jardinero, césped, regar, semillas, piedras, cactus, tierra, plantas, árbol, margarita, tulipán, rosa

(Folder van een tuincentrum)

Centro de Jardinería “Verde Madrid"

En nuestro centro puedes comprar de interior y de jardín para tu casa u oficina. Tenemos , , y . También puedes comprar y para tu balcón. Nuestro explica cómo y cómo cuidar cada planta. En la entrada hay un pequeño jardín con , un y unas . El jardinero está regando las plantas y los niños están mirando las flores. Ven a visitarnos de lunes a sábado, de 10:00 a 20:00.
Tuincentrum “Groen Madrid"

In ons centrum kun je kamerplanten en tuinplanten kopen voor je huis of kantoor. We hebben rozen, madeliefjes, tulpen en cactussen. Je kunt ook potgrond en zaden kopen voor je balkon. Onze tuinman legt uit hoe je water moet geven en hoe je elke plant moet verzorgen. Bij de ingang is een kleine tuin met gras, een boom en wat stenen. De tuinman is de planten aan het water geven en de kinderen kijken naar de bloemen. Kom ons bezoeken van maandag tot en met zaterdag, van 10:00 tot 20:00.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Hola, soy Laura. Ahora estoy regando las plantas de la oficina. La rosa está muy bonita, pero el cactus está un poco seco.

¿Qué está haciendo Laura en la oficina?

(Wat doet Laura op kantoor?)
2. Buenas tardes, le llamo del vivero. Hoy estamos preparando su jardín: estamos sembrando semillas en la tierra y plantando una margarita y un árbol pequeño.

¿Qué trabajo están realizando en el jardín del cliente?

(Welk werk voeren ze uit in de tuin van de klant?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ahora mismo ___ cultivando rosas en el balcón de mi piso.

(Op dit moment ___ rozen op het balkon van mijn appartement.)

2. En esta foto, nosotros ___ regando las plantas del jardín comunitario.

(Op deze foto ___ we de planten van de gemeenschappelijke tuin aan het water geven.)

3. Mi compañera de piso ___ cultivando un cactus pequeño para la oficina.

(Mijn huisgenoot ___ een kleine cactus voor op kantoor.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Estás en una tienda de plantas y buscas una planta fácil para la oficina. Pide ayuda al vendedor. (Usa: la planta, poca agua, en la oficina)

(Je bent in een plantenwinkel en zoekt een makkelijke plant voor op kantoor. Vraag de verkoper om hulp. (Gebruik: la planta, poca agua, en la oficina))

Quiero una planta    

(Ik wil een plant ...)

Voorbeeld:

Quiero una planta para la oficina que necesita poca agua.

(Ik wil een plant voor op kantoor die weinig water nodig heeft.)

2. Hablas con un compañero sobre el jardín de tu casa. Explica qué flor te gusta y por qué. (Usa: la flor, me gusta, en mi jardín)

(Je praat met een collega over de tuin van je huis. Leg uit welke bloem je leuk vindt en waarom. (Gebruik: la flor, me gusta, en mi jardín))

En mi jardín    

(In mijn tuin ...)

Voorbeeld:

En mi jardín la flor que me gusta mucho es la rosa porque huele bien.

(In mijn tuin is de bloem die ik het leukst vind de roos, omdat hij lekker ruikt.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Laura:

Hola, ¿cómo estás?

Mañana salgo de viaje una semana y quiero pedirte un favor. ¿Puedes regar mis plantas en casa?

Tengo un cactus en el salón y una rosa y una margarita en el balcón. Normalmente riego las flores cada dos días.

¿Puedes venir el lunes, el miércoles y el viernes por la tarde?

Gracias,

Laura


Laura:

Hallo, hoe gaat het?

Morgen ga ik een week op reis en ik wil je om een gunst vragen. Kun je mijn planten thuis water geven?

Ik heb een cactus in de woonkamer en een roos en een margarita op het balkon. Normaal geef ik de bloemen om de twee dagen water.

Kun je maandag, woensdag en vrijdagmiddag langskomen?

Dank je,

Laura


Nuttige zinnen:

  1. Hola Laura, sí, puedo ayudarte.

    (Hoi Laura, ja, ik kan je helpen.)

  2. Puedo ir el lunes, el miércoles y el viernes por la tarde.

    (Ik kan maandag, woensdag en vrijdagmiddag komen.)

  3. No puedo el viernes, pero puedo el lunes y el miércoles.

    (Ik kan vrijdag niet, maar ik kan maandag en woensdag wel.)

Hola Laura,

estoy bien, gracias. Sí, puedo ayudarte.
Puedo ir el lunes, el miércoles y el viernes por la tarde a tu casa.
Voy a regar el cactus en el salón y la rosa y la margarita en el balcón.

Nos vemos el lunes por la tarde.

Un abrazo,
[Tu nombre]

Hoi Laura,

het gaat goed, bedankt. Ja, ik kan je helpen.
Ik kan maandag, woensdag en vrijdagmiddag bij je thuis langskomen.
Ik zal de cactus in de woonkamer water geven en de roos en de margarita op het balkon water geven.

Tot maandagmiddag.

Liefs,
[Je naam]