Ejercicio: Gespreksoefening

Instrucción:

  1. Describe las diferentes formas de transporte que ves en las imágenes. (Beschrijf de verschillende manieren van vervoer die je op de foto's ziet.)
  2. ¿Qué transporte utilizas para ir al trabajo o para tus actividades diarias? (Welke vervoersmiddelen gebruik je om naar je werk te gaan of voor je dagelijkse activiteiten?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten