Leerás cómo concordar los adjetivos en género y número en español, usando ejemplos como alto/alta y altos/altas para describir características físicas con precisión.
  1. De bijvoeglijke naamwoorden stemmen overeen in geslacht en getal met het zelfstandig naamwoord.
  2. Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op "-o" veranderen in "-a" voor het vrouwelijk enkelvoud.
  3. Om het meervoud te vormen voeg je een "-s" toe bij bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op een niet beklemtoonde klinker.
Terminación (Uitgang)Singular (Enkelvoud)Plural (Meervoud)
Masculino -o -os 

Alto (La)

El niño es alto. (De jongen is lang.)

Altos (Lange)

Los niños son altos. (De kinderen zijn lang.)

Femenino -a -as 

Alta (Alta)

La niña es alta. (Het meisje is lang.)

Altas (Altas)

Las niñas son altas. (De meisjes zijn lang.)

Oefening 1: La concordancia de los adjetivos

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

pelirrojo, alta, corto, castaños, larga, bajo, morena, guapa

1.
Él tiene el pelo ....
(Hij heeft kort haar.)
2.
Él se afeita la barba ....
(Hij scheert zich de lange baard.)
3.
Ella es ..., mide casi dos metros.
(Zij is lang, ze is bijna twee meter.)
4.
Mi hermano es más ... que yo. Yo soy más alta.
(Mijn broer is kleiner dan ik. Ik ben langer.)
5.
La niña es muy ....
(Het meisje is heel knap.)
6.
Ella tiene el pelo de color ....
(Zij heeft rood haar.)
7.
La chica ... es muy simpática.
(Het donkere meisje is heel aardig.)
8.
Mis ojos son ... como mi pelo.
(Mijn ogen zijn bruin zoals mijn haar.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. La chica es ___ y tiene el pelo largo.

(Het meisje is ___ en heeft lang haar.)

2. Los hombres son ___ y delgados.

(De mannen zijn ___ en slank.)

3. Las mujeres tienen los ojos castaños y son ___.

(De vrouwen hebben bruine ogen en zijn ___.)

4. Mi padre es ___ y está afeitado hoy.

(Mijn vader is ___ en is vandaag geschoren.)

5. Ellas son ___ y se secan el pelo después de la ducha.

(Zij zijn ___ en drogen hun haar na het douchen.)

6. El niño rubio es ___ y tiene el pelo corto.

(De blonde jongen is ___ en heeft kort haar.)

La concordancia de los adjetivos

In deze les leer je hoe bijvoeglijke naamwoorden in het Spaans overeenkomen met het zelfstandig naamwoord waarop zij betrekking hebben, zowel wat betreft geslacht als aantal. Dit fenomeen noemen we 'concordancia de los adjetivos'. Begrip hiervan is essentieel voor correcte zinsbouw en een natuurlijke stijl in het Spaans.

Wat je leert

  • Dat bijvoeglijke naamwoorden zich aanpassen aan het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) van het zelfstandig naamwoord.
  • Dat bijvoeglijke naamwoorden ook het getal (enkelvoud of meervoud) van het zelfstandig naamwoord volgen.
  • Hoe basisuitgangen veranderen bij het vormen van vrouwelijke en meervoudsvormen.
  • Voorbeelden van veelgebruikte bijvoeglijke naamwoorden die uiterlijk beschrijven.

Belangrijke regels en voorbeelden

Het merendeel van de bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op "-o" volgt een eenvoudig patroon:

UitgangEnkelvoudMeervoud
Mannelijk -oalto
El niño es alto.
altos
Los niños son altos.
Vrouwelijk -aalta
La niña es alta.
altas
Las niñas son altas.

Samenvattend:

  • Bij ontvankelijke bijvoeglijke naamwoorden op -o verandert de uitgang in -a voor de vrouwelijke vorm.
  • Voor het meervoud wordt een -s toegevoegd achter een klinker zonder accent.
  • Deze regels gelden bij bijvoeglijke naamwoorden die uiterlijk en eigenschap beschrijven, bijvoorbeeld alto (lang), bajo (kort), delgado (slank), guapo (knap), morenos (donkerharig), enzovoort.

Verschillen met het Nederlands

In het Nederlands veranderen bijvoeglijke naamwoorden niet van vorm afhankelijk van het geslacht of het aantal van het zelfstandig naamwoord, behalve dat een -e kan worden toegevoegd in bepaalde gevallen (zoals "de lange man" vs. "het lange huis"). In het Spaans is het strikt noodzakelijk dat het bijvoeglijk naamwoord overeenkomt met het gezegde zelfstandig naamwoord in zowel geslacht als aantal, iets wat in het Nederlands minder prominent voorkomt.

Voorbeelden van Spaanse bijvoeglijke naamwoorden en hun Nederlandse equivalenten:

  • alto / alta — lang
  • bajo / baja — klein / laag
  • delgado / delgada — slank
  • guapo / guapa — knap / mooi
  • morenos / morenas — donkerharig

Let op dat de nadruk in het Spaans op overeenstemming ligt, wat het nodig maakt om zowel het geslacht als het aantal te herkennen in het zelfstandig naamwoord om het bijvoeglijk naamwoord correct te vormen.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage