Beschrijf de verschillende soorten vervoer.
Koop een vervoerbewijs.
Beschrijf het vervoer tussen plaatsen.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: De Multi-kaart in Madrid
Een stel is net aangekomen op de luchthaven Barajas. Beiden willen een reiskaart kopen om door Madrid te reizen.
Grammatica: Voorzetsels van plaats: "Ir + en, ir + a, por, hacia, etc..."
Voorzetsels zijn woorden die de positie of locatie van een object, persoon of plaats aangeven ten opzichte van andere.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!