Los comparativos se utilizan para comparar dos o más elementos en cuanto a sus características.

(Vergrotende trappen worden gebruikt om twee of meer elementen met elkaar te vergelijken wat betreft hun eigenschappen.)

1. Waar gaat dit over?

  • Je leert dingen vergelijken in het Spaans met bijvoeglijke naamwoorden (adjetivos).
  • Je kunt zeggen dat iets:
    • méér is: sterker, groter, mooier … (superioridad)
    • even is: even sterk, even groot … (igualdad)
    • minder is: minder sterk, kleiner … (inferioridad)
  • Belangrijk: in deze les vergelijk je dingen met een adjectief, niet met zelfstandige naamwoorden (dus: más caro, niet: más dinero).

2. De drie basispatronen (altijd met een adjectief!)

Leer eerst deze drie sjablonen uit je hoofd:

Soort vergelijking Structuur Kort voorbeeld
Meer dan más + adjectivo + que El café es más caliente que el té.
Even als tan + adjectivo + como El café está tan caliente como el té.
Minder dan menos + adjectivo + que El café está menos caliente que el té.
  • más / tan / menos staan voor het adjectief.
  • que / como verbinden de twee dingen die je vergelijkt.

3. Stap voor stap een vergelijking bouwen

  1. Kies het adjectief dat je nodig hebt.
    • dulce (zoet), amargo (bitter), caro (duur), ruidoso (luid), tranquilo (rustig) …
  2. Kies het soort vergelijking:
    • meer → más + adjectivo + que
    • even → tan + adjectivo + como
    • minder → menos + adjectivo + que
  3. Let op geslacht en getal van het adjectief.
    • mannelijk enkelvoud: caro (un café caro)
    • vrouwelijk enkelvoud: cara (una tapa cara)
    • mannelijk meervoud: caros (unos cafés caros)
    • vrouwelijk meervoud: caras (unas tapas caras)

Voorbeeld 1 – meer dan

  • Ik wil zeggen: “Deze tapa is duurder dan die tapa.”
  • Stap 1: adjectief = caro.
  • Stap 2: meer dan → más caro que.
  • Stap 3: onderwerp = esta tapa → vrouwelijk enkelvoud: cara.
  • Zin: Esta tapa es más cara que esa tapa.

Voorbeeld 2 – even … als

  • “De bar is even luid als het restaurant.”
  • Adjectief: ruidoso (luid).
  • Structuur: tan ruidoso como.
  • Zin: El bar es tan ruidoso como el restaurante.

Voorbeeld 3 – minder dan

  • “Mijn woonkamer is minder donker dan de keuken.”
  • Adjectief: oscuro (donker).
  • Structuur: menos oscuro que.
  • Zin: Mi salón es menos oscuro que la cocina.

4. Aandachtspunt 1: kies het juiste verbindingswoord

Een veelgemaakte fout is het mengen van que en como.

Correct Fout
más + adjectivo + que más + adjectivo + como
menos + adjectivo + que menos + adjectivo + como
tan + adjectivo + como tan + adjectivo + que
  • Onthoud: que = dan, como = als.
  • “meer/minder dan” → que.
  • “even … als” → como.

5. Aandachtspunt 2: plaats van het adjectief

  • In deze structuur staat het adjectief tussen het vergelijkingswoord en que/como.
Goed Fout
El vino es más caro que la cerveza. El vino es más que caro la cerveza.
La sopa está tan fría como el agua. La sopa está tan como fría el agua.
Mi piso es menos ruidoso que el tuyo. Mi piso es menos que ruidoso el tuyo.

6. Aandachtspunt 3: geslacht en meervoud bij het adjectief

Het adjectief past zich altijd aan aan het eerste woord (het onderwerp), niet aan wat er na que/como komt.

Onderwerp Adjectief Voorbeeldzin
el café (m, enk.) caro El café es más caro que el té.
la cerveza (v, enk.) cara La cerveza es menos cara que el vino.
los platos (m, mv.) caros Los platos son tan caros como el vino.
las tapas (v, mv.) caras Las tapas son más caras que los bocadillos.
  • Fout voorbeeld: La cerveza es más caro que el vino.
  • Correct: La cerveza es más cara que el vino.

7. Snelle zelfcheck: zie je een vergelijking?

Gebruik deze drie vragen:

  1. Staan er twee dingen in de zin die vergeleken worden?
    • bijvoorbeeld: café – té, bar – casa, mi piso – tu piso
  2. Zie je een adjectief?
    • caro, barato, fuerte, débil, ruidoso, tranquilo, dulce, salado …
  3. Zie je een van deze blokjes?
    • más … que
    • tan … como
    • menos … que

Kun je alle drie vragen met “ja” beantwoorden? Dan heb je een correcte vergelijking met een adjectief.

8. Typische fouten en hoe je ze vermijdt

  • Fout 1: que en como door elkaar halen
    • El café es tan caro que el té.
    • El café es tan caro como el té.
  • Fout 2: geen adjectief gebruiken
    • En este bar hay más que en mi casa. (meer wát?)
    • Goed: En este bar hay más ruido que en mi casa.
    • Of met adjectief: Es más ruidoso que mi casa.
  • Fout 3: verkeerd geslacht / meervoud
    • Las tapas son más caro que el vino.
    • Las tapas son más caras que el vino.

9. Wat moet je nu echt kunnen?

  • Je kunt een zin maken met más + adjectivo + que om te zeggen dat iets sterker is dan iets anders.
  • Je kunt een zin maken met tan + adjectivo + como om te zeggen dat twee dingen gelijk zijn.
  • Je kunt een zin maken met menos + adjectivo + que om te zeggen dat iets minder is dan iets anders.
  • Je past het adjectief correct aan in geslacht en getal.

Controleer jezelf

  1. Maak een zin: “Deze wijn is duurder dan dat bier.” → In het Spaans?
  2. Maak een zin: “Mijn huis is even rustig als jouw huis.” → In het Spaans?
  3. Maak een zin: “Deze straat is minder luid dan de andere straat.” → In het Spaans?

Kun je deze drie zinnen zelf vormen? Dan beheers je de basis van de Spaanse vergelijkingen met adjectieven.

 Adjetivo comparativo (Vergrotend bijvoeglijk naamwoord)Ejemplo (Voorbeeld)
Expresar superioridad (Meerheid uitdrukken)Más + adjetivo + queEste café es más amargo que el té. (Deze koffie is bitterder dan thee.)
Este examen fue más duro que el anterior. (Dit examen was moeilijker dan het vorige.)
Expresar iguladad (Gelijkheid uitdrukken)Tan + adjetivo + comoEste pan es tan duro como una piedra. (Dit brood is zo hard als een steen.)
Está tan silencioso como en una biblioteca. (Het is hier zo stil als in een bibliotheek.)
Expresar inferioridad (Minderheid uitdrukken)Menos + adjetivo + queEl olor de este queso es menos fétido que el del pescado. (De geur van deze kaas is minder stinkend dan die van vis.)
Esta naranja es menos ácida que el limón. (Deze sinaasappel is minder zuur dan de citroen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Este queso es ___ el jamón.

Deze kaas is ___ de ham.)

2. En este bar hay ___ en mi casa.

In deze bar is het ___ in mijn huis.)

3. Tu voz es ___ la música del café.

Je stem is ___ de muziek van het café.)

4. Este perfume es ___ el olor del tabaco.

Deze parfum is ___ de geur van tabak.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen met vergelijkingen met meer ... dan, zo ... als of minder ... dan, volgens het model.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (más … que) El restaurante A es bueno. El restaurante B es excelente.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El restaurante B es más bueno que el restaurante A.
    (El restaurante B es más bueno que el restaurante A.)
  2. Hint Hint (tan … como) Este vino es caro. Ese vino también es caro.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Este vino es tan caro como ese.
    (Este vino es tan caro como ese.)
  3. Hint Hint (más … que) Mi piso es ruidoso. Tu piso es muy tranquilo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mi piso es más ruidoso que tu piso.
    (Mi piso es más ruidoso que tu piso.)
  4. Hint Hint (menos … que) La luz en mi oficina es mala. La luz en tu oficina es buena.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La luz en mi oficina es menos buena que la de tu oficina.
    (La luz en mi oficina es menos buena que la de tu oficina.)
  5. Hint Hint (más … que) El café del bar está fuerte. El café de casa está un poco fuerte también.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El café del bar está más fuerte que el de casa.
    (El café del bar está más fuerte que el de casa.)
  6. Hint Hint (tan … como) Mi barrio es tranquilo. El centro de la ciudad es muy tranquilo también.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Mi barrio es tan tranquilo como el centro de la ciudad.
    (Mi barrio es tan tranquilo como el centro de la ciudad.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Spreek en vergelijk smaken, geuren en geluiden met behulp van vergelijkingen.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Estás con un amigo en un bar probando tapas y comentando sabores y ruidos.
(Je bent met een vriend in een bar tapas aan het proeven en jullie bespreken smaken, geuren en geluiden.)

Bespreek
  • ¿El bar es más ruidoso o más silencioso que tu casa? ¿Por qué? (Is de bar luider of stiller dan jouw huis? Waarom?)
  • Compara dos tapas o bebidas: ¿qué es más dulce, salado, ácido o amargo? Explica brevemente. (Vergelijk twee tapas of drankjes: wat is zoeter, zouter, zuurder of bitterder? Leg kort uit.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Este bar es más ruidoso que mi casa. (Deze bar is luider dan mijn huis.)
  • Esta tapa es menos salada que la otra. (Deze tapa is minder zout dan de andere.)
  • Aquí está tan oscuro como en un cine. (Het is hier zo donker als in een bioscoop.)

Gebruik in gesprek
  • más + adjetivo + que (más + adjectief + que (Spaans voorbeeld))
  • menos + adjetivo + que (menos + adjectief + que (Spaans voorbeeld))
  • tan + adjetivo + como (tan + adjectief + como (Spaans voorbeeld))

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage