Adjetivos que provienen de sustantivos

(Bijvoeglijke naamwoorden die van zelfstandige naamwoorden komen)

Wat leer je in dit onderdeel?

  • Je herkent Spaanse bijvoeglijke naamwoorden voor het weer (soleado, lluvioso, nublado…).
  • Je ziet hoe ze zijn opgebouwd uit een zelfstandig naamwoord + uitgang (sol → soleado).
  • Je weet wanneer je ze gebruikt: met ser, met estar of na een zelfstandig naamwoord.
  • Je let op kleine vormveranderingen (hielo → helado).

1. Van zelfstandig naamwoord naar bijvoeglijk naamwoord

In het Spaans maak je vaak een weer-bijvoeglijk naamwoord door een uitgang toe te voegen aan het weer-woord.

Nederlands Spaans zelfstandig naamwoord Spaans bijvoeglijk naamwoord Uitgang
zonning / zonnig el sol soleado / soleada -ado / -ada
regenachtig la lluvia lluvioso / lluviosa -oso / -osa
bewolkt la nube nublado / nublada -ado / -ada
winderig el viento ventoso / ventosa -oso / -osa
droog la sequía seco / seca onregelmatig
vochtig la humedad húmedo / húmeda onregelmatig
bevroren / ijzig el hielo helado / helada wortel verandert (hielo → hel-)

Belangrijk: je hoeft de vorm niet zelf te “bedenken”. Zie ze als vaste woorden die vaak bij het weer horen.

2. De twee belangrijkste uitgangen: -ado en -oso

Voor A1 is het genoeg om vooral deze twee patronen te herkennen:

  • -ado / -ada: vaak “bedekt met …” of “vol …”
    sol → soleado (vol zon) · nieve → nevado (met sneeuw bedekt)
  • -oso / -osa: vaak “rijk aan …” of “met veel …”
    lluvia → lluvioso (met veel regen) · viento → ventoso (met veel wind)

Zie ze als een blokje dat je herkent, niet als een wiskunde-regel die je steeds opnieuw moet uitrekenen.

3. Mannelijk / vrouwelijk en enkelvoud / meervoud

De bijvoeglijke naamwoorden passen zich aan aan het zelfstandig naamwoord waar ze bij horen.

Geslacht / getal Voorbeeld Vertaling
mannelijk enkelvoud un día soleado een zonnige dag
vrouwelijk enkelvoud una tarde lluviosa een regenachtige middag
mannelijk meervoud días nublados bewolkte dagen
vrouwelijk meervoud noches húmedas vochtige nachten
  • -o → mannelijk enkelvoud: soleado
  • -a → vrouwelijk enkelvoud: soleada
  • Meervoud: voeg een -s toe: soleados, soleadas

Snelle check: Kijk naar het lidwoord: el / un → -o, la / una → -a.

4. Met ser, met estar of na een zelfstandig naamwoord?

Dit is een punt waar veel studenten vragen over hebben. Een simpel schema helpt.

  • Met ser (más general, eigenschappen van een seizoen / klimaat):
    • El invierno es lluvioso en Galicia.
      De winter is regenachtig in Galicië.
    • El clima aquí es seco.
      Het klimaat is hier droog.
  • Met estar (situatie nu, vandaag):
    • Hoy está nublado.
      Vandaag is het bewolkt.
    • La calle está helada.
      De straat is bevroren.
  • Na een zelfstandig naamwoord (net als in het Nederlands):
    • un día soleado – een zonnige dag
    • una tarde ventosa – een winderige middag

Praktische tip: als je over vandaag of een specifieke dag praat, zit je met estar altijd goed: Hoy está…

5. Kleine vormveranderingen (hielo → helado)

Soms verandert de “wortel” een beetje. Voor het weer op A1 zijn vooral deze belangrijk:

Zelfstandig naamwoord Betekenis Bijvoeglijk naamwoord Opmerking
el hielo het ijs helado / helada hielo → hel- + -ado
la sequía de droogte seco / seca compleet andere vorm
la humedad de vochtigheid húmedo / húmeda compleet andere vorm

Deze drie woorden leer je het best gewoon als vaste paren uit je hoofd.

  • Hay hielo en la calle. La calle está helada.
    Er ligt ijs op straat. De straat is bevroren.
  • Hay sequía en la región. La región está muy seca.
    Er is droogte in de regio. De regio is erg droog.
  • Hay mucha humedad aquí. El clima es muy húmedo.
    Er is hier veel vochtigheid. Het klimaat is erg vochtig.

6. Typische fouten (en hoe je ze vermijdt)

  • Fout: het zelfstandig naamwoord gebruiken i.p.v. het bijvoeglijk naamwoord
    • *Hoy hay sol fuerte, el día es sol.
    • Hoy hay sol fuerte, el día es soleado.
  • Fout: directe vertaling vanuit het Nederlands
    • *El día es muy nubes.
    • El día está muy nublado.
  • Fout: verkeerde uitgang kiezen
    • *lluvado of *lluviosa día
    • un día lluvioso
  • Fout: geslacht vergeet je
    • *una tarde soleado
    • una tarde soleada

Mini-check: kun je bij jouw zin het Nederlandse “-ig” of “-achtig” horen? Dan heb je in het Spaans meestal een bijvoeglijk naamwoord nodig (soleado, lluvioso, nublado…).

7. Zelfcheck: kun jij dit al?

  1. Kun je bij elk paar hieronder de betekenis koppelen?
    • sol → soleado
    • lluvia → lluvioso
    • nube → nublado
    • viento → ventoso
    • nieve → nevado
    • hielo → helado
  2. Kun je zinnen maken als:
    • Hoy está… + (soleado / nublado / lluvioso).
    • En mi ciudad el clima es… + (seco / húmedo).
  3. Kun je voor elk zelfstandig naamwoord hieronder een bijvoeglijk naamwoord maken?
    • el sol → …
    • la lluvia → …
    • la nieve → …
    • la nube → …
    • el viento → …
    • el granizo → … (tip: granizado)

Als dit lukt, heb je de logica achter deze weer-bijvoeglijke naamwoorden onder de knie en kun je ze actief gebruiken in gesprek.

  1. Om bijvoeglijke naamwoorden van zelfstandige naamwoorden te vormen, voegen we achtervoegsels toe. Bijvoorbeeld: "ado/a" of "oso/a".
  2. De stam kan een beetje veranderen. Bijvoorbeeld: "hielo" wordt "helado".
Zelfstandig naamwoordBijvoeglijk naamwoord
El solSoleado/a (zonnig)
La lluviaLluvioso/a (regenachtig)
La nieveNevado/a (besneeuwd)
La nubeNublado/a (bewolkt)
El vientoVentoso/a (winderig)
El granizoGranizado/a (met hagel)
La sequíaSeco/a (droog)
La humedadHúmedo/a (vochtig)
El hieloEstá helado/a (het is bevroren)

 

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Hoy en Madrid el cielo está despejado y hace un día muy ______.

Hoy en Madrid el cielo está despejado y hace un día muy ______.)

2. En Galicia el invierno es muy ______ y la gente siempre lleva paraguas.

En Galicia el invierno es muy ______ y la gente siempre lleva paraguas.)

3. En mi pueblo hoy el cielo está ______, pero no llueve.

En mi pueblo hoy el cielo está ______, pero no llueve.)

4. Esta mañana hace mucho frío y el coche está ______.

Esta mañana hace mucho frío y el coche está ______.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door het zelfstandig naamwoord dat naar het weer verwijst om te zetten in het bijvoeglijk naamwoord dat erbij hoort (zonnig, regenachtig, sneeuwachtig, bewolkt, winderig, hagelachtig, droog, vochtig, ijzig). Voorbeeld: Vandaag is er zon → Vandaag is het zonnig.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hoy hay sol.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hoy está soleado.
    (Hoy está soleado.)
  2. En mi ciudad hay mucha lluvia en otoño.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    En mi ciudad es muy lluvioso en otoño.
    (En mi ciudad es muy lluvioso en otoño.)
  3. En la montaña hay nieve todo el invierno.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La montaña está nevada todo el invierno.
    (La montaña está nevada todo el invierno.)
  4. En Ámsterdam hay muchas nubes hoy.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    En Ámsterdam está muy nublado hoy.
    (En Ámsterdam está muy nublado hoy.)
  5. En la costa hay mucho viento ahora.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La costa está muy ventosa ahora.
    (La costa está muy ventosa ahora.)
  6. En esta región hay sequía en verano.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Esta región está muy seca en verano.
    (Esta región está muy seca en verano.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Praat met je klasgenoot over het weer vandaag en deze week.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Llegas a la oficina nueva y comentas el tiempo con un compañero.
(Je komt aan op het nieuwe kantoor en maakt met een collega een opmerking over het weer.)

Bespreek
  • ¿Cómo está el tiempo hoy? Describe el cielo y la temperatura. (Hoe is het weer vandaag? Beschrijf de lucht en de temperatuur.)
  • ¿Cómo suele ser el clima en tu ciudad: más seco o húmedo? ¿Te gusta? ¿Por qué? (Hoe is het weer meestal in jouw stad: droger of vochtiger? Vind je het prettig? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Hoy el día está soleado / nublado / lluvioso / ventoso. (Vandaag is het zonnig / bewolkt / regenachtig / winderig.)
  • En mi ciudad el clima es seco / húmedo. (In mijn stad is het klimaat droog / vochtig.)
  • Esta mañana hace frío; las calles están heladas y hay algo de nieve. (Vanmorgen was het koud; de straten waren glad van het ijs en er lag wat sneeuw.)

Gebruik in gesprek
  • soleado/soleada, lluvioso/lluviosa, nublado/nublada (zonnig / zonnige, regenachtig / regenachtige, bewolkt / bewolkte)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage