A1.34 - Huishoudelijke apparaten
A1.34 - Huishoudelijke apparaten

A1.34 - Huishoudelijke apparaten - Spreken

Electrodomésticos


Ejercicio: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Nombra cada dispositivo y para qué se utiliza. (Noem elk apparaat en waar het voor wordt gebruikt.)
  2. Indica cuáles de esos dispositivos usas habitualmente. (Vertel welke van die apparaten je meestal gebruikt.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen om te beschrijven welke huishoudelijke apparaten je thuis hebt en hoe je ze op een normale dag gebruikt. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

En mi casa hay... / Normalmente uso... para... / En la cocina tengo... / Cuando termino, siempre apago...