Leer los verbos reflexivos como lavarse y levantarse es esencial para expresar acciones que realizas a ti mismo, usando pronombres como me, te y se.
  1. Het persoonlijk voornaamwoord wordt weggelaten wanneer we wederkerende voornaamwoorden gebruiken.
  2. Het wederkerend voornaamwoord in het Spaans wordt vervoegd.
  3. Als het werkwoord reflexief is, voegen we aan de infinitief de uitgang -se toe aan het einde.
 Verbo lavarse (Werkwoord zich wassen)Verbo levantarse (Werkwoord opstaan)
YoMe lavo (Ik was me)Me levanto (Ik sta op)
Te lavas (Te wast)Te levantas (Je staat op)
Él/Ella/UstedSe lava (Se wast)Se levanta (Se staat op)
Nosotros/NosotrasNos lavamos (Wij wassen ons)Nos levantamos (We staan op)
Vosotros/VosotrasOs laváis (Jullie wassen je)Os levantáis (Jullie staan op)
Ellos/Ellas/UstedesSe lavan (Ze wassen zich)Se levantan (Se staan op)

Uitzonderingen!

  1. Het voornaamwoord "se" is hetzelfde voor de derde persoon enkelvoud en meervoud.

Oefening 1: Verbos y pronombres reflexivos

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

nos levantamos, os laváis, nos duchamos, te vistes, me peino, se acuestan, te levantas, me lavo

1.
Yo ... las manos.
(Ik was mijn handen.)
2.
Vosotros ... la cara.
(Jullie wassen je gezicht.)
3.
Ellos ... a las diez de la noche.
(Zij gaan om tien uur 's avonds naar bed.)
4.
Nosotros ... pronto.
(Wij staan vroeg op.)
5.
Yo ... el pelo todas las mañanas.
(Ik kam mijn haar elke ochtend.)
6.
Tú ... a las seis.
(Jij staat om zes uur op.)
7.
Nosotros ... después de hacer ejercicio.
(Wij douchen ons na het sporten.)
8.
Tú ... con ropa cómoda.
(Je kleedt je in comfortabele kleding.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Yo ___ a las siete de la mañana todos los días.

(Ik ___ elke dag om zeven uur 's ochtends.)

2. Ella ___ antes de desayunar.

(Zij ___ voordat ze ontbijt.)

3. Nosotros ___ las manos antes de cenar.

(Wij ___ onze handen voordat we dineren.)

4. Tú ___ el pelo todos los días.

(Jij ___ je haar elke dag.)

5. Ellos ___ temprano para dormir bien.

(Zij ___ vroeg naar bed om goed te slapen.)

6. Yo siempre ___ rápido para llegar a tiempo al trabajo.

(Ik kleed me altijd snel ___ om op tijd op het werk te zijn.)

Verkenning van wederkerende werkwoorden en voornaamwoorden in het Spaans

In deze les richten we ons op wederkerende werkwoorden en de bijbehorende wederkerige voornaamwoorden in het Spaans. Dit onderwerp is essentieel voor beginners (A1-niveau) om acties te beschrijven die het onderwerp op zichzelf verricht.

Wat zijn wederkerende werkwoorden?

Wederkerende werkwoorden geven aan dat het onderwerp de actie zowel uitvoert als ontvangt. In het Spaans herken je deze werkwoorden vaak aan de -se uitgang in de infinitief, bijvoorbeeld: lavarse (zich wassen) en levantarse (opstaan).

Wederkerige voornaamwoorden

De wederkerige voornaamwoorden veranderen afhankelijk van het onderwerp van de zin en staan direct voor het vervoegde werkwoord. Hier volgt een overzicht van de voornaamwoorden die bij wederkerige werkwoorden horen:

  • Yo - me
  • - te
  • Él/Ella/Usted - se
  • Nosotros/Nosotras - nos
  • Vosotros/Vosotras - os
  • Ellos/Ellas/Ustedes - se

Voorbeelden van vervoeging met wederkerende voornaamwoorden

Hier zie je hoe dat eruitziet bij de werkwoorden lavarse (zich wassen) en levantarse (opstaan):

Verbo lavarseVerbo levantarse
YoMe lavoMe levanto
Te lavasTe levantas
Él/Ella/UstedSe lavaSe levanta
Nosotros/NosotrasNos lavamosNos levantamos
Vosotros/VosotrasOs laváisOs levantáis
Ellos/Ellas/UstedesSe lavanSe levantan

Belangrijke aandachtspunten

  • Het wederkerige voornaamwoord wordt altijd vervoegd volgens het onderwerp van de zin.
  • Bij werkwoorden die wederkerend zijn, wordt -se toegevoegd aan het infinitief.
  • In tegenstelling tot het Nederlands, waar het wederkerende voornaamwoord incidenteel wordt weggelaten, is het in het Spaans essentieel om het correct te gebruiken bij wederkerende werkwoorden.

Verschillen tussen het Nederlands en Spaans

In het Nederlands zijn wederkerende werkwoorden minder frequent en worden ze vaak met specifieke reflexieve voornaamwoorden of zinsstructuren uitgedrukt, maar niet zo strikt als in het Spaans. Bijvoorbeeld het Spaanse me lavo wordt in het Nederlands vertaald als "ik was me" of gewoon "ik was" afhankelijk van de context.

Enkele handige Spaanse zinnen en hun Nederlandse vertaling:

  • Yo me levanto a las siete de la mañana todos los días. — Ik word elke dag om zeven uur 's ochtends wakker.
  • Ella se ducha antes de desayunar. — Zij doucht voordat ze ontbijt.
  • Nosotros nos lavamos las manos antes de cenar. — Wij wassen onze handen voordat we dineren.

Door deze stof goed te begrijpen, kun je je dagelijkse routine en acties die je zelf uitvoert in het Spaans correct beschrijven.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage