Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Plano del centro de la ciudad
Vul de lege plekken in: estación, parque, parada, tren, derecha, recto, todo, centro, oficina, volver
(Plattegrond van het stadscentrum)
Bienvenido a la ciudad. En el hay una gran plaza peatonal con una fuente. Detrás de la plaza está el municipal. Es un lugar tranquilo para pasear y tomar un café en la terraza. En el centro también hay una de información para turistas, cerca de la de autobús.
Si llegas en , desde la tienes que ir por la avenida principal hasta la plaza. La oficina de información está a la , al lado de una tienda de recuerdos. El parque está en frente de la plaza. Si quieres a la estación, es muy fácil: caminas otra vez todo recto por la misma calle en dirección contraria.Welkom in de stad. In het centrum is er een groot voetgangersplein met een fontein. Achter het plein ligt het gemeentelijke park. Het is een rustige plek om te wandelen en een kop koffie op het terras te drinken. In het centrum is ook een toeristeninformatie, vlak bij de bushalte.
Als je met de trein komt, moet je vanaf het station rechtdoor lopen over de hoofdlaan tot aan het plein. De toeristeninformatie is aan de rechterkant, naast een souvenirwinkel. Het park ligt tegenover het plein. Als je terug naar het station wilt, is het heel makkelijk: je loopt opnieuw rechtdoor over dezelfde straat in de tegenovergestelde richting.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
¿Qué quiere saber la persona?
¿Dónde está la estación exactamente?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Perdona, ¿dónde ___ la oficina de información, cerca de aquí o en el centro?
(Pardon, waar ___ ik het VVV-kantoor, hier in de buurt of in het centrum?)2. No ___ la estación de tren, ¿está a la derecha del parque o en frente de la plaza?
(Ik ___ het treinstation niet, is het rechts van het park of tegenover het plein?)3. Si caminas todo recto desde la plaza, ___ la parada de autobús al lado del banco.
(Als je helemaal rechtdoor loopt vanaf het plein, ___ je de bushalte naast de bank.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Estás en una ciudad nueva por trabajo. Tienes una reunión cerca de la plaza principal y no sabes dónde está. Pregunta a una persona en la calle por la plaza. (Usa: la plaza, por favor, ¿dónde está...?)
(Je bent in een nieuwe stad voor je werk. Je hebt een vergadering vlakbij het hoofdplein en je weet niet waar dat is. Vraag iemand op straat naar het plein. (Gebruik: la plaza, por favor, ¿dónde está...?))Perdón, ¿la plaza
(Pardon, ¿la plaza ...)Voorbeeld:
Perdón, ¿la plaza, por favor, dónde está?
(Pardon, ¿la plaza, por favor, dónde está?)2. Trabajas en una oficina en el centro. Un mensajero entra en la oficina de información del edificio y te pregunta por el centro de la ciudad. Da una indicación muy simple. (Usa: el centro, todo recto, cerca / lejos)
(Je werkt op een kantoor in het centrum. Een koerier komt het informatiekantoor van het gebouw binnen en vraagt je naar het stadscentrum. Geef een heel eenvoudige aanwijzing. (Gebruik: el centro, todo recto, cerca / lejos))El centro está
(El centro está ...)Voorbeeld:
El centro está todo recto; está cerca.
(El centro está todo recto; está cerca.)Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Hola,
estoy en la plaza grande del centro, donde hay una fuente y muchas tiendas. Estoy un poco perdido.
¿Sabes cómo llegar a la estación de tren andando? ¿Está cerca o lejos de aquí?
Veo una parada de autobús a la derecha y un parque a la izquierda, pero no sé por dónde ir.
¿Me puedes decir: voy todo recto, a la derecha o a la izquierda?
Gracias,
Tomás
Hoi,
ik sta op het grote plein in het centrum, waar een fontein staat en veel winkels. Ik ben een beetje verdwaald.
Weet je hoe ik te voet bij het station kom? Is het dichtbij of ver hiervandaan?
Ik zie een busstop aan de rechterkant en een park aan de linkerkant, maar ik weet niet welke kant ik op moet.
Kun je me zeggen: ga ik rechtdoor, naar rechts of naar links?
Dank je,
Tomás
Nuttige zinnen:
-
Desde la plaza tienes que ir…
(Vanaf het plein moet je…)
-
La estación está cerca/lejos de…
(Het station is dichtbij/ver van…)
-
Primero vas todo recto y luego…
(Eerst ga je rechtdoor en daarna…)
Sí, te explico: desde la plaza ve todo recto hacia el parque. Cruzas la plaza y sigues otros cinco minutos todo recto. En la segunda calle giras a la derecha. La estación está en el centro, al fondo de esa calle, en frente de una tienda grande. No está muy lejos.
Si no la ves, llámame.
Un abrazo,
Laura
Hoi Tomás,
Ja, ik leg het uit: vanaf het plein loop je rechtdoor richting het park. Je steekt het plein over en loopt nog ongeveer vijf minuten rechtdoor. In de tweede straat sla je rechtsaf. Het station ligt in het centrum, aan het einde van die straat, tegenover een grote winkel. Het is niet ver.
Als je het niet ziet, bel me.
Groetjes,
Laura