Jeszcze nie ma nauczyciela
Chcę nauczyciela!

Słownictwo (16)

De mode

De mode Pokaż

Moda Pokaż

De stijl

De stijl Pokaż

Styl Pokaż

De trend

De trend Pokaż

Trend Pokaż

Het merk

Het merk Pokaż

Marka Pokaż

Het tijdperk

Het tijdperk Pokaż

Epoka Pokaż

De outfit

De outfit Pokaż

Strój Pokaż

De paskamer

De paskamer Pokaż

Przymierzalnia Pokaż

De onderbroek

De onderbroek Pokaż

Majtki Pokaż

De sokken

De sokken Pokaż

Skarpety Pokaż

Vintage

Vintage Pokaż

Vintage Pokaż

In de mode

In de mode Pokaż

W modzie Pokaż

Ouderwets

Ouderwets Pokaż

Staromodny Pokaż

Aandoen

Aandoen Pokaż

Zakładać (ubranie) Pokaż

Aanhebben

Aanhebben Pokaż

Mieć na sobie Pokaż

Uitdoen

Uitdoen Pokaż

Zdejmować (ubranie) Pokaż

Passen (pasować)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gepast
(jij/je) hebt gepast
(hij/zij/ze/het) heeft gepast
(wij/we) hebben gepast
(jullie) hebben gepast
(zij/ze) hebben gepast

Dragen (nosić)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) droeg
(jij/je) droeg
(hij/zij/ze/het) droeg
(wij/we) droegen
(jullie) droegen
(zij/ze) droegen

Aandoen (aandoen)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb aangedaan
(jij/je) hebt aangedaan
(hij/zij/ze/het) heeft aangedaan
(wij/we) hebben aangedaan
(jullie) hebben aangedaan
(zij/ze) hebben aangedaan