In deze video bespreekt de YouTuber enkele beweringen over zintuigen en weerlegt ze.
En este vídeo, el YouTuber comenta algunas afirmaciones sobre los sentidos y las refuta.

Ejercicio 1: Inmersión lingüística

Instrucción: Mira el vídeo y responde a las preguntas relacionadas.

Palabra Traducción
Zien Ver
Horen Oír
Ruiken Oler
Voelen Sentir
De zintuigen Los sentidos
De pijn El dolor
Bitter Amargo
Zoet Dulce
Zuur Ácido
Zout Salado
Umami Umami
Veel mensen denken dat we vijf zintuigen hebben. (Mucha gente piensa que tenemos cinco sentidos.)
Dat zijn zien, horen, ruiken, voelen en proeven. (Esos son ver, oír, oler, sentir y saborear.)
Dit idee komt van de filosoof Aristoteles. (Esta idea viene del filósofo Aristóteles.)
Maar we hebben meer zintuigen dan alleen deze vijf. (Pero tenemos más sentidos que solo estos cinco.)
We voelen ook honger en dorst. (También sentimos hambre y sed.)
We voelen wanneer we moeten plassen of naar de wc moeten. (Sentimos cuándo tenemos que orinar o ir al baño.)
Balans is ook een zintuig, bijvoorbeeld in een trein. (El equilibrio también es un sentido, por ejemplo en un tren.)
We voelen warmte, kou en jeuk. (Sentimos calor, frío y picor.)
We weten ook waar onze armen en benen zijn. (También sabemos dónde están nuestros brazos y piernas.)
Dat is ook een zintuig. (Eso también es un sentido.)

1. Welke vijf zintuigen noemen veel mensen?

(¿Qué cinco sentidos mencionan muchas personas?)

2. Van wie komt het idee dat we vijf zintuigen hebben?

(¿De quién viene la idea de que tenemos cinco sentidos?)

3. Welk voorbeeld laat zien dat we meer zintuigen hebben dan vijf?

(¿Qué ejemplo muestra que tenemos más de cinco sentidos?)

4. Wanneer is balans een belangrijk zintuig volgens de tekst?

(¿Cuándo es el equilibrio un sentido importante según el texto?)

Ejercicio 2: Diálogo

Instrucción: Lee el diálogo y responde a las preguntas.

Een getrouwd koppel praat over zintuigen en smaken

Una pareja casada habla sobre los sentidos y los sabores
1. Echtgenoot: Hé schat, wist je dat we meer dan vijf zintuigen hebben? (Oye cariño, ¿sabías que tenemos más de cinco sentidos?)
2. Echtgenote: Nee joh, echt? Ik dacht alleen: zien, horen, ruiken, proeven en voelen. (No, ¿en serio? Yo pensaba solo: ver, oír, oler, saborear y sentir.)
3. Echtgenoot: Ja, dat klopt niet helemaal. Wetenschappers zijn het er nog niet helemaal over eens, maar er zijn meer. (Sí, eso no es del todo correcto. Los científicos todavía no se ponen totalmente de acuerdo, pero hay más.)
4. Echtgenote: Zoals het voelen van temperatuur, evenwicht of tijd? (¿Como sentir la temperatura, el equilibrio o el tiempo?)
5. Echtgenoot: Precies. En ik las nog iets: ken je umami? (Exacto. Y leí otra cosa: ¿conoces el umami?)
6. Echtgenote: De vijfde basissmaak, naast bitter, zout, zuur en zoet. Tomaat heeft soms umami, toch? (El quinto sabor básico, además de amargo, salado, ácido y dulce. El tomate a veces tiene umami, ¿verdad?)
7. Echtgenoot: Ja, precies! Wist je dat je umami goed blijft proeven als je in een vliegtuig zit? (¡Sí, exacto! ¿Sabías que sigues percibiendo bien el umami cuando estás en un avión?)
8. Echtgenote: Wat bedoel je? Verandert die smaak dan niet? En zout of zoet wel? (¿Qué quieres decir? ¿Entonces ese sabor no cambia? ¿Y el salado o el dulce sí?)
9. Echtgenoot: Ja. Zout en zoet proef je bijna niet meer. Daarom voegen ze extra smaak toe aan vliegtuigeten. (Sí. El salado y el dulce casi no los percibes. Por eso le añaden sabor extra a la comida del avión.)
10. Echtgenote: Interessant! Volgende keer bestel ik tomatensap als we vliegen. (¡Interesante! La próxima vez pediré zumo de tomate cuando volemos.)

1. Welke smaken proef je in een vliegtuig bijna niet meer?

(¿Qué sabores casi no percibes en un avión?)

2. Wat wil de vrouw de volgende keer bestellen als ze vliegt?

(¿Qué quiere pedir la mujer la próxima vez que vuele?)