Herken de woorden: plezier (blij), verdriet, woede (boos), angst, onzekerheid, emotie, jaloezie, verveling, verlegen, onderdrukte emoties, ze heeft ons nodig, gek.
Reconoce las palabras: placer (feliz), tristeza, ira (enojado), miedo, inseguridad, emoción, celos, aburrimiento, tímido, emociones reprimidas, ella nos necesita, loco.

Jan – werkt in de marketingafdeling - en Sanne – Collega, van de IT-afdeling – drinken elkaar moed in bij een koffie.

1. Jan : Poeh, Sanne, ik ben echt zenuwachtig. Onze baas zet ons weer onder druk met die deadline. (Puf, Sanne, estoy realmente nerviosa. Nuestro jefe nos está presionando de nuevo con esa fecha límite.) Mostrar
2. Sanne: Ja, ik voel me bijna bang door alle werkstress. De baas begrijpt ons echt niet meer. Ik ben best boos. (Sí, casi siento miedo por todo el estrés laboral. El jefe realmente no nos entiende ya.) Mostrar
3. Jan : En nu wil ze ineens de presentatie al vrijdag voor twaalf uur klaar hebben! (¡Y ahora de repente quiere tener la presentación lista el viernes antes de las doce!) Mostrar
4. Sanne: Ik word er bijna verdrietig van. We zijn al zo lang bezig met dit project. Het lijkt wel alsof het haar niets kan schelen. (Casi me pone triste. Ya llevamos mucho tiempo trabajando en este proyecto. Parece que no le importa en absoluto.) Mostrar
5. Jan : Precies! Ze is altijd blij als ze ons extra werk kan geven, maar ze ziet niet hoe druk het is. (¡Exacto! Siempre está contenta cuando nos puede dar trabajo extra, pero no ve lo ocupados que estamos.) Mostrar
6. Sanne: Helemaal waar! Zo kun je je werk niet goed doen. Ik wil erom lachen, maar eigenlijk is het helemaal niet leuk. (¡Totalmente cierto! Así no puedes hacer bien tu trabajo. Quiero reírme, pero en realidad no es nada divertido.) Mostrar
7. Jan : En hoe voel jij je hierdoor? Kun je ’s avonds wel ontspannen? (¿Y cómo te sientes tú por esto? ¿Puedes relajarte por las noches?) Mostrar
8. Sanne: Ik ben allesbehalve rustig. Ik ben zenuwachtig en ook niet gelukkig. Ik vrees dat ik er een burn-out van krijg. (Estoy lejos de estar tranquila. Estoy nerviosa y tampoco feliz. Temo que me cause un agotamiento.) Mostrar
9. Jan : Kom op, dan verlies ik mijn collega. Neem nog een kop koffie en we gaan door! (¡Vamos, que perderé a mi colega. Toma otra taza de café y seguimos!) Mostrar
10. Sanne: Haha, dank je. Het is hier best saai en grijs op kantoor, maar gelukkig heb ik jou! (Jaja, gracias. Aquí en la oficina está bastante aburrido y gris, pero por suerte te tengo a ti.) Mostrar
11. Jan : We moeten wel oppassen dat we niet kaal en dik worden van zoveel koffie en stress. (Tenemos que tener cuidado de no quedarnos calvos y gordos por tanto café y estrés.) Mostrar
12. Sanne: Misschien moeten we even met haar praten. Zij heeft het ook niet makkelijk door de competitie hier. (Quizás deberíamos hablar con ella. A ella tampoco le es fácil por la competencia aquí.) Mostrar

Ejercicio 1: Preguntas de debate

Instrucción: Debatir las preguntas después de escuchar el audio o leer el texto.

  1. Waarom is Jan boos en zenuwachtig?
  2. ¿Por qué está Jan enfadado y nervioso?
  3. Wanneer is de deadline voor de presentatie?
  4. ¿Cuándo es la fecha límite para la presentación?
  5. Hoe is jouw baas? Hoe voel jij je op je werk?
  6. ¿Cómo es tu jefa? ¿Cómo te sientes en el trabajo?
  7. Vind de preposities 'Om, door, aan, naar, met' en leg hun functie uit.
  8. Encuentra las preposiciones 'Om, door, aan, naar, met' y explica su función.