A1.30 - Ziekte en pijn
A1.30 - Ziekte en pijn

A1.30 - Ziekte en pijn - Spreken

Maladie et douleur


Exercice: Gespreksoefening

  1. Décrivez les symptômes de chaque personne. (Beschrijf de symptomen van elke persoon.)
  2. Vous êtes chez le médecin : créez un dialogue. (Je bent bij de dokter: creëer een dialoog.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten