A1.8 - Adres en contactgegevens - Oefeningen
Haal je boekOefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon antwoordenOefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 3:
Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Que demande le cabinet pour confirmer le rendez‑vous ?
2. Quelle est l'adresse de la personne ?
Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Je ___ la mairie pour confirmer mon adresse.
(Ik ___ het gemeentehuis om mijn adres te bevestigen.)2. Vous ___ le service RH pour donner votre numéro de téléphone.
(U ___ de HR-afdeling om uw telefoonnummer door te geven.)3. Nous ___ la poste pour changer l'adresse de livraison.
(Wij ___ het postkantoor om het afleveradres te wijzigen.)
Oefening 5:
Dialoogbegrip
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Inscription à la médiathèque
Bibliothécaire: Show Bonjour, je peux avoir votre adresse, s'il vous plaît ?
(Goedendag, mag ik alstublieft uw adres?)
Client: Show Oui, j'habite au 14 rue Victor Hugo, à Lyon.
(Ja, ik woon op Rue Victor Hugo 14 in Lyon.)
Bibliothécaire: Show Merci. Et votre numéro de téléphone ou votre mail ?
(Dank u. En uw telefoonnummer of uw e‑mail?)
Client: Show Mon numéro de téléphone, c'est le 06 18 42 90 11.
(Mijn telefoonnummer is 06 18 42 90 11.)
Open vragen:
1. Quelle est l'adresse du client ?
Wat is het adres van de cliënt?
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Vous êtes à l’accueil de la mairie. La personne vous demande vos coordonnées pour un formulaire. Répondez simplement. (Utilisez: l’adresse, la rue, la ville)
(U bent bij de balie van het gemeentehuis. De ambtenaar vraagt uw contactgegevens voor een formulier. Antwoord kort. (Gebruik: het adres, de straat, de stad))Mon adresse, c’est
(Mijn adres is ...)Voorbeeld:
Mon adresse, c’est 18 rue Victor Hugo, à Lille.
(Mijn adres is Victor Hugostraat 18, in Rijsel.)2. Au travail, votre collègue veut vous envoyer un fichier par mail. Donnez votre contact et dites que vous pouvez envoyer le document aussi par message. (Utilisez: le mail, c’est, je vous l’envoie)
(Op het werk wil uw collega u een bestand per e-mail sturen. Geef uw contactgegevens en zeg dat u het document ook per bericht kunt sturen. (Gebruik: de e-mail, dat is, ik stuur het u))Mon mail, c’est
(Mijn e-mail is ...)Voorbeeld:
Mon mail, c’est prenom.nom@gmail.com. Je vous l’envoie aussi par message.
(Mijn e-mail is voornaam.achternaam@gmail.com. Ik stuur het u ook per bericht.)Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio
ISBN 979-13-88253-36-2
Deze app ondersteunt dit boek.