Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Que demande la personne ?
Pourquoi il appelle ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Je ___ la mairie pour vérifier mon adresse sur le document.
(Ik ___ contact op met het stadhuis om mijn adres op het document te controleren.)2. Vous ___ le service RH pour donner votre numéro de téléphone.
(U ___ contact op met de HR-afdeling om uw telefoonnummer door te geven.)3. Nous ___ La Poste pour faire suivre le courrier à la bonne adresse.
(Wij ___ contact op met PostNL om de post naar het juiste adres te laten doorsturen.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Vous êtes à la mairie. L'agent remplit un formulaire et vous demande votre adresse. Répondez simplement. (Utilisez : L'adresse, la rue, la ville)
(U bent op het gemeentehuis. De ambtenaar vult een formulier in en vraagt naar uw adres. Geef een eenvoudig antwoord. (Gebruik: het adres, de straat, de stad))Mon adresse, c'est
(Mijn adres is ...)Voorbeeld:
Mon adresse, c'est 12 rue Victor‑Hugo, à Lyon.
(Mijn adres is 12 rue Victor-Hugo, in Lyon.)2. Vous appelez un cabinet médical pour prendre un rendez‑vous. La secrétaire veut vous contacter et vous demande votre numéro de téléphone. Répondez simplement. (Utilisez : Le numéro de téléphone, c'est..., 06...)
(U belt een huisartsenpraktijk om een afspraak te maken. De receptioniste wil u kunnen bereiken en vraagt uw telefoonnummer. Geef een eenvoudig antwoord. (Gebruik: het telefoonnummer, c'est..., 06...))Mon numéro de téléphone, c'est
(Mijn telefoonnummer is ...)Voorbeeld:
Mon numéro de téléphone, c'est le 06 48 12 35 90.
(Mijn telefoonnummer is 06 48 12 35 90.)