1. Woordenschat (12)

Le locataire

Le locataire Show

De huurder Show

Le logement

Le logement Show

De woning Show

Le lotissement

Le lotissement Show

De verkaveling Show

Le quartier

Le quartier Show

De buurt Show

La villa

La villa Show

De villa Show

L'immeuble

L'immeuble Show

Het gebouw Show

La tour

La tour Show

De toren Show

Le propriétaire

Le propriétaire Show

De eigenaar Show

Partager un logement

Partager un logement Show

Een woning delen Show

Louer

Louer Show

Huren Show

Signer

Signer Show

Ondertekenen Show

Aller

Aller Show

Gaan Show

2. Grammatica

3. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Annonce de location d'appartement

Woorden om te gebruiken: signer, immeuble, quartier, l’agence, louer, locataire, logement, propriétaire

(Advertentie: appartement te huur)

Petit appartement à dans un calme de Lyon. Le est au 3e étage d’un petit . Il y a une chambre, un salon, une petite cuisine et une salle de bains. Le quartier est proche du métro et des commerces.

Le cherche un sérieux. Le loyer est de 750 euros par mois. L’eau est comprise, mais l’électricité n’est pas comprise. Pour louer l’appartement, il faut un contrat et envoyer un e-mail à : contact@agencelyon.fr.
Klein appartement te huur in een rustige wijk van Lyon. De woning bevindt zich op de 3e verdieping van een klein gebouw. Er is een slaapkamer, een woonkamer, een kleine keuken en een badkamer. De buurt ligt dicht bij de metro en bij winkels.

De eigenaar zoekt een serieuze huurder. De huur bedraagt 750 euro per maand. Water is inbegrepen, maar elektriciteit is niet inbegrepen. Om het appartement te huren moet je een contract tekenen en een e-mail sturen naar het kantoor: contact@agencelyon.fr.

  1. Où se trouve ce logement et à quel étage est l’appartement ?

    (Waar ligt deze woning en op welke verdieping is het appartement?)

  2. Quelles pièces y a-t-il dans l’appartement ?

    (Welke kamers heeft het appartement?)

  3. Que doit faire la personne si elle veut louer cet appartement ?

    (Wat moet iemand doen als hij/zij dit appartement wil huren?)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je suis en train de signer le contrat de location. (Ik ben bezig het huurcontract te tekenen.)
Le propriétaire veut louer l’appartement le mois prochain. (De eigenaar wil het appartement volgende maand verhuren.)
Le quartier est très calme, il y a beaucoup de familles. (De buurt is heel rustig, er wonen veel gezinnen.)
Je cherche un logement à partager avec un autre locataire. (Ik zoek een woning om met een andere huurder te delen.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je suis en train de ___ le contrat de location avec le propriétaire.

(Ik ben het ___ het huurcontract aan het ondertekenen met de eigenaar.)

2. Nous sommes en train de ___ un petit appartement dans un quartier calme.

(We zijn bezig een klein appartement te ___ in een rustige buurt.)

3. Le locataire est en train de ___ le contrat dans l’agence immobilière.

(De huurder is het contract aan het ___ bij het makelaarskantoor.)

4. Vous êtes en train de ___ un studio ou vous partagez un logement avec des amis ?

(Bent u bezig een studio te ___ of deelt u een woning met vrienden?)

Oefening 4: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 5: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. 1. Vous téléphonez à une agence pour un appartement à Paris. Demandez si vous pouvez visiter le logement demain après le travail. (Utilisez : le logement, demain, visiter)

(1. Je belt naar een makelaar voor een appartement in Parijs. Vraag of je het logement morgen na het werk kunt bezichtigen. (Gebruik: le logement, demain, visiter))

Pour le logement,  

(Pour le logement, ...)

Voorbeeld:

Pour le logement, je peux visiter demain après le travail, s'il vous plaît ?

(Pour le logement, kan ik het morgen na het werk bezichtigen, alstublieft?)

2. 2. Vous écrivez un petit message au propriétaire. Vous voulez partager le logement avec un collègue et vous demandez si c'est possible. (Utilisez : partager un logement, un collègue, possible)

(2. Je schrijft een kort bericht naar de eigenaar. Je wilt het logement delen met een collega en vraagt of dat mogelijk is. (Gebruik: partager un logement, un collègue, possible))

Je veux partager  

(Je veux partager ...)

Voorbeeld:

Je veux partager le logement avec un collègue. Est-ce que c'est possible ?

(Je veux partager het logement met een collega. Is dat mogelijk?)

3. 3. Vous parlez avec un ami de votre recherche. Expliquez que vous voulez louer une petite villa près de votre travail. (Utilisez : louer, la villa, près de)

(3. Je praat met een vriend over je zoektocht. Leg uit dat je een kleine villa wilt huren dicht bij je werk. (Gebruik: louer, la villa, près de))

Je veux louer  

(Je veux louer ...)

Voorbeeld:

Je veux louer une petite villa près de mon travail.

(Je veux louer een kleine villa dicht bij mijn werk.)

4. 4. Vous êtes devant un immeuble avec le propriétaire. Avant de signer le contrat, demandez calmement plus d'informations. (Utilisez : signer, le propriétaire, le contrat)

(4. Je staat voor een gebouw met de eigenaar. Voordat je het contract ondertekent, vraag je rustig om meer informatie. (Gebruik: signer, le propriétaire, le contrat))

Avant de signer,  

(Avant de signer, ...)

Voorbeeld:

Avant de signer, je voudrais plus d'informations sur le contrat, s'il vous plaît.

(Avant de signer, ik zou graag meer informatie over het contract willen, alstublieft.)

Oefening 6: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen om de woning te beschrijven die je zoekt (locatie, type woning, prijs, buurt).

Nuttige uitdrukkingen:

Je cherche un logement à… / Je voudrais louer un appartement / une chambre. / Le quartier doit être… / Je peux payer jusqu’à… par mois.

Exercice 7: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Parlez à l'agent immobilier. Quel type de logement voulez-vous louer ? (Praat met de makelaar. Wat voor soort accommodatie wil je huren?)
  2. Nommez et décrivez les types d'hébergements dans les images. Pensez aux prix. (Noem en beschrijf de soorten accommodaties op de foto's. Denk aan de prijzen.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Puis-je louer la villa pour le week-end ? Elle est très grande avec une belle piscine.

Kan ik de villa voor het weekend huren? Het is heel groot met een mooi zwembad.

Je veux louer une chambre dans cet hôtel pour deux mois.

Ik wil een kamer in dit hotel huren voor twee maanden.

Je pense que le loyer est trop cher.

Ik vind de huur te duur.

Je préfère louer une chambre partagée parce que c'est moins cher.

Ik geef de voorkeur aan het huren van een gedeelde kamer omdat het goedkoper is.

J'aime vivre avec plus de gens. Donc je veux partager un appartement mais je veux une chambre individuelle.

Ik woon graag met meer mensen. Dus ik wil een appartement delen, maar ik wil een eigen kamer.

Je cherche une maison à louer avec mon partenaire.

Ik ben op zoek naar een huis om samen met mijn partner te huren.

...