A1.41 - Hobby's beschrijven
A1.41 - Hobby's beschrijven

A1.41 - Hobby's beschrijven - Oefeningen

Décrire les passe-temps


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Le soir, je fais de la danse avec une amie. ('s Avonds volg ik dansles met een vriendin.)
Le week-end, je lis un livre au café. (In het weekend lees ik een boek in het café.)
Après le travail, je joue aux jeux-vidéo à la maison. (Na het werk speel ik videospelletjes thuis.)
Le mercredi, je vais à un atelier de dessin. (Op woensdag ga ik naar een tekenatelier.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Atelier du week-end - peinture sur céramique

Vul de lege plekken in: loisir, temps libre, atelier, photo, bol, dessin, tasse

(Weekendatelier – keramiek schilderen)

Atelier Geneviève- week-end créatif. Samedi et dimanche, nous proposons un de peinture sur céramique. Durée : deux heures, matériel inclus. Vous pouvez faire une ou un et prendre une à la fin.

Réservation en ligne. Activité pour débutants : un simple pour votre . Pas d’atelier de ce week-end.
Atelier Geneviève (Parijs) – creatief weekend. Op zaterdag en zondag organiseren we een workshop keramiekschilderen. Duur: twee uur, materiaal inbegrepen. Je kunt een kopje of een kommetje maken en achteraf een foto nemen.

Online reserveren. Activiteit voor beginners: een leuke, eenvoudige vrijetijdsbesteding. Dit weekend geen tekenworkshop.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Salut, c'est Claire. Ce soir, après le travail, je fais de la danse à 19 h au centre culturel. Si tu veux, tu peux venir, c'est près du métro République.

Où a lieu l'activité de Claire ce soir ?

(Waar vindt Claire haar activiteit vanavond plaats?)
2. Bonjour. Samedi matin, je vais à un atelier photo à la médiathèque, à 10 h. Je prends mon appareil et ensuite je lis des livres sur place.

Quelle activité fait la personne samedi matin ?

(Welke activiteit doet de persoon zaterdagochtend?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Après le travail, je ___ dans un atelier près de chez moi.

(Na het werk ___ ik in een atelier bij mij in de buurt.)

2. Le week-end, nous ___ avec des amis.

(In het weekend ___ we met vrienden.)

3. Dans mon temps libre, je ___ et je lis des livres.

(In mijn vrije tijd ___ ik en lees ik boeken.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Un collègue te parle pendant la pause café. Il te demande ce que tu fais dans ton temps libre. Réponds simplement et donne 1 ou 2 exemples. (Utilise: le temps libre, j'aime, le week-end)

(Een collega spreekt je aan tijdens de koffiepauze. Hij vraagt wat je in je vrije tijd doet. Antwoord kort en geef 1 of 2 voorbeelden. (Gebruik: de vrije tijd, ik hou van, in het weekend))

Dans mon temps libre    

(In mijn vrije tijd ...)

Voorbeeld:

Dans mon temps libre, j'aime lire et faire de la photo, surtout le week-end.

(In mijn vrije tijd hou ik van lezen en fotograferen, vooral in het weekend.)

2. Tu es à une soirée avec des amis d'amis. Quelqu'un te demande si tu as un loisir. Réponds et dis si tu le fais souvent. (Utilise: un loisir, souvent, le soir)

(Je bent op een feestje met kennissen van vrienden. Iemand vraagt of je een hobby hebt. Antwoord en zeg of je het vaak doet. (Gebruik: een hobby, vaak, 's avonds))

Mon loisir, c'est    

(Mijn hobby is ...)

Voorbeeld:

Mon loisir, c'est la danse. Je danse souvent le soir.

(Mijn hobby is dansen. Ik dans vaak 's avonds.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! C'est Camille.

Samedi, j'ai du temps libre. Tu veux faire une activité ensemble ? Il y a un atelier de peinture sur céramique à Paris (2 heures), ou sinon on peut rester au café et parler.

Tu aimes faire quoi comme loisir ? Tu es libre samedi après-midi ?


Hoi! Met Camille.

Zaterdag heb ik tijd. Wil je samen iets doen? Er is een atelier keramiekschilderen in Parijs (2 uur), of we kunnen anders in het café blijven en praten.

Wat doe jij graag als vrijetijdsbesteding? Ben je zaterdagmiddag vrij?


Nuttige zinnen:

  1. Samedi après-midi, je suis libre / je ne suis pas libre.

    (Zaterdagmiddag ben ik vrij / ik ben niet vrij.)

  2. J'aime faire de la ... (danse / lecture) et je joue au ... (jeu de société).

    (Ik houd van ... (dansen / lezen) en ik speel ... (bordspel).)

  3. Je préfère ... ; est-ce qu'on peut réserver pour ... ?

    (Ik geef de voorkeur aan ...; kunnen we reserveren voor ... ?)

Salut Camille ! Merci pour ton message. Samedi après-midi, je suis libre. J'aime faire de la lecture et je joue aux jeux de société. L'atelier de peinture sur céramique me plaît. On peut réserver pour samedi à 15 h ?

Hoi Camille! Bedankt voor je bericht. Zaterdagmiddag ben ik vrij. Ik houd van lezen en ik speel bordspellen. Het atelier keramiekschilderen spreekt me aan. Kunnen we reserveren voor zaterdag om 15.00 uur?