Leer het correcte gebruik van 'faire de', 'jouer à' en 'jouer du' met vaste lidwoorden, bijvoorbeeld 'faire du vélo', 'jouer au foot' en 'jouer de la guitare', voor dagelijkse gesprekssituaties over hobby’s en sporten.
  1. Het lidwoord moet worden aangepast aan het zelfstandig naamwoord dat erop volgt.
  2. Elke uitdrukking maakt het mogelijk om te spreken over een type vrijetijdsbesteding (instrument, sport of activiteit).
Masculin (Mannelijk)Féminin (Vrouwelijk)
Faire du + activité Je fais du vélo (Ik fiets).Faire de la + activitéJe fais de la danse (Ik doe aan dansen). 
Jouer au + sport ou jeuJe joue au foot. (Ik speel voetball.)Jouer à la + sport ou jeu Je joue à la pétanque (Ik speel petanque).
Jouer du + instrument de musiqueJe joue du piano. (Ik speel piano.)Jouer de la + instrument de musiqueJe joue de la guitare. (Ik speel gitaar.)

Oefening 1: "Faire de", "Jouer à", "Jouer du" + article défini

Instructie: Vul het juiste woord in.

Toon vertaling Toon antwoorden

faire de la, jouer du, faire du, jouer aux, jouer de la, jouer au

1. Activité :
Est-ce que vous voulez ... ski en hiver?
(Wilt u in de winter skiën?)
2. Sport :
Nous allons ... football après l'école.
(We gaan na school voetbal spelen.)
3. Jeu :
Ils aiment ... cartes pendant les vacances.
(Ze spelen graag kaartspelletjes tijdens de vakantie.)
4. Activité :
Tu veux ... vélo avec moi au parc?
(Wil je met mij fietsen in het park?)
5. Instrument :
Mon ami sait ... trompette.
(Mijn vriend kan trompet spelen.)
6. Instrument :
Elle apprend à ... guitare.
(Ze leert gitaar spelen.)
7. Activité :
Elle aime ... natation.
(Ze houdt van zwemmen.)
8. Instrument :
Il sait ... piano.
(Hij kan piano spelen.)

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je fais ______ danse chaque semaine avec mes amis.

(Ik doe ______ dans elke week met mijn vrienden.)

2. Tu joues ______ foot le samedi après-midi.

(Jij speelt ______ voetbal op zaterdagmiddag.)

3. Il joue ______ piano très bien.

(Hij speelt ______ piano heel goed.)

4. Nous faisons ______ sport pour rester en forme.

(Wij doen ______ sport om fit te blijven.)

5. Vous jouez ______ pétanque le dimanche.

(Jullie spelen ______ petanque op zondag.)

6. Elle joue ______ guitare dans un groupe.

(Zij speelt ______ gitaar in een band.)

Inleiding tot 22Faire de22, 22Jouer e022 en 22Jouer du22 met bepaald lidwoord

In deze les leer je hoe je in het Frans praat over vrijetijdsactiviteiten, sporten en muziekinstrumenten met de uitdrukkingen: faire de, jouer e0 en jouer du/de la. Deze combinaties worden gevolgd door een bepaald lidwoord dat afgestemd is op de activiteit of het instrument, afhankelijk van het geslacht (mannelijk of vrouwelijk) van het zelfstandig naamwoord dat volgt.

Gebruik van 22Faire de22

Faire de wordt gebruikt om te spreken over sporten of activiteiten, altijd met het bepaalde lidwoord du bij mannelijke woorden en de la bij vrouwelijke woorden, gevolgd door de activiteit:

  • Faire du + mannelijke activiteit: Je fais du ve9lo.
  • Faire de la + vrouwelijke activiteit: Je fais de la danse.

Gebruik van 22Jouer e022

Jouer e0 wordt gebruikt voor sporten en spelletjes, gecombineerd met het bepaalde lidwoord au voor mannelijke woorden en e0 la voor vrouwelijke woorden:

  • Jouer au + mannelijk sport/spel: Je joue au foot.
  • Jouer e0 la + vrouwelijk sport/spel: Je joue e0 la pe9tanque.

Gebruik van 22Jouer du/de la22

Jouer du/de la staat voor het bespelen van een muziekinstrument, ook met mannelijke of vrouwelijke bepaalde lidwoorden:

  • Jouer du + mannelijk instrument: Je joue du piano.
  • Jouer de la + vrouwelijk instrument: Je joue de la guitare.

Belangrijke aandachtspunten

Let erop dat het lidwoord moet overeenkomen met het geslacht van het zelfstandig naamwoord dat volgt. Deze uitdrukkingen helpen je om op natuurlijke wijze over hobby27s, sporten en muziek te praten in het Frans.

Verschillen met het Nederlands en nuttige woorden

In het Nederlands zeggen we bijvoorbeeld 22voetballen22 of 22piano spelen22 zonder lidwoorden erbij, terwijl het Frans altijd een lidwoord vereist in verbinding met het werkwoord (faire of jouer). Waar we zeggen 22ik speel voetbal22, zegt men in het Frans Je joue au foot, met het lidwoord au (aan het).

Enkele nuttige Franse woorden:

  • Le sport 28de sport29
  • La danse 28de dans29
  • Le piano 28de piano29
  • La guitare 28de gitaar29
  • Le foot 28voetbal29
  • La pe9tanque 28petanque29

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Donia Ben Salem

Toegepaste vreemde talen

Université de Lorraine

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 17/07/2025 22:12