Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Note du cabinet médical (Paris)
Vul de lege plekken in: ordonnance, fièvre, gorge, journée, toux, pharmacie, nouveau
(Notitie van de dokterspraktijk (Parijs))
Cabinet médical - Informations pour les patients : Si vous avez de la , une ou mal à la , ne venez pas sans rendez-vous. Vous pouvez appeler et demander une consultation dans la . Après l’examen, le médecin peut donner une . Prenez les médicaments à la : un sirop pour la toux ou de l’aspirine. Si la douleur continue, consultez de .Dokterspraktijk - Informatie voor patiënten: Als u koorts, hoest of keelpijn heeft, kom dan niet zonder afspraak. U kunt bellen en vragen om een consult op dezelfde dag. Na het onderzoek kan de arts een recept uitschrijven. Haal de medicijnen bij de apotheek: een hoestsiroop of aspirine. Als de pijn blijft, raadpleeg dan opnieuw.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Pourquoi Sophie appelle-t-elle ?
Que va acheter l'homme ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Je ___ consulter un médecin cet après-midi, j’ai de la fièvre.
(Je ___ consulter un médecin cet après-midi, j’ai de la fièvre.)2. Vous ___ prendre un médicament après le repas, selon l’ordonnance.
(Vous ___ prendre un médicament après le repas, selon l’ordonnance.)3. Elle ___ aller à l’hôpital aujourd’hui, elle va d’abord à la pharmacie.
(Elle ___ aller à l’hôpital aujourd’hui, elle va d’abord à la pharmacie.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu es au cabinet médical. Le médecin te demande ce que tu as. Réponds et dis où tu as mal. (Utilise: avoir mal à…, avoir de la fièvre, tousser)
(Je bent bij de dokter. De dokter vraagt wat er met je is. Antwoord en zeg waar je pijn hebt. (Gebruik: avoir mal à…, avoir de la fièvre, tousser))J'ai mal
(Ik heb pijn ...)Voorbeeld:
J'ai mal à la tête et j'ai un peu de fièvre. Je tousse aussi.
(Ik heb hoofdpijn en een beetje koorts. Ik hoest ook.)2. Tu es à la pharmacie. Tu as une ordonnance du médecin. Demande le médicament et pose une question simple. (Utilise: l'ordonnance, un antibiotique, comment prendre…)
(Je bent in de apotheek. Je hebt een recept van de dokter. Vraag om het medicijn en stel een eenvoudige vraag. (Gebruik: l'ordonnance, un antibiotique, comment prendre…))J'ai une
(Ik heb een ...)Voorbeeld:
Bonjour, j'ai une ordonnance. Je peux avoir l'antibiotique, s'il vous plaît ? Je le prends comment ?
(Hallo, ik heb een recept. Mag ik het antibioticum, alstublieft? Hoe moet ik het innemen?)Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Salut ! C'est Karim, ton voisin du 3e.
Depuis hier, je tousse beaucoup et j'ai mal à la gorge. Je pense que j'ai un peu de fièvre. Je vais consulter un médecin aujourd'hui au cabinet médical à 16h30, mais je ne me sens pas bien.
Tu peux venir avec moi ?
Hoi! Met Karim, je buurman van de derde verdieping.
Sinds gisteren hoest ik veel en heb ik keelpijn. Ik denk dat ik een beetje koorts heb. Ik ga vandaag naar de dokter om 16:30 in de dokterspraktijk, maar ik voel me niet goed.
Kun je met me meekomen?
Nuttige zinnen:
-
Je suis désolé(e), je ne peux pas venir parce que...
(Het spijt me, ik kan niet meekomen omdat...)
-
Je peux venir avec toi à ...
(Ik kan met je meegaan om ...)
-
Tu as aussi mal à la tête / au ventre ?
(Heb je ook hoofdpijn / buikpijn?)
Hoi Karim, ja, ik kan met je meegaan. Ik ben vrij om 16:00, we kunnen samen vertrekken. Heb je koorts? Heb je ook hoofdpijn? Als de dokter een recept geeft, gaan we daarna naar de apotheek. Tot straks.