Leer Franse comparatieven met woorden over zintuigen en smaken zoals "plus sucré" (zoeter), "moins fort" (minder sterk) en "aussi clair" (even helder) tijdens dagelijkse situaties zoals op de markt of in een café.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (16) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Rangschik de woorden op basis van zintuigen of smaken om hun betekenis beter te onthouden.
Les sens (la perception)
Les goûts (les saveurs)
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
L'ouïe
Het gehoor
2
Clair
Helder
3
La voix
De stem
4
Doux
Zacht
5
Voir
Zien
Exercice 5: Gespreksoefening
Instruction:
- Beschrijf het tegenovergestelde in de afbeeldingen met vergelijkingen (meer dan, evenveel als, minder dan). (Beschrijf de tegenstelling in de afbeeldingen met vergelijkingen (meer dan, zo ... als, minder dan).)
- Vraag aan de persoon die naast je zit of ze de voorkeur geven aan zoet of zout eten, zoete of bittere drankjes,... (Vraag aan de persoon die naast je zit of ze de voorkeur geven aan zoet of zout eten, zoete of bittere dranken,...)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Le café est plus amer que le thé. Koffie is bitterder dan thee. |
Une pomme est plus dure qu'une banane. Een appel is harder dan een banaan. |
Les fleurs sentent meilleur que les chaussettes. Bloemen ruiken beter dan sokken. |
La nourriture salée a aussi bon goût que la nourriture sucrée. Zout voedsel smaakt net zo goed als zoet voedsel. |
Préférez-vous l'odeur du café ou du thé ? Heb je liever de geur van koffie of thee? |
Je préfère l'odeur amère du café. Ik geef de voorkeur aan de bittere geur van koffie. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Je ___ sentir la douce odeur des fleurs dans le jardin.
(Ik ___ de zoete geur van bloemen in de tuin ruiken.)2. Tu ___ goûter ce gâteau sucré ?
(Jij ___ deze zoete cake proeven?)3. Il ___ entendre un bruit plus clair que toi.
(Hij ___ een geluid horen dat helderder is dan dat van jou.)4. Nous ___ voir la robe qui est aussi jolie que le pantalon.
(Wij ___ de jurk zien die net zo mooi is als de broek.)Oefening 8: Een proeverij op de markt
Instructie:
Werkwoordschema's
Pouvoir - Kunnen
Présent
- je peux
- tu peux
- il/elle/on peut
- nous pouvons
- vous pouvez
- ils/elles peuvent
Vouloir - Willen
Présent
- je veux
- tu veux
- il/elle/on veut
- nous voulons
- vous voulez
- ils/elles veulent
Oefening 9: Les adjectifs comparatifs: "Plus", "Moins", "Aussi"
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De vergrotende bijvoeglijke naamwoorden: "Plus", "Moins", "Aussi"
Toon vertaling Toon antwoordenmoins, aussi, plus
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.26.2 Grammaire
Les adjectifs comparatifs: "Plus", "Moins", "Aussi"
De vergrotende bijvoeglijke naamwoorden: "Plus", "Moins", "Aussi"
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Pouvoir kunnen Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') je peux | ik kan |
tu peux | jij kunt |
il/elle/on peut | hij/zij/men kan |
nous pouvons | wij kunnen |
vous pouvez | u kunt |
ils/elles peuvent | zij kunnen |
Vouloir willen Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') veux | ik wil |
(tu) veux | jij wilt |
(il/elle/on) veut | hij/zij/men wil |
(nous) voulons | wij willen |
(vous) voulez | jullie willen |
(ils/elles) veulent | zij willen |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Zintuigen en waarnemen in het Frans
In deze les leer je hoe je in het Frans kunt praten over je zintuigen en hoe je dingen kunt vergelijken op basis van smaak, geur, geluid, zicht en aanraking. Het niveau van deze les is A1, geschikt voor beginners die net starten met het Frans.
Belangrijke thema's
- De vijf zintuigen benoemen: l'odorat (reuk), l'ouïe (gehoor), la vue (zicht), le toucher (tast) en le son (geluid).
- Smaakwoorden: le goût (smaak), salé (zout), sucré (zoet).
- Vergelijkende bijvoeglijke naamwoorden om kwaliteiten te beschrijven en te vergelijken: plus (meer), moins (minder), aussi (even/mits).
Voorbeelden van zinnen met vergelijkingen
- La pomme est plus sucrée que la poire.
- Ce parfum a une odeur plus douce que l'autre.
- Le chocolat est aussi salé que le fromage.
- Le son de la musique est moins fort qu'hier.
Werkwoorden die vaak voorkomen rond waarneming
De modale werkwoorden pouvoir (kunnen) en vouloir (willen) worden vaak gebruikt om zintuiglijke waarnemingen en voorkeuren uit te drukken, zoals in:
- Je peux sentir la douce odeur des fleurs dans le jardin.
- Tu veux goûter ce gâteau sucré ?
Oefeningen en toepassingen
De les bevat ook praktische dialogen voor situaties zoals op de markt, in een café en in een kledingwinkel, waarbij je leert hoe je smaken, geuren, geluiden en texturen vergelijkt en bespreekt.
Verschillen tussen het Nederlands en Frans met betrekking tot deze les
In het Nederlands gebruiken we vergelijkingen vaak met 'meer', 'minder' en 'even', net als in het Frans met plus, moins en aussi. Houd er rekening mee dat Frans gevoeliger is in de grammaticale structuur bij vergelijkende zinnen, bijvoorbeeld het gebruik van "que" (‘dan’) na plus of moins.
Enkele nuttige woorden en hun Nederlandse equivalenten:
- l'odorat - reuk
- le goût - smaak
- salé - zout
- sucré - zoet
- plus ... que - meer ... dan
- moins ... que - minder ... dan
- aussi ... que - even ... als
Let op de uitspraak van deze woorden, vooral goût, waarbij de 't' niet wordt uitgesproken, wat een verschil is met de duidelijke uitspraak in het Nederlands.