Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

En juillet, je préfère prendre mes vacances en France. (In juli geef ik er de voorkeur aan mijn vakantie in Frankrijk door te brengen.)
En hiver, il fait très froid à Paris. (In de winter is het erg koud in Parijs.)
Au printemps, les journées sont plus longues et agréables. (In het voorjaar zijn de dagen langer en aangenamer.)
En septembre, nous allons souvent à Lyon pour le travail. (In september gaan we vaak naar Lyon voor werk.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Newsletter de l’entreprise : calendrier des vacances

Vul de lege plekken in: hiver, juillet, décembre, novembre, septembre, printemps, automne, avril, été

(Nieuwsbrief van het bedrijf: vakantiekalender)

Notre entreprise prépare le calendrier des vacances pour l’année. En , il y a beaucoup de travail, alors peu de personnes partent en congé en janvier et en février. Au , en mars et en , certains collègues prennent une semaine pour profiter du temps plus doux.

En , beaucoup d’employés sont en vacances en et en août, parce qu’il fait chaud et les journées sont longues. En , l’équipe revient au bureau et commence de nouveaux projets. En , en octobre et en , le temps est plus froid et il pleut souvent. En , certains préfèrent rester en famille pour les fêtes de fin d’année.
Ons bedrijf stelt de vakantiekalender voor het jaar op. In de winter is er veel werk, dus vertrekken weinig mensen met vakantie in januari en februari. In de lente , in maart en in april , nemen sommige collega’s een week vrij om van het zachtere weer te genieten.

In de zomer zijn veel medewerkers met vakantie in juli en augustus , omdat het warm is en de dagen lang zijn. In september komt het team weer naar kantoor en begint men aan nieuwe projecten. In de herfst , in oktober en in november , is het kouder en regent het vaak. In december blijven sommigen liever thuis bij familie voor de eindejaarsfeesten.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Salut, c’est Marc. En juillet il fait très chaud ici, l’été est long. Je préfère partir en août, à la mer avec ma famille.

Quand Marc part-il en vacances ?

(Wanneer gaat Marc op vakantie?)
2. Bonjour, en décembre nous avons une offre spéciale pour l’hiver. La montagne est belle et calme. En février, les prix sont plus élevés et les hôtels sont souvent complets.

Quelle période l’agence recommande-t-elle pour cette offre ?

(Welke periode raadt het bureau aan voor deze aanbieding?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. En été, nous ___ souvent en vacances en juillet.

(In de zomer gaan wij ___ vaak op vakantie in juli.)

2. En hiver, je ___ rester à la maison quand il fait très froid.

(In de winter blijf ik ___ liever thuis als het erg koud is.)

3. En avril, vous ___ souvent au bureau à pied parce qu’il fait beau.

(In april loopt u ___ vaak te voet naar kantoor omdat het mooi weer is.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Ton manager te demande quand tu veux prendre tes vacances cette année. Réponds et dis dans quel mois tu préfères partir. (Utilise : les vacances, préférer, un mois, par exemple en juillet / en août)

(Je manager vraagt wanneer je dit jaar met vakantie wilt. Antwoord en zeg in welke maand je het liefst vertrekt. (Gebruik: de vakantie, liever hebben/verkiezen, een maand, bijvoorbeeld in juli / in augustus))

Je préfère    

(Ik ga liever ... / Ik verkies ...)

Voorbeeld:

Je préfère les vacances en août.

(Ik ga het liefst met vakantie in augustus.)

2. Tu es chez le médecin. Il veut fixer un prochain rendez-vous en hiver. Dis quel mois d’hiver est bien pour toi. (Utilise : l’hiver, un mois d’hiver, par exemple en janvier / en février)

(Je bent bij de dokter. Hij wil een volgende afspraak in de winter plannen. Zeg welke wintermaand jou goed uitkomt. (Gebruik: de winter, een wintermaand, bijvoorbeeld in januari / in februari))

En hiver,    

(In de winter ...)

Voorbeeld:

En hiver, janvier est bien pour moi.

(In de winter komt januari goed uit voor mij.)

Oefening 7: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen om uit te leggen wanneer je gedurende het jaar op vakantie gaat en wat je in de zomer of in de winter doet.

Nuttige uitdrukkingen:

Je préfère partir en vacances en… / En été / En hiver, il fait… / Je prends mes vacances en… / Avec ma famille / mes amis, je vais…