A1.45 - Muziek en kunst - Oefeningen
Haal je boekOefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 2:
Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Sortie au musée - info pratique
Ce week-end, le musée de la ville propose une sur la peinture impressionniste. Au programme : des et une le samedi à 15 h. Billets à l’accueil.
Attention : l’ voisine est en travaux, mais le reste visible. À la fin, vous pouvez écouter de la musique au café du musée. Accès en métro, arrêt République.Dit weekend organiseert het stadsmuseum een tentoonstelling over impressionistische schilderkunst. Op het programma staan schilderijen en een rondleiding op zaterdag om 15.00 uur. Tickets aan de balie.
Let op: de naastgelegen kerk is in renovatie, maar het monument blijft zichtbaar. Aan het einde kun je in het museumcafé naar muziek luisteren. Bereikbaar met de metro, halte République.
Oefening 3:
Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Que demande la guide ?
2. À quelle heure commence la visite guidée ?
Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Le guide dit de ___ le tableau dans la première salle.
(De gids zegt ___ het schilderij in de eerste zaal te bekijken.)2. Elle dit qu'elle ___ beaucoup cette œuvre d'art.
(Zij zegt dat ze ___ dit kunstwerk erg mooi vindt.)3. Le musicien dit qu'il ___ jouer du piano au concert ce soir.
(De muzikant zegt dat hij ___ piano zal spelen tijdens het concert vanavond.)
Oefening 5:
Dialoogbegrip
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Acheter deux billets au musée
Agent d'accueil: Show Bonjour madame, je peux vous aider ?
(Goedendag mevrouw, kan ik u helpen?)
Cliente: Show Bonjour, je voudrais deux billets pour l'exposition, s'il vous plaît.
(Goedendag, ik wil graag twee kaartjes voor de tentoonstelling, alstublieft.)
Agent d'accueil: Show D'accord. L'exposition est au 2e étage. Voulez-vous une visite guidée ?
(Prima. De tentoonstelling is op de tweede verdieping. Wilt u een rondleiding?)
Cliente: Show Non merci, je veux juste regarder les tableaux et écouter l'audioguide.
(Nee dank u, ik wil alleen naar de schilderijen kijken en naar de audiotour luisteren.)
Open vragen:
1. Où est l'exposition ?
Waar is de tentoonstelling?
Choisir un concert ce soir
Nina (amie): Show Tu veux aller au concert à la Salle Pleyel ce soir ?
(Wil je vanavond naar het concert in Salle Pleyel gaan?)
Thomas: Show Oui, bonne idée. Qui joue ?
(Ja, goed idee. Wie treedt er op?)
Nina (amie): Show Il y a un pianiste et un violoniste, et après une danseuse fait un solo.
(Er is een pianist en een violist, en daarna doet een danseres een solo.)
Thomas: Show Super, j'adore le piano. On se retrouve à 20 h ?
(Top, ik hou van piano. Zullen we elkaar om 20.00 uur ontmoeten?)
Open vragen:
1. Quel concert Nina propose-t-elle ?
Welk concert stelt Nina voor?
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Vous êtes à l'office de tourisme. Vous voulez aller au musée aujourd'hui. Demandez l'adresse et les horaires. (Utilisez: Aller au musée, ouvert, à quelle heure)
(U bent bij het VVV-kantoor. U wilt vandaag naar het museum gaan. Vraag naar het adres en naar de openingstijden. (Gebruik: Naar het museum gaan, open, hoe laat))Le musée, c'est
(Het museum is ...)Voorbeeld:
Bonjour, où est le musée, s'il vous plaît ? Et il est ouvert à quelle heure ?
(Bonjour, waar is het museum alstublieft? En hoe laat is het open?)2. Vous êtes dans un musée avec un collègue. Vous voyez un tableau et vous donnez votre avis simplement. (Utilisez: Le tableau, j'aime, très beau)
(U bent in een museum met een collega. U ziet een schilderij en geeft eenvoudig uw mening. (Gebruik: Het schilderij, ik houd van, heel mooi))J'aime ce tableau,
(Ik houd van dit schilderij, ...)Voorbeeld:
J'aime ce tableau, il est très beau.
(Ik houd van dit schilderij, het is heel mooi.)Oefening 7: Brief schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Salut !
C'est Claire (du bureau). Samedi, je vais au musée avec une amie. Il y a une petite exposition de tableaux et après on peut écouter de la musique près de la place.
Tu veux venir ? On se retrouve à 14h devant l'entrée. Les billets sont à 10 €.
Claire
Hoi!
Met Claire (van kantoor). Zaterdag ga ik met een vriendin naar het museum. Er is een kleine tentoonstelling met schilderijen en daarna kunnen we naar muziek luisteren bij het plein.
Wil je meekomen? We spreken om 14.00 uur af bij de ingang. De kaartjes kosten €10.
Claire
Nuttige zinnen:
-
Je peux venir, mais...
(Ik kan komen, maar...)
-
Tu dis que c'est à 14h, c'est ça ?
(Je zegt dat het om 14.00 is, klopt dat?)
-
On se retrouve devant...
(We spreken af bij...)
Hoi Claire, bedankt! Ja, ik kan meekomen. Je zegt dat het om 14.00 uur bij de ingang is, klopt dat? Super. Kunnen we de kaartjes ter plekke kopen? Tot zaterdag, bij het museum.
Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio
ISBN 979-13-88253-36-2
Deze app ondersteunt dit boek.