In deze les leren we hoe je hobby's beschrijft met Franse uitdrukkingen als "faire de" (doen aan), "jouer à" (spelen van sporten) en "jouer du" (instrument bespelen). Voorbeelden zijn: "faire de la danse", "jouer au tennis" en "jouer du piano".
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (14) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen en vertaal.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Kom de vertalingen overeen
Oefening 3: Clusteren van woorden
Instructie: Koppel elk woord aan de categorie die het beste past om je hobby's te beschrijven.
Activités artistiques
Expressions d'activités
Oefening 4: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Photographier
Fotograferen
2
S'amuser
Zich amuseren
3
Une activité
Een activiteit
4
La lecture
Het lezen
5
Un loisir
Een hobby
Exercice 5: Gespreksoefening
Instruction:
- Beschrijf de hobby op elke afbeelding. (Beschrijf de hobby in elke afbeelding.)
- Wat is je favoriete activiteit? (Wat is je favoriete activiteit?)
- Vraag de anderen naar hun hobby's? (Vraag de anderen naar hun hobby's?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
La femme chante. De vrouw zingt. |
Ils sont actifs et font du sport. Ze zijn actief en doen aan sport. |
J'aime beaucoup écouter de la musique. Ik luister heel graag naar muziek. |
Qu'est-ce que tu aimes faire ? Wat doe je graag? |
J'aime lire. Ik lees graag. |
J'aime peindre. Ik hou van schilderen. |
... |
Oefening 6: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 7: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Je ___ de la danse tous les samedis.
(Ik ___ elke zaterdag aan dans.)2. Tu ___ au tennis avec tes amis après le travail.
(Jij ___ tennis met je vrienden na het werk.)3. Il ___ du piano depuis plusieurs années.
(Hij ___ al jaren piano.)4. Nous ___ les rues et les quartiers de la ville pendant notre temps libre.
(Wij ___ de straten en wijken van de stad tijdens onze vrije tijd.)Oefening 8: De vrijetijdsbesteding van een nieuwkomer in Parijs beschrijven
Instructie:
Werkwoordschema's
Découvrir - Ontdekken
Présent
- je découvre
- tu découvres
- il/elle découvre
- nous découvrons
- vous découvrez
- ils/elles découvrent
Faire - Maken
Présent
- je fais
- tu fais
- il/elle fait
- nous faisons
- vous faites
- ils/elles font
Jouer - Spelen
Présent
- je joue
- tu joues
- il/elle joue
- nous jouons
- vous jouez
- ils/elles jouent
S'intéresser - Zich interesseren
Présent
- je m'intéresse
- tu t'intéresses
- il/elle s'intéresse
- nous nous intéressons
- vous vous intéressez
- ils/elles s'intéressent
Oefening 9: "Faire de", "Jouer à", "Jouer du" + article défini
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: "Faire de", "Jouer à", "Jouer du" + bepaald lidwoord
Toon vertaling Toon antwoordenfaire de la, jouer du, faire du, jouer aux, jouer de la, jouer au
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A1.41.2 Grammaire
"Faire de", "Jouer à", "Jouer du" + article défini
"Faire de", "Jouer à", "Jouer du" + bepaald lidwoord
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Découvrir ontdekken Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') découvre | ik ontdek |
(tu) découvres | jij ontdekt |
(il/elle/on) découvre | hij/zij/men ontdekt |
(nous) découvrons | wij ontdekken |
(vous) découvrez | jullie ontdekken |
(ils/elles) découvrent | zij ontdekken |
S'intéresser zich interesseren Delen Gekopieerd!
Present
Frans | Nederlands |
---|---|
(je/j') m'intéresse | ik interesseer me |
(tu) t'intéresses | jij interesseert je |
(il/elle/on) s'intéresse | hij/zij/men interesseert zich |
nous intéressons | we zijn geïnteresseerd |
vous intéressez | u interesseert |
(ils/elles) s'intéressent | zij interesseren zich |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Frans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Overzicht van de les: Hobby's beschrijven in het Frans
In deze les leer je hoe je kunt praten over hobby's en vrije tijd in het Frans op A1-niveau. De focus ligt op het correct gebruiken van de uitdrukkingen faire de, jouer à en jouer du gevolgd door het bepaald lidwoord. Je leert met name hoe je deze zinsdelen kunt toepassen bij activiteiten en sporten, en hoe je favoriete bezigheden kunt beschrijven.
Belangrijke gezegden en voorbeelden
- faire de la danse (ik doe aan dansen)
- jouer au football (ik speel voetbal)
- jouer du piano (ik speel piano)
- Andere hobby's zoals la photo, la peinture, en la natation worden ook benoemd.
Wat leer je praktisch?
Je leert de juiste combinaties van werkwoorden en lidwoorden voor hobby's en activiteiten. Bijvoorbeeld:
- J'aime faire de la danse pendant mon temps libre.
- Tu joues au tennis avec tes amis ?
- Elle joue du violon le soir.
Daarnaast oefen je met dialogen die je helpen gesprekken te voeren over hobby's in verschillende situaties, zoals in het park, café en sportschool.
Woorden en uitdrukkingen voor hobby's
- un loisir – een hobby
- s'amuser – zich vermaken
- s'intéresser à – zich interesseren voor
- faire de la photo – fotograferen
- jouer à la pétanque – pétanque spelen
Grammatica en werkwoordgebruik
De les benadrukt de juiste vervoeging van werkwoorden als faire, jouer, découvrir en s’intéresser in de tegenwoordige tijd. Dit helpt je om over jouw hobby's te spreken in correcte zinnen.
Verschillen met het Nederlands
In het Frans gebruik je voor hobby's vaak vaste combinaties van werkwoorden en bepaald lidwoord: faire de la + activiteit (bijvoorbeeld faire de la danse) of jouer à voor spel- en balsporten (bijvoorbeeld jouer au tennis), en jouer du voor muziekinstrumenten (bijvoorbeeld jouer du piano). In het Nederlands spreken we meestal gewoon over ik dans, ik speel tennis of ik speel piano zonder dit lidwoordensysteem.
Handige Franse termen voor dagelijkse gesprekken:
Quel sport fais-tu ? – Welke sport doe je?
J'aime jouer au football et faire de la photo. – Ik houd van voetbal spelen en fotograferen.
Je joue du piano depuis deux ans. – Ik speel al twee jaar piano.