A1.28 - Karakter en persoonlijkheid
A1.28 - Karakter en persoonlijkheid

A1.28 - Karakter en persoonlijkheid - Oefeningen

Caractère et personnalité


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Mon nouveau collègue paraît sympathique, il est très gentil. (Mijn nieuwe collega lijkt sympathiek, hij is heel vriendelijk.)
Au bureau, je suis stressé, mais mon chef reste calme. (Op kantoor ben ik gestrest, maar mijn leidinggevende blijft rustig.)
Dans l'équipe, elle est la plus drôle de toutes. (In het team is zij de grappigste van allemaal.)
Il est intelligent, mais parfois maladroit. (Hij is intelligent, maar soms onhandig.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Annonce interne - Bienvenue à la nouvelle collègue

Vul de lege plekken in: sérieuse, gentil, sympathique, calme, paraît

(Interne mededeling – welkom aan de nieuwe collega)

Annonce interne: Lundi, une nouvelle collègue arrive. Elle s'appelle Claire et elle travaille sur le site de Paris. Elle est et . Elle aussi . Merci d'être avec elle et de l'inviter au café à 10 h. Si vous avez une question, contactez le manager.
Interne mededeling (marketingafdeling): op maandag komt er een nieuwe collega. Ze heet Claire en ze werkt op de vestiging in Parijs. Ze is rustig en serieus. Ze komt ook vriendelijk over. Wees vriendelijk tegen haar en nodig haar om 10 uur uit voor een kop koffie. Als je een vraag hebt, neem dan contact op met de manager.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Salut, c'est Julie. Pour le projet, Marc est le plus sérieux de l'équipe et Léa est la plus drôle. On se retrouve à 9 h en salle 3.

Qui est le plus sérieux ?

(Wie is het serieusst?)
2. Bonsoir. Pour le cours de français, la prof est très gentille et calme. Dans le groupe, Ahmed est le moins timide.

Comment est Ahmed dans le groupe ?

(Hoe is Ahmed in de groep?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Dans mon équipe, Paul ___ le plus sérieux de tous.

(In mijn team is Paul ___ de ernstigste van allemaal.)

2. Au bureau, Julie ___ la plus calme de la réunion.

(Op kantoor lijkt Julie ___ de rustigste van de vergadering.)

3. Parmi mes collègues, nous ___ les moins stressés du service.

(Onder mijn collega’s ___ wij de minst gestreste van de afdeling.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Tu es au travail. Un collègue te présente une nouvelle personne dans l’équipe. Dis en une ou deux phrases comment elle te paraît. (Utilise: paraître sympathique, très, un peu)

(Je bent op je werk. Een collega stelt je een nieuw iemand in het team voor. Zeg in één of twee zinnen hoe die persoon op jou overkomt. (Gebruik: sympathiek lijken, heel, een beetje))

Elle paraît    

(Hij/zij lijkt ...)

Voorbeeld:

Elle paraît sympathique. Elle est un peu timide.

(Hij/zij lijkt sympathiek. Hij/zij is een beetje verlegen.)

2. Tu parles avec un collègue de ton nouveau manager. Donne une description simple et positive de sa personnalité. (Utilise: sérieux/sérieuse, gentil/gentille, très)

(Je praat met een collega over je nieuwe manager. Geef een eenvoudige en positieve beschrijving van zijn/haar persoonlijkheid. (Gebruik: serieus, vriendelijk, heel))

Il est    

(Hij is ...)

Voorbeeld:

Il est sérieux et très gentil. Il explique bien.

(Hij is serieus en heel vriendelijk. Hij legt dingen goed uit.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Bonjour,

Tu as 2 minutes ? Demain matin, on a petite réunion avec l'équipe. On va présenter la nouvelle collègue, Claire.

Tu travailles avec elle aujourd'hui : elle est comment ? Elle a l'air sympathique ? Elle est plutôt timide ou calme ?

Merci !
Hugo


Hoi,

Heb je 2 minuten? Morgenochtend hebben we een korte vergadering met het team. We gaan de nieuwe collega, Claire, voorstellen.

Je werkt vandaag met haar: hoe is ze? Lijkt ze aangenaam? Is ze eerder verlegen of rustig?

Dankje!
Hugo


Nuttige zinnen:

  1. Elle est plutôt… (calme / timide / drôle).

    (Ze is eerder… (rustig / verlegen / grappig).)

  2. Elle a l'air… (sympathique / sérieuse).

    (Ze lijkt… (aardig / serieus).)

  3. C'est la plus… de l'équipe. (gentille / sérieuse)

    (Ze is de meest… van het team. (vriendelijk / serieus))

Bonjour Hugo,

Oui, je travaille avec Claire aujourd'hui. Elle a l'air très sympathique et gentille. Elle est plutôt calme et un peu timide au début, mais elle est aussi drôle. Pour moi, c'est la plus sérieuse de l'équipe pour le travail.

À demain,
[Prénom]

Hoi Hugo,

Ja, ik werk vandaag met Claire. Ze lijkt erg aardig en vriendelijk. Ze is eerder rustig en in het begin een beetje verlegen, maar ze is ook grappig. Voor mij is ze degene die het meest serieus is in het team als het om werk gaat.

Tot morgen,
[Voornaam]