Lessen

A1.9 - Dagen van de week en delen van de dag

A1.9 - Dagen van de week en delen van de dag - Oefeningen

Haal je boek

Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Ce lundi matin, j'organise une réunion. (Maandagochtend, ik organiseer een vergadering.)
Le week-end, je vois mes amis. (In het weekend, zie ik mijn vrienden.)
Cette semaine, je planifie mes courses. (Deze week, plan ik mijn boodschappen.)
Demain soir, on se voit au café. (Morgenavond, zien we elkaar in het café.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…


Affichage interne : planning de la semaine

Cette , l’équipe organise des réunions sur place. et mercredi : point projet le . Mardi : visite client l’ . Jeudi : formation le soir. Vendredi : travail calme, pas de réunion. Le , le bureau est fermé. , regardez le tableau à l’entrée et notez votre présence. Si vous ne pouvez pas venir ce , merci d’envoyer un message pour organiser un autre moment. Demain, le planning est le même.
Deze week organiseert het team vergaderingen op kantoor. Maandag en woensdag: projectoverleg in de ochtend. Dinsdag: klantbezoek in de middag. Donderdag: training in de avond. Vrijdag: rustig werk, geen vergadering. In het weekend is het kantoor gesloten.

Kijk vandaag naar het bord bij de ingang en noteer of je aanwezig bent. Als je die dag niet kunt komen, stuur dan een bericht om een ander moment af te spreken. Morgen is het rooster hetzelfde.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

1. Quand est le rendez-vous ?

(Wanneer is de afspraak?)
Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

2. Que fait‑il ce lundi ?

(Wat doet hij deze maandag?)

Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Le lundi matin, j'___ cette réunion avec mon équipe.

(Maandagochtend organiseer ik ___ deze vergadering met mijn team.)

2. Le mardi après-midi, tu ___ ces activités pour la semaine.

(Dinsdagnamiddag organiseer jij ___ deze activiteiten voor de week.)

3. Le mercredi soir, je ___ cet ami au café.

(Woensdagavond zie ik ___ die vriend in het café.)

Oefening 5: Dialoogbegrip

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

Planifier la semaine au bureau

Camille (chef de projet): Show On organise la semaine : la réunion, c'est lundi matin, d'accord ?

(We organiseren de week: de vergadering is maandagochtend, akkoord?)

Thomas (collègue): Show Oui, lundi matin, ça me va.

(Ja, maandagochtend komt goed uit.)

Camille (chef de projet): Show Et la présentation sera jeudi après‑midi.

(En de presentatie is donderdag namiddag.)

Thomas (collègue): Show Parfait, je note et je planifie ça.

(Perfect, ik noteer het en plan het in.)


Open vragen:

1. Quel jour est la réunion ?

Welke dag is de vergadering?

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Au travail, un collègue veut fixer une réunion. Réponds et propose un jour simple. (Utilise : lundi, la réunion, c’est possible)

(Op het werk wil een collega een vergadering plannen. Reageer en stel één eenvoudige dag voor. (Gebruik: lundi, la réunion, c'est possible))

Lundi, c’est    

(Lundi, c'est ...)

Voorbeeld:

Lundi, c’est possible pour moi. La réunion le matin me convient.

(Lundi, c'est possible pour moi. La réunion le matin me convient.)

2. Tu appelles le cabinet médical pour prendre un rendez-vous. Dis quel moment de la journée tu préfères. (Utilise : le matin, un rendez-vous, je préfère)

(Je belt de dokterspraktijk om een afspraak te maken. Zeg welk moment van de dag je verkiest. (Gebruik: le matin, un rendez-vous, je préfère))

Je préfère le matin    

(Je préfère le matin ...)

Voorbeeld:

Bonjour, je voudrais un rendez-vous. Je préfère le matin, si possible.

(Bonjour, je voudrais un rendez-vous. Je préfère le matin, si possible.)

Oefening 7: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 4 of 5 zinnen om je week te beschrijven (werk en/of privé) en noem minstens twee dagen en momenten van de dag.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

Cette semaine, je… / Le lundi / le mardi, je… / Le matin / l’après‑midi / le soir, je… / Aujourd’hui, je…

Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio

ISBN 979-13-88253-36-2

Deze app ondersteunt dit boek.