Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je promène le chien avec la laisse, alors il est content. (Ik wandel met de hond aan de lijn, dus hij is blij.)
Je brosse mon chat le matin, donc il perd moins de poils. (Ik borstels mijn kat 's ochtends, dus verliest hij minder haar.)
Mon lapin ne mange pas, donc je vais chez le vétérinaire. (Mijn konijn eet niet, dus ga ik naar de dierenarts.)
Je donne à manger au poisson, et je change aussi l'eau. (Ik geef de vis te eten, en ik ververs ook het water.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Pet-sitting : consignes pour la semaine

Vul de lege plekken in: vétérinaire, boîte, chat, légumes, laisse, eau, tortue, poisson, brosser

(Huisdierenoppas: instructies voor de week)

Je pars en déplacement du lundi au vendredi. Peux-tu garder mes animaux de compagnie ? J’ai un , une et un . Le chat mange le matin et le soir. Il boit beaucoup, donc son bol d’ doit être toujours plein. Tu peux aussi le deux fois par semaine.

La tortue mange des feuilles et un peu de . Après le repas, je nettoie vite sa . Le poisson reçoit une petite portion, donc pas trop de nourriture ! Si le chat ne mange pas ou s’il est triste, appelle la . La est dans l’entrée : le chat sort parfois sur le balcon, donc ferme bien la porte.
Ik ben van maandag tot en met vrijdag weg. Kun je op mijn huisdieren passen? Ik heb een kat, een schildpad en een vis. De kat eet ’s ochtends en ’s avonds. Hij drinkt veel, dus zijn waterbak moet altijd vol zijn. Je kunt hem ook twee keer per week borstelen.

De schildpad eet bladeren en wat groenten. Na de maaltijd maak ik snel haar bakje schoon. De vis krijgt een kleine portie, dus niet te veel voer! Als de kat niet eet of verdrietig lijkt, bel dan de dierenarts. De riem ligt in de hal: de kat gaat soms op het balkon, dus sluit de deur goed.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Salut, c'est Claire. Je suis au travail, donc tu peux promener le chien à 18 h ? La laisse est dans l'entrée, près des chaussures. Merci !

À quelle heure faut-il sortir le chien ?

(Hoe laat moet de hond worden uitgelaten?)
2. Bonjour, je viens pour mon chat. Il ne mange pas bien, alors je vais chez la vétérinaire aujourd'hui. Je prends aussi des croquettes, et je dois brosser son poil ce soir.

Pourquoi la personne va-t-elle chez la vétérinaire ?

(Waarom gaat de persoon naar de dierenarts?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Le matin, je ___ mon chien, donc il est propre avant la promenade.

(Ochtends ___ ik mijn hond, dus hij is schoon voor de wandeling.)

2. Tu ___ le chat tous les jours, alors il perd moins de poils sur le canapé.

(Jij ___ de kat elke dag, dus verliest hij minder haren op de bank.)

3. À la maison, nous ___ le lapin le soir parce qu’il a des poils très fins.

(Thuis ___ we het konijn ’s avonds omdat het heel fijne vacht heeft.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous êtes au parc avec un(e) voisin(e). Il/elle parle de son animal. Répondez et dites quel animal vous avez et comment il s’appelle. (Utilisez : Le chien, Le chat, il s’appelle… )

(Je bent in het park met een buurman/buurvrouw. Hij/zij praat over zijn/haar dier. Antwoord en zeg welk dier jij hebt en hoe het heet. (Gebruik: Le chien, Le chat, il s’appelle…))

J’ai    

(Ik heb ...)

Voorbeeld:

J’ai un chien. Il s’appelle Max.

(Ik heb een hond. Hij heet Max.)

2. Vous écrivez un petit message à un(e) ami(e) : vous êtes au travail et vous voulez qu’il/elle s’occupe de votre animal ce soir. Demandez une promenade. (Utilisez : Promener, une promenade, ce soir)

(Je schrijft een kort bericht naar een vriend/vriendin: je bent aan het werk en je wilt dat hij/zij vanavond op je dier past. Vraag of hij/zij het uit wil laten. (Gebruik: Promener, une promenade, ce soir))

Tu peux    

(Kun je ...)

Voorbeeld:

Tu peux promener mon chien ce soir, s’il te plaît ?

(Kun je vanavond met mijn hond wandelen, alsjeblieft?)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! C'est Julie.

Je pars à Lyon samedi et dimanche. Tu peux garder mon chat, Minou ? Il mange le matin et le soir. Il boit de l'eau et il aime courir dans le salon. Tu peux aussi lui donner un peu de pâtée ?

Merci !


Hoi! Met Julie.

Ik ga zaterdag en zondag naar Lyon. Kun jij op mijn kat, Minou, passen? Hij eet ’s ochtends en ’s avonds. Hij drinkt water en hij rent graag door de woonkamer. Kun je hem ook wat natvoer geven?

Dank je!


Nuttige zinnen:

  1. Oui, je peux... donc...

    (Ja, ik kan... dus...)

  2. Désolé(e), je ne peux pas... parce que...

    (Sorry, ik kan niet... omdat...)

  3. À quelle heure il mange ?

    (Hoe laat eet hij?)

Salut Julie ! Oui, je peux garder Minou ce week-end. Donc je passe samedi matin. À quelle heure il mange le matin et le soir ? Il a une nourriture spéciale ? À samedi !

Hoi Julie! Ja, ik kan dit weekend op Minou passen. Ik kom dus zaterdagmorgen langs. Hoe laat eet hij ’s ochtends en ’s avonds? Heeft hij speciaal voer? Tot zaterdag!