A1.37 - Je huisdieren
A1.37 - Je huisdieren

A1.37 - Je huisdieren - Oefeningen

Vos animaux de compagnie


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je promène le chien alors il est content. (Ik laat de hond uit daarom is hij blij.)
Je brosse le chat aussi le soir. (Ik borstel de kat ook 's avonds.)
Le lapin mange des carottes donc il est calme. (Het konijn eet wortels dus is het rustig.)
Je vais chez le vétérinaire parce que mon chien tousse. (Ik ga naar de dierenarts want mijn hond hoest.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Annonce : garde d'animaux

Vul de lege plekken in: laisse, vétérinaire, à, animal, brosse, eau, chat

(Advertentie: dierenoppas)

Annonce - Garde d'animaux. Vous partez en week-end ? Je garde votre dans l'immeuble. J'ai un et une tortue, donc je connais les routines. Je donne manger, je change l' et je le chat. Pour un chien, je fais une promenade avec une . Si besoin, je peux aller chez le . Contact : Claire, concierge.
Advertentie - Dierenoppas. Gaat u een weekend weg? Ik pas op uw dier in het gebouw. Ik heb een kat en een schildpad, dus ik ken de routines. Ik geef te eten, ik ververs het water en ik borstel de kat. Voor een hond maak ik een wandeling aan de lijn. Indien nodig kan ik naar de dierenarts gaan. Contact: Claire, conciërge.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Salut, c'est Marion. Je suis au travail, donc tu peux promener le chien à 18 h ? La laisse est sur la table. Merci !

À quelle heure Marion demande-t-elle de promener le chien ?

(Hoe laat vraagt Marion om de hond uit te laten?)
2. Bonjour, ici Paul. Mon chat mange le matin et le soir, et il boit bien. Il est un peu malade, alors je vais chez la vétérinaire demain à 9 h.

Pourquoi Paul va-t-il chez la vétérinaire ?

(Waarom gaat Paul naar de dierenarts?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je ___ mon chien tous les soirs, donc il a le poil propre.

(Ik ___ mijn hond elke avond, dus hij heeft een schone vacht.)

2. Tu ___ le chat après la promenade, alors il ne perd pas trop de poils sur le canapé.

(Jij ___ de kat na de wandeling, zodat hij niet te veel haren op de bank verliest.)

3. Nous ___ notre lapin deux fois par semaine parce qu'il a beaucoup de poils.

(Wij ___ ons konijn twee keer per week omdat hij veel haar heeft.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous êtes chez le vétérinaire avec votre animal. La vétérinaire vous demande pourquoi vous êtes là. Répondez simplement et dites le problème. (Utilisez: le vétérinaire, mon chat, il ne mange pas)

(U bent bij de dierenarts met uw dier. De dierenarts vraagt waarom u hier bent. Antwoord kort en vertel het probleem. (Gebruik: de dierenarts, mijn kat, hij eet niet))

Chez le vétérinaire,    

(Bij de dierenarts, ...)

Voorbeeld:

Bonjour. Je suis chez le vétérinaire avec mon chat. Il ne mange pas.

(Hallo. Ik ben bij de dierenarts met mijn kat. Hij eet niet.)

2. Vous demandez à un(e) ami(e) de garder votre chien pendant une journée. Expliquez la routine : la promenade et la laisse. (Utilisez: le chien, faire une promenade, la laisse)

(U vraagt een vriend(in) om uw hond één dag te verzorgen. Leg de routine uit: de wandeling en de riem. (Gebruik: de hond, een wandeling maken, de riem))

Pour la laisse,    

(Voor de riem, ...)

Voorbeeld:

Pour la promenade, la laisse est sur la porte. Mon chien aime courir, mais il faut la laisse dehors.

(Voor de wandeling hangt de riem aan de deur. Mijn hond rent graag, maar buiten moet hij aan de riem.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! C'est Mathieu, ton voisin du 3e.

Je pars samedi et dimanche. Tu peux promener mon chien Rocky ? Il a besoin d'une petite promenade le matin et le soir. Il mange des croquettes à 18h. La laisse est dans l'entrée.

Merci !


Hoi! Ik ben Mathieu, je buurman op de 3e.

Ik ga zaterdag en zondag weg. Kun je mijn hond Rocky uitlaten? Hij heeft ’s ochtends en ’s avonds een korte wandeling nodig. Hij krijgt zijn brokjes om 18:00. De riem ligt in de hal.

Bedankt!


Nuttige zinnen:

  1. Je peux t'aider, mais...

    (Ik kan je helpen, maar...)

  2. Alors, tu préfères quelle heure ?

    (Welke tijd heeft je voorkeur?)

  3. J'ai aussi une question : ...

    (Ik heb ook een vraag: ...)

Salut Mathieu, oui, je peux promener Rocky samedi et dimanche. Alors, tu préfères quelle heure le matin et le soir ? Je peux passer vers 8h et vers 19h. J'ai aussi une question : il mange combien de croquettes à 18h ? Merci !

Hoi Mathieu, ja, ik kan Rocky zaterdag en zondag uitlaten. Welke tijd heeft je voorkeur ’s ochtends en ’s avonds? Ik kan rond 8:00 en rond 19:00 langskomen. Ik heb ook een vraag: hoeveel brokjes krijgt hij om 18:00? Bedankt!