A1.11 - Rangtelwoorden - Oefeningen
Haal je boekOefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 2:
Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Avis d'accueil – Visiteurs (bâtiment de bureaux)
Avis d'accueil – Visiteurs (bâtiment de bureaux)
Pour votre rendez‑vous, merci d'arriver 10 minutes avant l'heure et de vous présenter à l'accueil. L'accueil est au rez‑de‑chaussée. La salle de réunion « Seine » est au étage. La salle « Loire » est au étage. La salle « Rhône » est au étage. Les toilettes visiteurs sont au étage. En cas d'attente, merci de rester dans l'espace près de l'accueil.
Pour l'ascenseur, appuyez sur le bouton et regardez l'écran : il indique l'étage. Si vous avez besoin d'aide, demandez au personnel. Avant de monter, pensez à vous le nom de la personne que vous venez voir.Welkomstbericht – Bezoekers (kantoorgebouw)
Voor uw afspraak verzoeken wij u 10 minuten vóór het tijdstip te komen en u aan te melden bij de receptie. De receptie is op de begane grond. De vergaderzaal « Seine » is op de eerste verdieping. De zaal « Loire » is op de tweede verdieping. De zaal « Rhône » is op de derde verdieping. De bezoekerstoiletten zijn op de vierde verdieping. In geval van wachten verzoeken wij u te blijven in de ruimte bij de receptie.
Voor de lift: druk op de knop en kijk naar het scherm; dat geeft de verdieping aan. Als u hulp nodig heeft, vraag het personeel. Voordat u naar boven gaat, denk eraan de naam te onthouden van de persoon die u komt bezoeken.
Oefening 3:
Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Où est le rendez-vous ?
2. Qui parle en troisième ?
Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Je ___ que la réunion est au deuxième étage, bureau 204.
(Je ___ que la réunion est au deuxième étage, bureau 204.)2. Vous ___ le premier arrêt du métro pour aller à l’hôpital ?
(Vous ___ le premier arrêt du métro pour aller à l’hôpital ?)3. Tu ___ que ton appartement est au troisième étage, porte 32.
(Tu ___ que ton appartement est au troisième étage, porte 32.)
Oefening 5:
Dialoogbegrip
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Au guichet : rang et place
Agent SNCF: Show Bonjour. Pour quel train souhaitez‑vous un billet ?
(Hallo. Voor welke trein wilt u een kaartje?)
Client: Show Pour Lyon, s'il vous plaît… et je voudrais une place : rang troisième, place neuvième.
(Naar Lyon, alstublieft… en ik zou graag een plaats willen: derde rij, negende plaats.)
Agent SNCF: Show D'accord. Vous préférez la première ou la deuxième classe ?
(Oké. Heeft u liever eerste of tweede klas?)
Client: Show La deuxième classe, merci… et pas le dernier wagon, s'il vous plaît.
(Tweede klas, dank u… en niet de laatste wagon, alstublieft.)
Open vragen:
1. Le client est au rang et à la place combien ?
Op welke rij en welke zitplaats zit de klant?
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Tu arrives dans un immeuble pour un rendez‑vous de travail. À l’accueil, demande à quel étage est le bureau. (Utilise : le deuxième, l’étage, le bureau)
(Je komt aan in een gebouw voor een zakelijke afspraak. Vraag bij de receptie op welke verdieping het kantoor is. (Gebruik: le deuxième, l'étage, le bureau))C’est au
(C'est au ...)Voorbeeld:
Bonjour, c’est au deuxième étage, s’il vous plaît ?
(Bonjour, c'est au deuxième étage, s'il vous plaît ?)2. Vous êtes en réunion au bureau. Propose un ordre simple pour que chacun prenne la parole. (Utilise : le premier, le deuxième, après)
(Jullie zitten in een vergadering op kantoor. Stel een eenvoudige volgorde voor zodat iedereen aan het woord kan komen. (Gebruik: le premier, le deuxième, après))D’abord,
(D'abord, ...)Voorbeeld:
D’abord, le premier parle, puis le deuxième prend la parole.
(D'abord, le premier parle, puis le deuxième prend la parole.)
Oefening 7:
Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf een kort bericht (4 of 5 regels) aan een collega om uit te leggen op welke verdieping de vergaderzaal is en waar de receptie zich in het gebouw bevindt.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Nuttige uitdrukkingen:
La réunion est au … étage. / L'accueil est au rez‑de‑chaussée. / Merci d'arriver … minutes avant. / Pensez à vous rappeler …
Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio
ISBN 979-13-88253-36-2
Deze app ondersteunt dit boek.