A1.24 - Kleuren - Oefeningen
Haal je boekOefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Oefening 2:
Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Magasin de bricolage - Peinture murale
Affiche en magasin - Peinture murale
Promo ce week-end : peinture pour cuisine. Couleurs disponibles : , , , et . Le est clair mais se salit vite. Le est moderne et discret. Le est calme car il va bien avec le bois. Conseil : testez la couleur sur un petit mur avant de .Folder in de winkel - Muurverf
Aanbieding dit weekend: verf voor de keuken. Verkrijgbare kleuren: wit, grijs, blauw, groen en geel. Wit is licht maar wordt snel vuil. Grijs is modern en discreet. Blauw is rustig omdat het goed past bij hout. Tip: test de kleur op een klein stukje muur voordat je gaat schilderen.
Oefening 3:
Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Quelle couleur est prête aujourd'hui ?
2. Pourquoi il ne choisit pas le violet ?
Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen
Instructie: Kies de juiste oplossing
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Je ___ la salle de réunion en blanc et gris.
(Ik ___ de vergaderzaal wit en grijs.)2. Tu ___ en rose ou en rouge pour la photo.
(Jij ___ roze of rode make-up op voor de foto.)3. Nous ___ le logo en bleu car c'est plus lisible.
(Wij ___ het logo blauw omdat het beter leesbaar is.)
Oefening 5:
Dialoogbegrip
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Acheter des crayons pour le bureau
Vendeuse (papeterie): Show Bonjour, vous cherchez des crayons de couleur ?
(Hallo, zoekt u kleurpotloden?)
Client: Show Oui, je prends un crayon bleu et un crayon rouge, s'il vous plaît.
(Ja, ik neem een blauw potlood en een rood potlood, alstublieft.)
Vendeuse (papeterie): Show D'accord. Vous voulez aussi du vert ou du noir ?
(Goed. Wilt u ook groen of zwart?)
Client: Show Non merci, bleu et rouge, ça suffit.
(Nee bedankt, blauw en rood is genoeg.)
Open vragen:
1. De quelle couleur est le crayon que le client prend ?
Welke kleur heeft het potlood dat de klant neemt?
Choisir la peinture pour le salon
Claire: Show On peint le salon en blanc ou en gris ?
(Schilderen we de woonkamer wit of grijs?)
Julien: Show Je préfère gris, c'est plus calme.
(Ik heb liever grijs, dat is rustiger.)
Claire: Show Et le mur près de la fenêtre, en jaune ?
(En de muur bij het raam, in geel?)
Julien: Show Oui, jaune, bonne idée.
(Ja, geel, goed idee.)
Open vragen:
1. Quelle couleur Julien propose pour le salon ?
Welke kleur stelt Julien voor voor de woonkamer?
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Au bureau, vous cherchez un stylo pour signer un document. Demandez à un collègue un stylo de la bonne couleur. (Utilisez : le crayon, noir, s’il vous plaît)
(Op kantoor zoek je een pen om een document te ondertekenen. Vraag een collega om een pen in de juiste kleur. (Gebruik: le crayon, noir, s'il vous plaît))Vous avez
(Vous avez ...)Voorbeeld:
Vous avez un crayon noir, s’il vous plaît ?
(Vous avez un crayon noir, s'il vous plaît ?)2. Dans un magasin de vêtements, vous voulez un pull pour le travail. Demandez une autre couleur au vendeur. (Utilisez : le pull, bleu, rouge)
(In een kledingwinkel wil je een trui voor het werk. Vraag de verkoper om een andere kleur. (Gebruik: le pull, bleu, rouge))Je le voudrais
(Je le voudrais ...)Voorbeeld:
Je le voudrais en bleu, s’il vous plaît.
(Je le voudrais en bleu, s'il vous plaît.)Oefening 7: Brief schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Salut ! C'est Marc, ton voisin.
Je vais peindre mon salon ce week-end. J'hésite entre blanc et gris. Le canapé est bleu et le tapis est marron.
Tu penses que c'est mieux blanc ou gris ? Merci !
Hoi! Ik ben Marc, je buur.
Ik ga dit weekend mijn woonkamer schilderen. Ik twijfel tussen wit en grijs. De bank is blauw en het vloerkleed is bruin.
Vind jij dat beter wit of grijs? Dank je!
Nuttige zinnen:
-
Je pense que le ... est mieux, car ...
(Ik denk dat ... beter is, omdat ...)
-
Tu peux choisir ... ou ...
(Je kunt kiezen voor ... of ...)
-
Le canapé est ... et le tapis est ...
(De bank is ... en het vloerkleed is ...)
Hoi Marc! Ik denk dat wit beter is, omdat het lichter oogt. Met een blauwe bank en een bruin vloerkleed staat wit heel goed. Maar als je een modernere uitstraling wilt, kun je voor grijs kiezen. Fijn weekend!
Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio
ISBN 979-13-88253-36-2
Deze app ondersteunt dit boek.