Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je prends le crayon bleu et le rouge. (Ik neem het blauwe potlood en het rode.)
On peint le mur en blanc car c'est plus clair. (We schilderen de muur wit want dat is lichter.)
Tu préfères la voiture noire ou la grise ? (Geef je de voorkeur aan de zwarte auto of aan de grijze?)
Je veux un dossier vert mais celui-ci est jaune. (Ik wil een groen mapje maar deze is geel.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Mémo du bureau : peinture et fournitures

Vul de lege plekken in: blanc, violet, noir, bleu, colorier, vert, gris, crayon, orange, rouge

(Kantoornota: schilderwerk en benodigdheden)

Note interne — Cette semaine, l’équipe Facilities prépare une petite rénovation des salles de réunion. Pour aider le peintre, merci de confirmer les couleurs : salle A en clair et , salle B en . Pas de sur les murs, car la pièce est déjà sombre.

Pour l’atelier de vendredi, nous avons aussi besoin de fournitures : un noir par personne et des feuilles à . Choisissez deux couleurs pour vos étiquettes : ou . Vous pouvez aussi apporter un objet ou pour la table de présentation.
Interne nota — Deze week bereidt het facilitaire team een kleine renovatie van de vergaderzalen voor. Om de schilder te helpen, bevestig alstublieft de kleuren: zaal A in lichtblauw en grijs, zaal B in wit. Geen zwart op de muren, want de ruimte is al donker.

Voor de workshop van vrijdag hebben we ook materialen nodig: één zwart potlood per persoon en kleurplaten. Kies twee kleuren voor je labels: rood of groen. Je kunt ook een oranje of paars voorwerp meenemen voor de presentatietafel.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Bonjour, c’est Sophie. Pour la salle de réunion, je veux peindre le mur en blanc et gris car c’est plus clair. Je passe à 15 h pour choisir la peinture.

Quelles couleurs Sophie veut-elle pour le mur ?

(Welke kleuren wil Sophie voor de muur?)
2. Je suis au magasin de fournitures. Je cherche un crayon rouge ou orange pour mon planning, mais il n’y a plus de rouge. Je prends l’orange, c’est bon.

Quel crayon achète-t-il ?

(Welk kleurpotlood koopt hij?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Je ___ le mur en blanc et gris pour le bureau.

(Je ___ le mur en blanc et gris pour le bureau.)

2. Tu ___ le logo en bleu ou en vert ?

(Tu ___ le logo en bleu ou en vert ?)

3. Nous ___ en rose car c'est la couleur de la fête.

(Nous ___ en rose car c'est la couleur de la fête.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Vous êtes dans une papeterie. Vous voulez acheter un crayon. Demandez la couleur souhaitée et précisez ce que vous cherchez. (Utilisez : le crayon, bleu, s'il vous plaît)

(U bent in een kantoorboekhandel. U wilt een potlood kopen. Vraag naar de gewenste kleur en geef aan wat u zoekt. (Gebruik: le crayon, bleu, s'il vous plaît))

Je cherche    

(Je cherche ...)

Voorbeeld:

Bonjour, je cherche un crayon bleu, s'il vous plaît.

(Bonjour, je cherche un crayon bleu, s'il vous plaît.)

2. Au bureau, vous choisissez une chemise (une pochette) pour classer des documents. Dites à un collègue quelle couleur vous prenez et pourquoi. (Utilisez : la chemise, noire, pour)

(Op kantoor kiest u een map (une pochette) om documenten in te bewaren. Zeg tegen een collega welke kleur u neemt en waarom. (Gebruik: la chemise, noire, pour))

Je prends    

(Je prends ...)

Voorbeeld:

Je prends une chemise noire pour les factures.

(Je prends une chemise noire pour les factures.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! C’est Camille 🙂

Je suis au magasin de peinture. Pour ton salon, tu préfères bleu ou gris ? Il y a aussi un blanc très clair.

Tu veux une couleur pour le mur et une autre pour la porte ? Dis‑moi vite, je suis ici encore 10 minutes.


Hoi! Het is Camille 🙂

Ik ben in de verfwinkel. Voor jouw woonkamer geef je de voorkeur aan blauw of grijs? Er is ook een heel licht wit.

Wil je één kleur voor de muur en een andere voor de deur? Zeg het snel, ik ben hier nog 10 minuten.


Nuttige zinnen:

  1. Je préfère …, car …

    (Ik prefereer …, omdat …)

  2. Pour le mur, je veux … et …

    (Voor de muur wil ik … en …)

  3. Pour la porte, c’est … ou …

    (Voor de deur is het … of …)

Salut Camille ! Merci. Je préfère le gris pour le mur, car c’est calme. Pour la porte, je veux blanc. Peux‑tu prendre un petit pot gris et un petit pot blanc, s’il te plaît ? Merci !

Hoi Camille! Bedankt. Ik prefereer grijs voor de muur, omdat het kalm is. Voor de deur wil ik wit. Kun je een klein potje grijs en een klein potje wit meenemen, alsjeblieft? Dank je!