Lessen

De 5 zintuigen in de hotellerie

De 5 zintuigen in de hotellerie

Haal je boek

Michel en Fabienne, een gepensioneerd echtpaar vullen een tevredenheidsformulier van een hotel in.

Les 5 sens dans l’hôtellerie
De 5 zintuigen in de hotellerie

Oefening 1: Taalonderdompeling

Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Je hoeft niet de hele video te begrijpen. Luister naar sleutelwoorden en pak de strekking om aan het geluid van de taal te wennen.
Woord Vertaling
Les cinq sens De vijf zintuigen
La vue Het zicht
L'ouïe Het gehoor
Calme Rustig
L'odorat De reuk
Une odeur Een geur
Le toucher De tast
Le goût De smaak
Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

Dans certains hôtels, on recherche une bonne expérience avec les cinq sens. D'abord, il y a la vue : les photos et la lumière sont importantes. Ensuite, l'ouïe : on cherche un endroit calme. L'odorat, le toucher des draps et le goût des produits comptent aussi. Parfois, un hôtel est plus calme qu'un autre.

Dans un hôtel saisonnier, on sert du jus de pomme à la cannelle. (In een seizoenshotel serveert men appelsap met kaneel.)
Les gens se sentent en vacances quand ils arrivent. (Mensen voelen zich op vakantie wanneer ze aankomen.)
Quand on va dans un hôtel, notre opinion se construit avec nos cinq sens. (Wanneer je naar een hotel gaat, wordt onze mening gevormd door onze vijf zintuigen.)
Le premier sens, c'est la vue. (Het eerste zintuig is het zicht.)
Est-ce que les photos sur Internet correspondent à la réalité ? L'éclairage est-il agréable ? (Komen de foto’s op internet overeen met de realiteit? Is de verlichting aangenaam?)
Ensuite, l'ouïe. (Vervolgens het gehoor.)
La musique de fond, les bruits extérieurs : est-ce que c'est calme ou les enfants courent partout ? (De achtergrondmuziek, de geluiden van buiten: is het rustig of rennen de kinderen overal rond?)
Après, l'odorat : y a-t-il une odeur particulière ? C'est souvent ce qui marque nos souvenirs. (Vervolgens de reuk: is er een bijzondere geur? Dat is vaak wat onze herinneringen bepaalt.)
Après, il y a le toucher : la qualité des draps et du linge. (Daarna is er de tast: de kwaliteit van de lakens en het linnengoed.)
Et enfin, il y a le goût : la qualité des produits que l'hôtel sert au restaurant ou en chambre. (En tenslotte is er de smaak: de kwaliteit van de producten die het hotel in het restaurant of op de kamer serveert.)

1. Qu'est-ce qu'on sert dans l'hôtel saisonnier ?

(Wat serveert men in het seizoenshotel?)

2. Quel sens permet de vérifier si les photos correspondent à la réalité ?

(Welk zintuig maakt het mogelijk te controleren of de foto’s overeenkomen met de realiteit?)

3. Qu'est-ce qui peut rendre un hôtel moins calme ?

(Wat kan een hotel minder rustig maken?)

Oefening 2: Dialoog

Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Luister naar sleutelwoorden en de hoofdgedachte. Je hoeft niet elk woord te begrijpen of de vertalingen te onthouden.
Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

Michel et Fabienne, un couple de retraités, remplissent un formulaire de satisfaction d'un hôtel.

Michel en Fabienne, een gepensioneerd stel, vullen een tevredenheidsformulier van een hotel in.
1. Michel: On remplit le formulaire de satisfaction ensemble ? (Vullen we samen het beoordelingsformulier in?)
2. Fabienne: Oui ! L'hôtel est super, la vue est exactement comme sur les photos. (Ja! Het hotel is fantastisch, het uitzicht is precies zoals op de foto’s.)
3. Michel: Tu as raison. Et l'odeur de la chambre est agréable. (Dat klopt. En de kamer ruikt aangenaam.)
4. Fabienne: Oui, ça sent bon, on dirait des fleurs. (Ja, het ruikt lekker, het doet denken aan bloemen.)
5. Michel: Et la nourriture de l'hôtel ? Tu en penses quoi ? (En het eten in het hotel? Wat vind je ervan?)
6. Fabienne: Très bonne : le sucré comme le salé. (Heerlijk: zowel de zoete als de hartige gerechten.)
7. Michel: Le seul problème, c'est le bruit. (Het enige probleem is het lawaai.)
8. Fabienne: Oui, tu as raison. C'est pour ça que je mets quatre étoiles. (Ja, je hebt gelijk. Daarom geef ik vier sterren.)

1. Quel est le seul problème à l'hôtel ?

(Wat is het enige probleem in het hotel?)

2. Qu'est-ce que Fabienne aime à propos de l'hôtel ?

(Wat vindt Fabienne leuk aan het hotel?)

Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio

ISBN 979-13-88253-36-2

Deze app ondersteunt dit boek.