Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Aujourd’hui, au travail, je me sens très fatigué et un peu triste. (Vandaag op het werk voel ik me heel moe en een beetje verdrietig.)
Avant la réunion avec le chef, je suis très nerveux. (Voor de vergadering met de chef ben ik erg nerveus.)
Je suis vraiment content, je travaille avec une super équipe. (Ik ben echt blij, ik werk in een geweldig team.)
Si je parle avec ma coach, je me sens tout de suite mieux. (Als ik met mijn coach praat, voel ik me meteen beter.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Sondage dans l’entreprise : comment allez-vous ?

Vul de lege plekken in: bien, malheureux, adore, nerveux, triste, mal, content, fatiguées

(Enquête in het bedrijf: hoe gaat het met je?)

Dans notre entreprise, les employés reçoivent un petit sondage par e-mail chaque lundi matin. Ils choisissent une couleur pour dire leur émotion : vert pour « je suis », jaune pour « je suis », rouge pour « je vais ». Le directeur lit les réponses et pense : « Si un employé va mal, je téléphone pour parler avec lui. Si plusieurs personnes sont , j’organise une réunion. »

Aujourd’hui, beaucoup de collègues sont jaunes ou rouges. Ana dit qu’elle est très nerveuse avant les réunions et fatiguée le soir. Paul écrit qu’il est , il son équipe. Le directeur se sent un peu . Il pense : « Si mes employés sont , je dois changer quelque chose au travail. »
In ons bedrijf krijgen de medewerkers elke maandagmorgen per e-mail een korte enquête. Ze kiezen een kleur om hun gevoel aan te geven: groen voor « ik voel me goed », geel voor « ik ben nerveus », rood voor « het gaat slecht met me ». De directeur leest de antwoorden en denkt: « Als een medewerker zich slecht voelt, bel ik om met hem te praten. Als meerdere mensen moe zijn, organiseer ik een vergadering. »

Vandaag zijn veel collega’s geel of rood. Ana zegt dat ze erg nerveus is vóór vergaderingen en ’s avonds moe. Paul schrijft dat hij blij is; hij houdt van zijn team. De directeur voelt zich een beetje verdrietig. Hij denkt: « Als mijn medewerkers ongelukkig zijn, moet ik iets op het werk veranderen. »

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Salut Claire, je suis très fatiguée aujourd’hui. Je suis nerveuse pour la réunion et je stresse un peu. Si je parle devant beaucoup de personnes, je me sens mal.

Comment se sent la collègue pour la réunion ?

(Hoe voelt de collega zich voor de vergadering?)
2. Au bureau, je suis souvent triste. Si je travaille seul toute la journée, je me sens malheureux. Je pense beaucoup à ça et le soir je suis énervé.

Qu’est-ce que l’homme ressent quand il reste seul au travail ?

(Wat voelt de man wanneer hij de hele dag alleen op het werk is?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Quand je parle avec mon coach, je ___ que le sport m’aide beaucoup.

(Wanneer ik met mijn coach praat, ik ___ dat sport me erg helpt.)

2. Si je suis très fatigué, je ___ triste au travail.

(Als ik heel moe ben, ___ ik me verdrietig op het werk.)

3. Quand tu ___ à ta famille, tu es plus calme.

(Wanneer je aan je familie denkt, ___ je rustiger.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Un collègue à Paris te demande par téléphone : « Ça va ? Tu es content au travail aujourd’hui ? ». Réponds et dis comment tu te sens au travail. (Utilise : se sentir, content/heureux, au travail)

(Een collega in Parijs vraagt je telefonisch: « Ça va ? Tu es content au travail aujourd’hui ? ». Antwoord en zeg hoe je je op het werk voelt. (Gebruik: se sentir, content/heureux, au travail))

Aujourd’hui, je me    

(Aujourd'hui, je me ...)

Voorbeeld:

Aujourd’hui, je me sens content au travail, je vais bien.

(Aujourd'hui, je me sens content au travail, je vais bien.)

2. Tu écris un petit message à un ami français. Tu veux dire que tu es très fatigué après une longue journée de travail. (Utilise : fatigué, très, je suis)

(Je schrijft een kort bericht aan een Franse vriend. Je wilt zeggen dat je erg moe bent na een lange werkdag. (Gebruik: fatigué, très, je suis))

Ce soir, je suis    

(Ce soir, je suis ...)

Voorbeeld:

Ce soir, je suis très fatigué après le travail.

(Ce soir, je suis très fatigué après le travail.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut,

aujourd’hui je suis très fatigué et un peu nerveux. La réunion avec le chef était mal, il était souvent en colère. Anaïs est aussi très stressée et triste maintenant.

Et toi, comment tu te sens après cette journée ? Tu es content du travail ou tu es aussi malheureux ?

Bonne soirée,
Marc


Hoi,

vandaag ben ik erg moe en een beetje nerveus. De vergadering met de baas was slecht, hij was vaak boos. Anaïs is ook erg gestrest en nu verdrietig.

En jij, hoe voel jij je na deze dag? Ben je tevreden over het werk of ben je ook ongelukkig?

Fijne avond,
Marc


Nuttige zinnen:

  1. Je me sens ...

    (Ik voel me ...)

  2. Je suis ... aujourd’hui.

    (Ik ben ... vandaag.)

  3. Tu es ... mais je ...

    (Jij bent ... maar ik ...)

Salut Marc,

Merci pour ton message. Aujourd’hui je suis aussi très fatigué et un peu triste. Je ne suis pas content de la réunion. Je suis nerveux quand le chef parle comme ça.

Je comprends Anaïs, elle est stressée. Je pense que ce n’est pas normal. Si le chef crie, je me sens mal.

Bonne soirée,
Luca

Hoi Marc,

Bedankt voor je bericht. Vandaag ben ik ook erg moe en een beetje verdrietig. Ik ben niet blij met de vergadering. Ik word nerveus wanneer de baas zo praat.

Ik begrijp Anaïs, zij is gestrest. Ik vind dat niet normaal. Als de baas schreeuwt, voel ik me slecht.

Fijne avond,
Luca