Oefening 1: Zinnen herschikken
Instructie: Maak correcte zinnen.
Oefening 2: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Quel est le numéro de téléphone de Claire ?
Combien la personne doit payer ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. En classe, je ___ de vingt à trente pour m’entraîner.
(In de les tel ik ___ van twintig tot dertig om te oefenen.)2. Pour donner votre numéro, vous ___ jusqu’à dix avant de le dire.
(Om uw nummer te geven, u ___ tot tien voordat u het zegt.)3. Au marché, nous ___ les pièces avant de payer.
(Op de markt tellen wij ___ de munten voordat we betalen.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Vous êtes au café et vous commandez pour vous et un collègue. Dites combien d'unités vous voulez et vérifiez le total. (Utilisez : le total, deux, ça fait combien ?)
(Je bent in het café en bestelt voor jezelf en een collega. Zeg hoeveel je wilt en controleer het totaal. (Gebruik: le total, deux, ça fait combien ?))Ça fait
(Ça fait ...)Voorbeeld:
Ça fait combien au total, s'il vous plaît ?
(Ça fait combien au total, s'il vous plaît ?)2. Vous remplissez un formulaire au travail (RH) et on vous demande votre numéro de téléphone. Répondez et épeler les chiffres lentement. (Utilisez : mon numéro, zéro, un/deux/trois)
(Je vult op het werk een formulier in (HR) en men vraagt om je telefoonnummer. Geef het en spel de cijfers langzaam. (Gebruik: mon numéro, zéro, un/deux/trois))Mon numéro, c'est
(Mon numéro, c'est ...)Voorbeeld:
Mon numéro, c'est 06 12 34 56 78.
(Mon numéro, c'est 06 12 34 56 78.)