Exercice: Gespreksoefening

  1. Demandez à faire passer tout objet dont vous avez besoin. (Vraag om een item dat je nodig hebt door te geven.)
  2. Nommez toute la vaisselle et leur utilisation. (Noem al het serviesgoed en het gebruik.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten