Exercice: Gespreksoefening

Instruction:

  1. Décrivez les images et comparez-les. (Beschrijf de afbeeldingen en vergelijk ze.)
  2. Faites un dialogue en demandant les préférences. Voitures plus petites ou plus grandes, ... ? (Maak een dialoog waarin je naar voorkeuren vraagt. Kleinere of grotere auto's, ...?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten