A1.14 - Kalenderdata en feestdagen
A1.14 - Kalenderdata en feestdagen

A1.14 - Kalenderdata en feestdagen - Spreken

Dates de calendrier et jours fériés


Exercice: Gespreksoefening

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

  1. Dites le nom du jour férié et sa date. (Noem de naam van de feestdag en de datum ervan.)
  2. Quels sont vos projets pour les vacances ? Avec qui allez-vous les passer ? (Wat zijn je plannen voor de feestdagen? Met wie ga je het doorbrengen?)
  3. Quel jour sommes-nous aujourd'hui ? (Welke dag is het vandaag?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Oefening: Schrijfopdracht (AI+)

Instructie: Schrijf een kort bericht aan een collega om een afspraak voor te stellen en te vragen naar zijn/haar beschikbaarheid tijdens de vakantie, en vermeld twee data geschreven in het Frans. (AI+)

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Nuttige uitdrukkingen:

On se voit le… / Tu es disponible le… ? / Je propose le… / Bonnes vacances !