Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Note de cuisine - Dîner à la maison
Vul de lege plekken in: couteau, verre, serviette, poêle, fourchette
(Notitie uit de keuken - Diner thuis)
Avant l'arrivée des invités, vous mettez la table. Une assiette est devant chaque chaise. Le est en face de l'assiette. Le est à droite et la à gauche. La est dans l'assiette.
Après le repas, faites la vaisselle : lavez les plats et essuyez la . Coupez le pain et posez-le sur un plat, près des verres.Voor de komst van de gasten dek je de tafel. Er staat een bord voor elke stoel. Het glas staat tegenover het bord. Het mes ligt rechts en de vork ligt links. De servet ligt op het bord.
Na het eten doe je de afwas: was het servies en droog de pan. Snijd het brood en leg het op een schaal, vlak bij de glazen.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Où sont les verres ?
Qu’est-ce que la personne demande de faire ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Je ___ le pain derrière la planche.
(Ik ___ het brood achter de snijplank.)2. Tu ___ la serviette près des assiettes.
(Jij ___ de servet bij de borden.)3. Nous ___ le fromage devant les invités.
(Wij ___ de kaas voor de gasten.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu reçois des amis ce soir. Demande à ton/ta partenaire de mettre la table. (Utilise : mettre la table, l’assiette, les couverts)
(Je ontvangt vanavond vrienden. Vraag je partner om de tafel te dekken. (Gebruik: de tafel dekken, het bord, het bestek))Tu peux
(Kun je ...)Voorbeeld:
Tu peux mettre la table, s'il te plaît ? Les assiettes et les couverts sont dans le placard.
(Kun je de tafel dekken, alsjeblieft? De borden en het bestek staan in de kast.)2. Tu es dans la cuisine avec des amis. Il manque un verre pour un invité. Demande un verre. (Utilise : le verre, il manque, s'il te plaît)
(Je bent in de keuken met vrienden. Er ontbreekt een glas voor een gast. Vraag om een glas. (Gebruik: het glas, er ontbreekt, alsjeblieft))Il me faut
(Ik heb ... nodig)Voorbeeld:
Il me faut un verre, s'il te plaît. Il manque un verre pour Marie.
(Ik heb een glas nodig, alsjeblieft. Er ontbreekt een glas voor Marie.)Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Salut Alex,
Mes parents arrivent vers 19h30. Tu peux mettre la table ? On est 4.
- 4 assiettes et 4 verres
- couteaux et fourchettes
- Les serviettes dans les assiettes, stp
Les verres sont dans le placard, et les couverts sont dans le tiroir. Merci !
- Marie
Hoi Alex,
Mijn ouders komen rond 19:30. Kun je de tafel dekken? We zijn met z’n vieren.
- 4 borden en 4 glazen
- messen en vorken
- De servetten in de borden, alsjeblieft
De glazen staan in de kast en het bestek ligt in de lade. Dankjewel!
- Marie
Nuttige zinnen:
-
D'accord, je m'en occupe.
(Oké, ik zorg ervoor.)
-
Je mets les verres en face des assiettes.
(Ik zet de glazen tegenover de borden.)
-
C'est bon, la table est prête.
(Klaar, de tafel is gedekt.)
Hoi Marie, oké, ik zorg voor de tafel. Ik zet 4 borden en 4 glazen neer. Ik leg de messen rechts en de vorken links. Ik leg de servetten in de borden. De glazen staan in de kast, ik pak ze. Ik laat het je weten zodra het klaar is.