Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Message du service RH : jours fériés et vacances
Vul de lege plekken in: Noël, rentrée, calendrier, an, commencer, souvenir, Pâques
(Bericht van HR: feestdagen en vakanties)
Bonjour,
Voici les jours fériés de notre entreprise en 2025. Le jour de l’ est le 1er janvier. Nous sommes aussi fermés le lundi de Pâques, le 1er mai, le 14 juillet et à , le 25 décembre. La après les vacances d’été est le 1er septembre.
Merci de regarder le avant de vos demandes de congés. Pour les vacances de et de Noël, les places sont limitées : réservez tôt. Pour toute question, merci de vous d’écrire à l’adresse vacances@entreprise.fr.Hallo,
Hier zijn de officiële feestdagen van ons bedrijf voor 2025. Nieuwjaarsdag is op 1 januari. We zijn ook gesloten op Paasmaandag, 1 mei, 14 juli en met Kerstmis, 25 december. De eerste werkdag na de zomervakantie is 1 september.
Bekijk de kalender voordat u uw verlofaanvragen indient. Voor de paas- en kerstvakantie zijn de plekken beperkt: reserveer op tijd. Voor vragen kunt u een bericht sturen naar vakanties@onderneming.nl.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Pourquoi le bureau est fermé le 1er janvier ?
Que fait la femme avec son calendrier ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. La réunion pour organiser les vacances d’été ___ le 15 juin.
(De vergadering om de zomervakantie te organiseren ___ op 15 juni.)2. Nous ___ le projet sur les jours fériés le 1er janvier.
(Wij ___ het project over de feestdagen op 1 januari.)3. En France, la nouvelle année ___ le 1er janvier.
(In Frankrijk ___ het nieuwe jaar op 1 januari.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu es au travail. Ton manager demande : « Quand est le jour de l’an ? » Réponds avec la date. (Utilise : le jour de l’an, le mois, la date)
(Je bent op het werk. Je manager vraagt: "Wanneer is Nieuwjaarsdag?" Beantwoord met de datum. (Gebruik: Nieuwjaarsdag, de maand, de datum))Le jour de l’an
(Nieuwjaarsdag ...)Voorbeeld:
Le jour de l’an, c’est le 1er janvier.
(Nieuwjaarsdag is op 1 januari.)2. Tu écris un message à un ami pour proposer une soirée pour le Nouvel An. Dis quand c’est et ce que vous faites. (Utilise : le nouvel an, fêter, le soir)
(Je schrijft een bericht naar een vriend om een avond voor Nieuwjaar voor te stellen. Zeg wanneer het is en wat jullie gaan doen. (Gebruik: nieuwjaar, vieren, de avond))Pour le nouvel an
(Voor nieuwjaar ...)Voorbeeld:
Pour le nouvel an, je fais une petite fête avec des amis.
(Voor nieuwjaar geef ik een klein feestje met vrienden.)Oefening 7: Schrijfopdracht
Instructie: Schrijf een kort bericht (3 of 4 zinnen) aan je leidinggevende om te zeggen wanneer je vakantie wilt opnemen en waarom je die data kiest.
Nuttige uitdrukkingen:
Je voudrais prendre des vacances du ... au ... / Je choisis ces dates parce que ... / Je regarde le calendrier des jours fériés. / Pouvez-vous confirmer mes congés, s’il vous plaît ?