Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Conseils d'arrosage pour les plantes du bureau
Vul de lege plekken in: feuilles, fleuriste, Arrosez, plantez, fleurs, plantes, arbre, herbe, terre, arrosoir
(Watergeefadvies voor kantoorplanten)
Affichage interne: Merci de participer à l'entretien des . Dans l'entrée, il y a une plante verte et deux en pot. seulement quand la est sèche. Utilisez l' gris, sous l'évier de la kitchenette.
Sur la terrasse, nous avons de l' et un petit en bac. L'arrosage se fait le matin. Ne mettez pas d'eau sur les . Si une plante a des feuilles jaunes, prévenez l'accueil. Pour une nouvelle plante, -la dans un pot avec de la terre propre. Pour des conseils, vous pouvez aussi demander au près du bureau.Interne mededeling (kantoren): Bedankt dat u helpt met het onderhoud van de planten. Bij de ingang staat een groene plant en twee potbloemen. Geef alleen water wanneer de aarde droog is. Gebruik de grijze gieter, onder de spoelbak van de kitchenette.
Op het terras hebben we gras en een klein boompje in een bak. Het water geven gebeurt ’s ochtends. Giet geen water op de bladeren. Als een plant gele bladeren heeft, meld dit dan bij de receptie. Voor een nieuwe plant zet u die in een pot met schone aarde. Voor advies kunt u ook de bloemist bij het kantoor vragen.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Que demande Claire ?
Que doit faire le client avec les rosiers ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Dans le jardin, nous ___ deux rosiers près de la terrasse.
(In de tuin planten we ___ twee rozenstruiken vlak bij het terras.)2. Au bureau, vous ___ des herbes aromatiques sur le rebord de la fenêtre.
(Op kantoor kweekt u ___ kruiden op de vensterbank.)3. Tu ___ cette rose dans une terre bien humide.
(Jij ___ deze roos in een goed vochtige grond.)Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Vous êtes chez le fleuriste et vous voulez une plante pour votre bureau. Demandez une plante facile à entretenir. (Utilisez : la plante, facile, pour le bureau)
(Je bent bij de bloemist en je wilt een plant voor je kantoor. Vraag om een plant die makkelijk te verzorgen is. (Gebruik: la plante, facile, pour le bureau))Je cherche
(Je cherche ...)Voorbeeld:
Je cherche une plante facile à entretenir pour mon bureau.
(Je cherche une plante facile à entretenir pour mon bureau.)2. Au bureau, un collègue vous demande ce que c’est, près de la fenêtre. Répondez simplement et dites la couleur. (Utilisez : la fleur, rouge, très jolie)
(Op kantoor vraagt een collega bij het raam wat het is. Antwoord kort en vermeld de kleur. (Gebruik: la fleur, rouge, très jolie))C’est une
(C’est une ...)Voorbeeld:
C’est une fleur rouge et très jolie.
(C’est une fleur rouge et très jolie.)Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Salut ! C’est Claire, ta voisine (appt 12).
Je pars ce week‑end. Tu peux passer samedi pour arroser mes plantes ? Il y a aussi une petite plante sur le balcon, près de la fenêtre. Merci !
Hoi! Ik ben Claire, je buur (app. 12).
Ik ga dit weekend weg. Kun je zaterdag langskomen om mijn planten te bewateren? Er staat ook een klein plantje op het balkon, bij het raam. Dank je!
Nuttige zinnen:
-
Oui, je peux passer samedi pour…
(Ja, ik kan zaterdag langskomen om...)
-
À quelle heure tu veux que je passe ?
(Hoe laat wil je dat ik langskom?)
-
Tu veux que j’arrose la plante du balcon aussi ?
(Wil je dat ik het plantje op het balkon ook water geef?)
Hoi Claire, ja, ik kan zaterdag langskomen om je planten water te geven. Hoe laat wil je dat ik langskom? Moet ik ook het kleine plantje op het balkon water geven? Tot zaterdag!