A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten
A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten

A1.36 - Kamerplanten en tuinplanten - Oefeningen

Plantes d'intérieur et plantes de jardin


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Arrose la plante tous les deux jours. (Giet de plant om de twee dagen water.)
Au fleuriste, je prends une rose rouge. (Bij de bloemist neem ik een rode roos.)
Dans le jardin, on plante un arbre ici. (In de tuin planten we hier een boom.)
Mets un peu de terre dans le pot. (Doe wat potgrond in de pot.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Note d'entretien des plantes - open space

Vul de lege plekken in: feuilles, jardinier, davantage, arrosez, terre, plantes

(Notitie over planten - open space)

Note interne - Plantes de l'open space

Merci d'aider à garder le coin vert. Le lundi et le jeudi, les avec un peu d'eau. Si la est sèche, arrosez . Ne mettez pas d'eau sur les . Une fois par mois, le passe pour vérifier l'arbre en pot et les fleurs.
Interne notitie - Planten in de open space

Bedankt dat je helpt de groene hoek te onderhouden. Geef de planten op maandag en donderdag een beetje water. Als de aarde droog is, geef dan meer water. Doe geen water op de bladeren. Eens per maand komt de tuinman langs om de potboom en de bloemen te controleren.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.

1. Bonjour, c'est la fleuriste. Votre commande est prête : deux roses et une plante verte. Venez au magasin avant 18 h et payez à la caisse, s'il vous plaît.

Que doit faire la personne ?

(Wat moet de persoon doen?)
2. Je suis au bureau. La terre de la plante est sèche. Mets un peu d'eau et coupe deux feuilles jaunes, s'il te plaît. Après, pose la plante près de la fenêtre.

Quel est le conseil principal ?

(Wat is het belangrijkste advies?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Tu ___ une rose dans le jardin devant la maison.

(Tu ___ een roos in de tuin voor het huis.)

2. Nous ___ des herbes aromatiques sur le balcon du bureau.

(Nous ___ aromatische kruiden op het balkon van het kantoor.)

3. Vous ___ deux plantes d'intérieur dans de grands pots avec de la terre.

(Vous ___ twee kamerplanten in grote potten met aarde.)

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Tu es dans une jardinerie. Tu veux une plante facile pour ton bureau. Demande conseil au vendeur. (Utilise : la plante, arroser, peu d'entretien)

(Je bent in een tuincentrum. Je wilt een makkelijke plant voor je bureau. Vraag advies aan de verkoper. (Gebruik: la plante, arroser, peu d'entretien))

Je cherche    

(Ik zoek ...)

Voorbeeld:

Je cherche une plante pour mon bureau, facile à entretenir. Je peux l'arroser une fois par semaine.

(Ik zoek een plant voor mijn bureau die weinig onderhoud nodig heeft. Ik kan hem één keer per week water geven.)

2. À la maison, ton voisin admire ton jardin et te demande ce que tu as planté et où. Explique ce que tu plantes et l'emplacement. (Utilise : planter, la rose, dans le jardin)

(Thuis bewondert je buurman je tuin en vraagt wat je geplant hebt en waar. Leg uit wat je plant en waar je het hebt geplant. (Gebruik: planter, la rose, dans le jardin))

Je plante    

(Ik plant ...)

Voorbeeld:

Je plante des roses dans le jardin, près de la fenêtre.

(Ik plant rozen in de tuin, vlak bij het raam.)

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Salut ! C'est Marc, ton voisin du 3e.

Je pars ce week-end. Tu peux arroser mes plantes ? Il y a 2 plantes dans le salon et 1 sur le balcon. Pour la plante du balcon, tu peux mettre un peu d'eau dans la terre (pas trop).

Merci ! Je reviens dimanche soir.


Hoi! Met Marc, je buurman van de derde verdieping.

Ik ga dit weekend weg. Kun je mijn planten water geven? Er staan twee planten in de woonkamer en één op het balkon. Voor de plant op het balkon kun je een beetje water in de potgrond doen (niet te veel).

Dank je! Ik ben zondagavond terug.


Nuttige zinnen:

  1. Oui, je peux...

    (Ja, dat kan...)

  2. Je passe samedi à...

    (Ik kom zaterdag om...)

  3. Tu veux que j'arrose aussi dimanche ?

    (Wil je dat ik zondag ook water geef?)

Salut Marc, oui, pas de problème. Je peux arroser tes plantes. Je passe samedi matin et je mets un peu d'eau dans la terre de la plante du balcon. Tu veux que j'arrose aussi dimanche ? Merci, à dimanche soir !

Hoi Marc, ja, geen probleem. Ik kan je planten water geven. Ik kom zaterdagmorgen en doe wat water in de potgrond van de plant op het balkon. Wil je dat ik zondag ook water geef? Bedankt, tot zondagavond!