A1.38 - Dagelijkse diensten
A1.38 - Dagelijkse diensten

A1.38 - Dagelijkse diensten - Oefeningen

Services du quotidien


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Où est la poste ? C'est près de la banque. (Waar is het postkantoor? Het is vlakbij de bank.)
La bibliothèque est ouverte jusqu'à 18 h aujourd'hui. (De bibliotheek is open tot vandaag 18.00 uur.)
Je prends rendez-vous chez le dentiste demain. (Ik maak een afspraak bij de tandarts voor morgen.)
Je fais le plein à la station-service. (Ik tank de auto vol bij het benzinestation.)

Oefening 2: Examenvoorbereiding (Audio)

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Plan du quartier - services et horaires

Vul de lege plekken in: banque, bibliothèque, station-service, poste, poste, banque

(Plattegrond van de buurt - diensten en openingstijden)

Mairie - Info pratique : Centre-ville. La est à côté de la , près de la . Le bureau de tabac est en face de l'école. La est derrière la police.
Horaires : La est ouverte du lundi au samedi, de 9h à 18h. La est ouverte du lundi au vendredi, de 9h à 17h.
Stadhuis - Praktische info: Binnenstad. Het postkantoor is naast de bank, dicht bij de bibliotheek. De tabakswinkel ligt tegenover de school. Het tankstation bevindt zich achter het politiebureau.
Openingstijden: Het postkantoor is open van maandag tot en met zaterdag, van 9.00 tot 18.00. De bank is open van maandag tot en met vrijdag, van 9.00 tot 17.00.

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Bonjour, ici Claire. La poste est à gauche de la banque, près de la bibliothèque. Je fais mes courses là-bas ce matin.

Où se trouve la poste ?

(Waar is het postkantoor?)
2. Salut, c'est Marc. Pour le dentiste, je prends rendez-vous à 14 h, mais le cabinet ouvre à 13 h 30. Tu peux venir un peu avant.

À quelle heure le cabinet du dentiste ouvre-t-il ?

(Hoe laat gaat de tandartspraktijk open?)

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Excusez‑moi, vous ___ comment pour aller à la poste ?

(Pardon, u ___ hoe om naar het postkantoor te gaan?)

2. À la banque, je ___ un ticket et j’attends mon tour.

(Bij de bank ___ ik een nummertje en wacht ik tot ik aan de beurt ben.)

3. Au bureau de tabac, vous ___ : « Bonjour, je voudrais un timbre, s’il vous plaît. »

(In het tabakswinkeltje ___ u: "Goedendag, ik zou graag een postzegel willen, alstublieft.")

Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Oefening 6: Reageer op de situatie (AI+)

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Tu es nouveau dans le quartier. Dans la rue, tu demandes où est la poste. Réagis poliment. (Utilise: la poste, où, près d’ici)

(Je bent nieuw in de buurt. Op straat vraag je waar het postkantoor is. Reageer beleefd. (Gebruik: het postkantoor, waar, dicht bij hier))

Où est     ?

(Waar is ...?)

Voorbeeld:

Bonjour, excusez-moi, où est la poste, s’il vous plaît ? C’est près d’ici ?

(Hallo, mag ik u iets vragen? Waar is het postkantoor, alstublieft? Is het dicht hier in de buurt?)

2. Tu es devant la bibliothèque et tu veux savoir les horaires. Tu parles à l’accueil. (Utilise: la bibliothèque, c’est ouvert, aujourd’hui)

(Je staat voor de bibliotheek en je wilt de openingsuren weten. Je spreekt met de balie. (Gebruik: de bibliotheek, is open, vandaag))

C’est ouvert     ?

(Is het open ...?)

Voorbeeld:

Bonjour, la bibliothèque est ouverte aujourd’hui ? Jusqu’à quelle heure ?

(Hallo, is de bibliotheek vandaag open? Tot hoe laat is ze open?)

Oefening 7: Brief schrijven (AI+)

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.


Salut ! C’est Marc du bureau.

Je suis devant notre immeuble (rue Victor-Hugo). Je dois aller à la poste et à la banque aujourd’hui, mais je ne connais pas le quartier.

Tu peux me dire où c’est, sur la carte ? (à gauche / à droite / près de…)

Et tu sais les horaires d'ouverture de la poste ?

Merci !


Hoi! Met Marc van kantoor.

Ik sta voor ons gebouw (Victor-Hugostraat). Ik moet vandaag naar het postkantoor en naar de bank, maar ik ken de buurt niet.

Kun je me op de kaart aanwijzen waar het is? (links van / rechts van / dicht bij…)

En ken je de openingstijden van het postkantoor?

Dank je!


Nuttige zinnen:

  1. La poste est près de…, à droite de…

    (Het postkantoor is dicht bij…, rechts van…)

  2. La poste ouvre à … et ferme à …

    (Het postkantoor gaat open om … en sluit om …)

  3. Je te dis aussi où est la banque : …

    (Ik zeg je ook waar de bank is: …)

Salut Marc, la poste est près de la bibliothèque, à droite du bureau de tabac. Depuis notre immeuble, prends la rue Victor-Hugo et va tout droit. La banque est en face de la station essence, à gauche. Je crois que la poste ouvre à 9h et ferme à 17h. Tu veux que je t’envoie la carte ?

Hoi Marc, het postkantoor is dicht bij de bibliotheek, rechts van het tabakszaakje. Vanaf ons gebouw neem je de Victor-Hugostraat en ga je rechtdoor. De bank is tegenover het tankstation, links. Ik geloof dat het postkantoor open is van 9:00 tot 17:00. Wil je dat ik je de kaart stuur?