Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Plan du quartier - services et horaires
Vul de lege plekken in: banque, banque, poste, station-service, bibliothèque, poste
(Plattegrond van de buurt - diensten en openingstijden)
Mairie - Info pratique : Centre-ville. La est à côté de la , près de la . Le bureau de tabac est en face de l'école. La est derrière la police.
Horaires : La est ouverte du lundi au samedi, de 9h à 18h. La est ouverte du lundi au vendredi, de 9h à 17h.Stadhuis - Praktische info: Binnenstad. Het postkantoor is naast de bank, dicht bij de bibliotheek. De tabakswinkel ligt tegenover de school. Het tankstation bevindt zich achter het politiebureau.
Openingstijden: Het postkantoor is open van maandag tot en met zaterdag, van 9.00 tot 18.00. De bank is open van maandag tot en met vrijdag, van 9.00 tot 17.00.
Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen
Instructie: Luister naar de audiofragmenten en kies het juiste antwoord op de vragen.
Où se trouve la poste ?
À quelle heure le cabinet du dentiste ouvre-t-il ?
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Excusez‑moi, vous ___ comment pour aller à la poste ?
(Pardon, u ___ hoe om naar het postkantoor te gaan?)2. À la banque, je ___ un ticket et j’attends mon tour.
(Bij de bank ___ ik een nummertje en wacht ik tot ik aan de beurt ben.)3. Au bureau de tabac, vous ___ : « Bonjour, je voudrais un timbre, s’il vous plaît. »
(In het tabakswinkeltje ___ u: "Goedendag, ik zou graag een postzegel willen, alstublieft.")Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Reageer op de situatie
Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.
1. Tu es nouveau dans le quartier. Dans la rue, tu demandes où est la poste. Réagis poliment. (Utilise: la poste, où, près d’ici)
(Je bent nieuw in de buurt. Op straat vraag je waar het postkantoor is. Reageer beleefd. (Gebruik: het postkantoor, waar, dicht bij hier))Où est ?
(Waar is ...?)Voorbeeld:
Bonjour, excusez-moi, où est la poste, s’il vous plaît ? C’est près d’ici ?
(Hallo, mag ik u iets vragen? Waar is het postkantoor, alstublieft? Is het dicht hier in de buurt?)2. Tu es devant la bibliothèque et tu veux savoir les horaires. Tu parles à l’accueil. (Utilise: la bibliothèque, c’est ouvert, aujourd’hui)
(Je staat voor de bibliotheek en je wilt de openingsuren weten. Je spreekt met de balie. (Gebruik: de bibliotheek, is open, vandaag))C’est ouvert ?
(Is het open ...?)Voorbeeld:
Bonjour, la bibliothèque est ouverte aujourd’hui ? Jusqu’à quelle heure ?
(Hallo, is de bibliotheek vandaag open? Tot hoe laat is ze open?)Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Salut ! C’est Marc du bureau.
Je suis devant notre immeuble (rue Victor-Hugo). Je dois aller à la poste et à la banque aujourd’hui, mais je ne connais pas le quartier.
Tu peux me dire où c’est, sur la carte ? (à gauche / à droite / près de…)
Et tu sais les horaires d'ouverture de la poste ?
Merci !
Hoi! Met Marc van kantoor.
Ik sta voor ons gebouw (Victor-Hugostraat). Ik moet vandaag naar het postkantoor en naar de bank, maar ik ken de buurt niet.
Kun je me op de kaart aanwijzen waar het is? (links van / rechts van / dicht bij…)
En ken je de openingstijden van het postkantoor?
Dank je!
Nuttige zinnen:
-
La poste est près de…, à droite de…
(Het postkantoor is dicht bij…, rechts van…)
-
La poste ouvre à … et ferme à …
(Het postkantoor gaat open om … en sluit om …)
-
Je te dis aussi où est la banque : …
(Ik zeg je ook waar de bank is: …)
Hoi Marc, het postkantoor is dicht bij de bibliotheek, rechts van het tabakszaakje. Vanaf ons gebouw neem je de Victor-Hugostraat en ga je rechtdoor. De bank is tegenover het tankstation, links. Ik geloof dat het postkantoor open is van 9:00 tot 17:00. Wil je dat ik je de kaart stuur?