A1.3 - Waar kom je vandaan?
A1.3 - Waar kom je vandaan?

A1.3 - Waar kom je vandaan? - Spreken

D'où viens-tu ?


Exercice: Gespreksoefening

  1. Décrivez la nationalité de chaque personne. (Beschrijf de nationaliteit van elke persoon.)
  2. Dis où ils vivent actuellement. (Zeg waar ze momenteel wonen.)
  3. Indiquez où vous habitez. (Vertel waar je woont.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten