Lessen

A1.6 - Je leeftijd zeggen

A1.6 - Je leeftijd zeggen - Oefeningen

Haal je boek

Oefening 1: Zinnen herschikken

Instructie: Maak correcte zinnen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon antwoorden
1.
? | âge | as-tu | Quel
Quel âge as-tu ?
(Hoe oud ben je?)
2.
ans. | 29 | J’ai
J’ai 29 ans.
(Ik ben 29 jaar.)
3.
âge | ? | a-t-il | Quel
Quel âge a-t-il ?
(Hoe oud is hij?)
4.
anniversaire, | le | 12 | avril. | Mon | c’est
Mon anniversaire, c’est le 12 avril.
(Mijn verjaardag is op 12 april.)
5.
fête | à | d’anniversaire. | ma | Je | t’invite
Je t’invite à ma fête d’anniversaire.
(Ik nodig je uit voor mijn verjaardagsfeest.)

Oefening 2: Een woord matchen

Instructie: Koppel elk begin aan het juiste einde.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Quel âge as-tu? (Hoe oud ben je?)
J'ai 32 ans et toi? (Ik ben 32, en jij?)
C'est ton anniversaire aujourd'hui? (Is het je verjaardag vandaag?)
Est-ce que tu veux une part de gâteau? (Wil je een stuk taart?)

Oefening 3: Luister en beantwoord de vragen

Instructie: Luister naar de audio en beantwoord de vragen.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

1. Quel âge a Clara ?

(Hoe oud is Clara?)
Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

2. Quand est l'anniversaire de Thomas ?

(Wanneer is Thomas' verjaardag?)

Oefening 4: Werkwoordsvervoegingen

Instructie: Kies de juiste oplossing

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Quel anniversaire ___-tu cette année ?

(Welke verjaardag ___ je dit jaar?)

2. Est-ce que vous ___ votre anniversaire au bureau ?

(Vier je ___ jouw verjaardag op kantoor?)

3. Cette année, je ___ mes 30 ans avec un gâteau.

(Dit jaar ___ ik mijn 30e verjaardag met een taart.)

Oefening 5: Dialoogbegrip

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Gratis FR

Audio voorbereiden…

FR + NL

Audio voorbereiden…

Anniversaire au bureau

Nadia (collègue): Show Au fait, Thomas, quel âge as-tu ?

(Trouwens, Thomas, hoe oud ben je?)

Thomas (collègue): Show J’ai 35 ans. Mon anniversaire, c’est le 12 mai.

(Ik ben 35 jaar. Mijn verjaardag is op 12 mei.)

Nadia (collègue): Show Ah d’accord ! Joyeux anniversaire en avance !

(Ah, oke! Alvast gefeliciteerd met je verjaardag!)

Thomas (collègue): Show Merci ! Je t’invite à ma fête vendredi : il y aura un gâteau.

(Dank je! Ik nodig je uit voor mijn feest op vrijdag: er zal een taart zijn.)


Open vragen:

1. Quel âge a Thomas ?

Hoe oud is Thomas?

Oefening 6: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. À la pause-café au travail, un collègue fait connaissance avec toi et te demande ton âge. Réponds simplement. (Utilise : Quel âge ?, J’ai ... ans, Et toi ?)

(Tijdens de koffiepauze op je werk maakt een collega kennis met je en vraagt naar je leeftijd. Geef een kort antwoord. (Gebruik: Quel âge ?, J’ai ... ans, Et toi ?))

J’ai     ans.

(J’ai ... ans.)

Voorbeeld:

J’ai 32 ans. Et toi, quel âge as-tu ?

(J’ai 32 ans. Et toi, quel âge as‑tu ?)

2. Tu remplis un formulaire simple à l’accueil (salle de sport / bibliothèque). La personne te demande ton âge. Réponds et épelle le chiffre si besoin. (Utilise : l’âge, J’ai, ans)

(Je vult een eenvoudig formulier in bij de balie (sportschool / bibliotheek). De medewerker vraagt je leeftijd. Beantwoord en spel het cijfer indien nodig. (Gebruik: l’âge, J’ai, ans))

Mon âge, c’est    

(Mon âge, c’est ...)

Voorbeeld:

Mon âge, c’est 28 ans.

(Mon âge, c’est 28 ans.)

Frans leren voor beginners: Stap voor stap leren, een A1 cursus met audio

ISBN 979-13-88253-36-2

Deze app ondersteunt dit boek.